Louterende roman

Jeugdtrauma’s kunnen een levensloop bepalen, kunnen generaties blijven doordreinen en op zich goedbedoelde acties kunnen dramatisch slecht uitpakken. Het moet verschrikkelijk zijn wanneer je verloochend wordt vanwege je huidskleur. De Amerikaanse schrijfster Toni Morrison (1931), winnares van de Pulitzer Prize en in 1993 van de Nobelprijs voor de Literatuur en dé chroniqueur van de Afro-Amerikaanse geschiedenis, gaat in haar nieuwste roman God sta het kind bij nog een stap verder.

Lulu Ann Bridewell is bij haar geboorte pikzwart, in tegenstelling tot haar moeder Sweetness en haar grootouders. De vader van de nieuwe baby gaat er direct vandoor, denkt ondanks dat zijn vrouw bij hoog en bij laag bezweert dat ze geen andere mannen heeft gezien dat het kind niet van hem is. Sweetness onthoudt Lulu stelselmatig elke vorm van liefde, ze verafschuwt haar dochters huid, kan haar eigenlijk helemaal niet aanraken. In een uiterste poging om bij haar moeder enige trots op te wekken, wijst Lulu als scholiere een lerares aan als een van de daders van kindermisbruik. De vrouw wordt vooral door háár getuigenis tot een kwart eeuw gevangenisstraf veroordeeld.

God sta het kind bij

Maar Lulu Ann krijgt voor het eerst daarmee wel enige waardering van haar moeder – ze neemt haar dochter zelfs bij de hand wanneer ze het gerechtsgebouw verlaten – en van de omgeving. Waar gebrek aan liefde toe kan leiden weet Morrison gruwelijk mooi voor het voetlicht te brengen. De tekst is op laconieke wijze doordesemd van de gevolgen van de segregatie. Hoewel je afkeer voelt voor de manier waarop Sweetness haar dochter behandelt, laat Morrison in de loop van de caleidoscopisch opgebouwde roman je duidelijk merken dat het eigenlijk de schuld is van het systeem, van het verwachtingspatroon. Sweetness heeft haar op een wat onbeholpen manier willen helpen, wetende wat haar dochter en daardoor – de egocentrische noot – ook haarzelf zou kunnen overkomen. Zij die haar haren met een ijzer gladstrijkt en die als je oppervlakkig kijkt voor een blanke door zou kunnen gaan.

Lulu – met het nog ongedeerde optimisme van de jeugd – denkt dat je je niet bij de bestaande orde hoeft neer te leggen. Ze verandert haar naam in Bride, laat zich voor een sollicitatie adviseren door een marketingdeskundige en accentueert met uitsluitend witte kleren haar antracietdonkere huid. Je zogenaamde zwakte ombuigen naar je kracht. Bride is daarbij uitzonderlijk mooi. Ze heeft behalve een perfect figuur, blauwzwarte, bijna buitenaardse ogen. Een schoonheid die Sweetness uit bescherming niet heeft willen zien. Bride wordt aangenomen bij een cosmeticaconcern, is eigenlijk vanaf dag één succesvol, krijgt een Jaguar van de zaak en bedenkt een eigen lijn met een naam – YOU , GIRL – die haar ommezwaai duidelijk uitdrukt.

Toch voel je, de onderhuidse kracht van Morrison, dat het niet goed kan blijven gaan. Weliswaar heeft ze haar ‘zwartehuid-trauma’ op gunstige wijze verwerkt, maar de valse beschuldiging heeft haar nog steeds in de ban. Een restschuld die een deel van haar hart bezwaard. Het heeft invloed op haar relatie met de trompet spelende Booker. Een man met een onduidelijke achtergrond én onduidelijke werkzaamheden en inkomsten. Toch is dit de grote liefde, de liefde die naar het schijnt maar eens in een leven opduikt. (Als men geluk heeft.)

Morrison heeft gekozen – en ergens vraagt deze geschiedenis er ook naar – om het verhaal te vertellen vanuit een multiperspectief. Een uiterst gewaagde vorm, omdat de lezer bij elke verteller de gedachtegang van het desbetreffende personage moet zien op te pikken. Maar in God sta het kind bij vormen de wisselingen geen cesuren. Er zit steeds meer stuwing in naarmate het verhaal van Bride en Booker vordert, van alle kanten zogezegd. Mooie rol voor de assistente en vriendin van Bride, een meisje met een sneeuwwitte huid, maar wel met rastahaar. Het wemelt in de roman van parallellen.

De ex-lerares komt wegens goed gedrag vervroegd vrij. Bride wil iets voor haar doen, maar hoe los je een dergelijk grote schuld in? Het levert Bride bij een motel een enorm pak slaag op wanneer ze een envelop met geld en een vliegticket aanbiedt. Bride kruipt met zwaar bebloed hoofd weg, dankbaar bijna. De ex-gedetineerde kan na vijftien jaar opkroppen eindelijk haar tranen de vrije loop laten. Er volgt geen aangifte, het is immers voor Bride ook een loutering. De ochtend na het incident vindt de ex-gedetineerde een paarlemoeren oorknopje op de stoep voor het motel. Ze stopt het in haar portemonnee, als een talisman. Ze voelt het zitten bij haar werk in de thuiszorg.

… als ik hun bijna op kant lijkende huid afspons voordat ik er lotion op doe, maak ik in gedachten die zwarte griet weer heel, genees ik haar, dank ik haar. Voor de bevrijding.

Deze vrouw is net zo’n slachtoffer van het systeem, dochter namelijk van ernstig kerkelijke mensen die ook weinig tot geen liefde aan hun dochter hebben getoond. Bride’s interesse voor de veroordeelde vrouw ergert Booker, zorgt voor een verwijdering. Ze heeft hem niet op de hoogte gebracht van haar ernstige dwaling. Net zo min als zij weet van de achtergrond van Booker, de dood van zijn tweelingbroer bij de geboorte en de gewelddadige dood van zijn iets oudere broer, degene waarmee hij een kamer deelde.

Druppelsgewijs wordt duidelijk waarom Bride heeft getuigd, wat ze daadwerkelijk heeft gezien, en waarom Booker zijn vermoorde broer met zich mee blijft dragen. Morrison voegt spelenderwijs een soort magisch realistisch element toe. Wanneer Booker met de noorderzon is vertrokken, verandert Bride langzaam weer in een klein zwart kind. Eerst verdwijnt haar oksel- en schaamhaar, dan haar borsten en tenslotte haar rondingen. Het lijflijk uitgebeelde lijden van de verlaten geliefde. Weten ze zich beiden uiteindelijk te verlossen, misschien wel dankzij elkaar? Kunnen ze ophouden met geliefden te spelen, vinden ze de kracht om ‘echte mensen’ te worden? Een palet personages van vlees en bloed staat hun daarbij terzijde, al dan niet bewust. Kunnen zij een volgende generatie vrijwaren van de gramschap en tegelijk de vorige clementie schenken?

Hoezeer we ook ons best doen om onze ogen ervoor te sluiten, de geest kent altijd de waarheid en wil helderheid.

God sta het kind bij is een knap geconstrueerde, louterende roman.

Guus Bauer

Toni Morrison – God sta het kind bij. Vertaald door Ronald Vlek. De Bezige Bij, Amsterdam, 173 blz. € 18,89.

0