Argh!

Als ik op vakantie ben, dan sta ik me toe om boeken te lezen die buiten mijn comfort zone liggen. Meestal is dat de wereld van de thriller, of erger nog, de literaire thriller. Zo diep in de zomer lees ik een Esther Verhoef of een Saskia Noort, ik heb ook wel eens De Da Vinci Code en Vijftig tinten grijs tot me genomen. Omdat je over werkelijk niets hoeft na te denken haal je gemakkelijk tachtig bladzijden per uur en kun je na afloop zeggen dat het boek in ieder geval las als een trein.

Het is makkelijk om met elitair dedain neer te kijken op deze genres, maar ik weet dat aanstormende docenten Nederlands die ik op college krijg deze boeken lezen. Ik weet ook waar ik zelf begon als lezer. Als twaalfjarige las ik voornamelijk strips. Naast de goede strips – Asterix en Obelix, Robbedoes en Kwabbernoot, Lampil – ook de meest beroerde: strips over de Tweede Wereldoorlog en horrorstrips, kleine boekjes die je op de markt voor een gulden kon kopen. Als een vampier een vrouw in de hals beet, dan riep het slachtoffer: ‘Argh!’ Als een soldaat door vijandelijk vuur omkwam, dan riep hij: ‘Argh!’ Een vriendje verderop in de straat had enkele pornografische strips, in dezelfde goedkope uitvoering. Als een man en een vrouw een hoogtepunt bereikten, dan riepen zij ook: ‘Argh!’ Het heeft nog jaren geduurd voordat ik begreep dat liefhebben niet hetzelfde is als oorlog voeren.

Er is altijd één boek dat je op het spoor zet van de literatuur. Bij mij was dat De aansprekers van Maarten ’t Hart die ik mocht lenen van een vader van een schoolvriend. Alleen al het vertrouwen dat ik die roman aankon, was belangrijk. Daarna las ik Karakter van F. Bordewijk omdat dat boek een rol speelt in De aansprekers. Vanaf dat moment wordt mijn leven beheerst door de literatuur. In de vakantie gun ik mezelf een paar weken vrijaf. Op die ene thriller na dan. Dan zit ik knarsetandend en vuurspuwend het aantal clichés te tellen. Makkelijk lezen is werk geworden.

Coen Peppelenbos

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 6 augustus 2016.

0