Straffe kost

Lang geleden, in mijn vegetarische periode, verslond ik fantasy en horror, boeken van types als Poe en nazaten Lovecraft en Machen. Toch staat de naam Jean Ray me niet bij, wat uiteraard aan mij zal liggen. Ray was het pseudoniem van de Belgische veelschrijver Raymond Jean de Kremer (1887-1964), die bij onze zuiderburen vooral bekend is geworden met verhalen voor de jeugd, maar ook veel in het fantastische genre publiceerde, waaronder de roman Malpertuis, verfilmd met Orson Welles in de hoofdrol, en deze bundel, die in 1961 in het Frans verscheen.

In de verhalen, het oudste dateert uit 1920, worden mensen overvallen door onwerkelijke en onverklaarbare zaken, waarbij de auteur zich zoals het hoort niet bekreund om een kloppende verklaring, dan wel krijgen ze te maken met een inventieve misdaad. Alles draait om de onheilspellende sfeer, en daarin toont hij zich een overtuigende leerling van bovengenoemde meesters, van wie hij ook de nodige stijlfiguren leende, zoals de vreemdeling die een verontrustend verhaal vertelt of het ontdekken van een duister manuscript, terwijl De kerkhofwachter er nog wat klassiek-gothische elementen doorheen mengt. Ze hebben ook een zekere tijdloosheid, wat ineens opvalt als er een V1 voorbij komt, terwijl je je decennia eerder waande.

De hernieuwde kennismaking met een genre waarvan je al geruime tijd geleden het laatste boek hebt dichtgeslagen blijft een hachelijke zaak; lezend met een gerijpte geest blijken veel auteurs op zijn best matige stilisten en zijn de plots vaak te vergezocht om de hoogstnoodzakelijke tijdelijk opheffing van ongeloof te bewerkstelligen, maar op zijn best krijgt Ray het laatste toch voor elkaar – al kost dat moeite, wat niet aan hem ligt.

rayDeze uitgave vormt de opmaat voor een volledige vertaling van Rays meest in het Frans geschreven fantastische werk. Hulde, alleen gaat dat op deze manier niet lukken. De vertaling is namelijk zo onvoorstelbaar Vlaams, dat de Nederlandse lezer blijft struikelen over het in diens ogen merkwaardige idioom, waar nevens staat waar wij naast zeggen, onmeedogend in plaats van meedogenloos, schrikkelijk etc. etc. etc. In plaats van dat je je mee laat voeren in de hersenspinsels die Ray opdist moet je een inspanning plegen om bij de les te blijven, en dan heb ik het nog niet eens over de woorden waar ik de betekenis niet van ken, wat ook aan mij kan liggen.

Ik ben geen racist en heb niets tegen Vlaanderen, zijn Vlamingen en hun dialect, Vlaams klinkt uit de mond van aantrekkelijke Vlaamse vrouwen zelfs uitzonderlijk opwindend en verleidelijk, maar stel slechts vast dat het me niet echt verstandig lijkt om een deel van je potentiële lezers bij voorbaat al uit te sluiten. Al was het alleen maar vanwege de omzet; een uitgever moet immers ook eten. Als Ray een prutser was geweest had het me niet uitgemaakt, maar dit is zonde. Het verbaast me ook, net zoals ik me verbaas over dialectsprekers die maar blijven roepen dat Fries en Nedersaksisch talen zijn die als zodanig moeten worden erkend en ijzerenheinig boeken blijven uitgeven die door steeds minder mensen gelezen kunnen worden. Als uitgever, als schrijver wil je als het goed is een zo groot mogelijk publiek bereiken; persoonlijk heb ik het altijd betreurd dat Napoleon uiteindelijk verloren heeft en zijn rijk werd opgedeeld, zodat we nu in een petieterig taalvijvertje zitten, terwijl we als het anders was gelopen een publiek hadden van vele tientallen miljoenen wereldwijd. Wat dat betreft is het een goed idee als we ons, omwille van ons nageslacht, zo spoedig mogelijk als Bundesland aansluiten bij Duitsland en Duits als enige en officiële taal invoeren. Niets ten nadele van de Friese en Nedersaksische hobbyisten, waar ik niets op tegen heb, ik ben immers geen racist, en laten ze vooral doorgaan met vendelzwaaien, klompendansen, boterventen, halmenzaaien, snokken, fleuteren en wat voor oude gebruiken en gewoonten nog meer, ze krijgen wat mij betreft zelfs subsidie, uit de cultuurpot, want alles beter dan De Staat, maar als het gaat om serieuze zaken, om literatuur, filosofie, wetenschap, dan zou het streven wat taal betreft een wereldgemeenschap moeten zijn. Niet voor niets immers was de Babylonische spraakverwarring een straf. God is alweer enige tijd dood, tijd om die weer ongedaan te maken.

Enno de Witt

Recensie: Jean Ray/John Flanders – De 25 beste en donkerste verhalen van Jean Ray – Vriendenkring Jean Ray.488 blz. € 20.

0