Deze roman is een vraag

De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector krijgt sinds kort de aandacht die ze verdient. Na de vertaling van haar kronieken en een biografie over haar leven is er onlangs een nieuwe Nederlandse vertaling verschenen van Het uur van de ster. Het is zonder overdrijven een juweeltje.

We leven in een wereld van beelden. Vrijwel alles wordt vastgelegd en verspreid en gedeeld. Maar zegt een beeld wel meer dan duizend woorden? Dat wat een mensenleven bepaalt en domineert is onzichtbaar. In de buitengewone roman Het uur van de ster van Clarice Lispector (1920-1977) zegt de verteller:

De waarheid is altijd een innerlijk en onverklaarbaar contact. Mijn meest ware leven is onherkenbaar, door en door innerlijk en er is geen enkel woord dat het kan duiden.

De verteller van deze korte roman is de schrijver Rodrigo S.M. Hij schrijft een verhaal over een jonge vrouw, een meisje uit het noordoosten. Macabéa verhuist naar Rio de Janeiro en werkt daar als typiste. Macabéa is de personificatie van onschuld, haar onwetendheid is tegelijkertijd zalig en treurig. ‘Ze leeft slechts, inademend en uitademend, inademend en uitademend.’ Macabéa is zich zo weinig bewust van haar leven en situatie dat ze niet eens door heeft dat ze ongelukkig is.

Daarentegen is Rodrigo een zeer zelfbewuste verteller, die met zijn reflecties telkens commentaar levert op zijn eigen verhaal. Zo worden het vertellen en de fictie zelf het onderwerp van de roman. Rodrigo is de schepper van het verhaal en Macabéa het geschapene: ‘natuurlijk is het verhaal waar hoewel verzonnen’. Fictie ontstaat uit machteloosheid; het is een poging om het onkenbare – het onzichtbare – te doorgronden. Rodrigo heeft dan ook geen keuze, hij moet over Macabéa vertellen: ‘Ik heb dat meisje niet verzonnen. Zij heeft haar bestaan aan mij opdrongen.’

Rodrigo is geen sadistische poppenspeler die slechts wat speelt en experimenteert met zijn creatie: ‘Alleen ik, haar schepper, houd van haar. Ik lijd om haar.’ Door deze band tussen de schrijver en zijn personage is de roman meer dan slechts een uitwerking van een filosofisch idee: het is zowel intelligent als gevoelvol. Het sensitieve ontstaat bijvoorbeeld door de indringende en sterke beschrijvingen van Macabéa, door vergelijkingen als: ‘Op straat keek niemand naar haar, ze was koud geworden koffie’ en ‘net als een zwerfhond werd ze uitsluitend door zichzelf geleid.’

Macabéa krijgt een relatie met Olímpico, een man die denkt dat hij het helemaal gaat maken, maar de kennis en intelligentie hiervoor ontbreken. Op de vele vragen die Macabéa hem stelt, repliceert hij met tautologische antwoorden. Olímpico verlaat haar voor Glória en als apotheose, na een bezoek aan een waarzegster, overlijdt Macabéa nadat ze op straat is aangereden door een Mercedes.

Literatuur is het stellen van permanente vragen en het voorzichtig formuleren van mogelijke antwoorden. Voor Rodrigo is het vertellen en schrijven onderzoeken: ‘Zolang ik vragen heb en er geen antwoord is blijf ik doorgaan met schrijven.’ De vragen die resoneren zijn: wat het betekent om mens te zijn en wie ben ik? Identiteit is altijd een wisselwerking tussen het zelf en de ander. Daarom is Macabéa onontbeerlijk, daarom dringt zij zich op; Rodrigo heeft haar nodig. ‘Deze ik die ook jij omvat, want ik houd het niet vol om slechts mij te zijn, ik heb anderen nodig om me staande te houden’.

‘Dit boek is een vraag,’ zegt Rodgrio aan het begin van de roman. Het vragende komt onder meer naar voren door de stijl van de roman: Lispector formuleert in paradoxen en aforismen en wisselt filosofische bespiegelingen af met beschrijvingen van Macabéa. De betekenis vastpinnen is niet mogelijk: net als een mensenleven is deze tekst constant ambigu. Door de hechte compositie van de compacte roman en de idiosyncratische stijl van Lispector ontstaat er een bijzondere intensiviteit.

‘Aangezien er niemand was om haar antwoord te geven scheen ze zichzelf antwoord te hebben gegeven: het is zo om het nu eenmaal zo is. Bestaat er een ander antwoord op aarde? Als iemand iets beters weet, laat diegene dan naar voor komen en het zeggen, ik wacht al jaren.’ Rodrigo vertelt en schrijft omdat hij geen genoegen wil nemen met dit antwoord dat het allemaal nu eenmaal zo is. De waarheid is immers verholen en niet waarneembaar en dus is zijn voornemen: ‘Met stijve, modderige vingers in de modder het onzichtbare aftasten.’

Het bestaan is onbegrijpelijk omdat de mens een toevalligheid is wiens bestaan wordt gedomineerd door het noodlot. En als dit niet waar is, als God regeert over de mens en de wereld, dan nog is de menselijke existentie nauwelijks te bevatten, omdat Zijn wegen ondoorgrondelijk zijn. ‘Bestaan,’ schrijft Rodgrio, ‘is niet logisch.’ En wat volgt is dus een vraag: deze meesterlijke roman.

Koen Schouwenburg

Clarice Lispector – Het uur van de ster. Vertaald door Adri Boon. Arbeiderspers, Amsterdam. 126 blz. €16,99.

Deze recensie stond in het Friesch Dagblad van 11 maart 2017.

3