De eigenaardigste schrijver van Nederland

Maarten Biesheuvel is misschien wel de eigenaardigste schrijver die we hebben. In 1972 debuteerde hij met de verhalenbundel In de bovenkooi. In 1987 verscheen zijn dertiende officiële bundel De angstkunstenaar. Tussendoor werd een veelheid van verhalen gepubliceerd in meer of minder bibliofiele edities. De eerste uitgave van de Rotterdamse uitgeverij Bébert was in 1980 een bundel van Biesheuvel. De boeken van Biesheuvel worden geregeld herdrukt: hij heeft een groot lezerspubliek voor zich weten in te nemen. Nu hij de auteur is van het boekenweekgeschenk dat in een recordoplage werd gedrukt, kan zijn populariteit eigenlijk …. alleen maar toenemen. Maar dat is niet wat Biesheuvel zo’n eigenaardig auteur maakt.

Het eigenaardige is dat hij zich als schrijver niet of nauwelijks ontwikkelt. Een verhaal uit In de bovenkooi zou in De angstkunstenaar niet misstaan en vice versa. De wereld van Maarten Biesheuvel is klein (veelzeggend is een titel als Reis door mijn kamer) en vanuit die wereld bericht hij. Zijn verhalen zijn hallucinerende mengelingen van eigen ervaringen — waartoe niet in de laatste plaats leeservaringen moeten worden gerekend — en een ongebreidelde fantasie, vaak ingebouwd in een ander verhaal, niet zelden zonder duidelijk aanwezig plot. Er gaat van de verhalen een onwerkelijke sfeer uit, de verpletterende werkelijkheid van Biesheuvel is altijd nét iets verpletterender dan de werkelijke werkelijkheid.

Het afwezig zijn van een duidelijk aanwijsbare ontwikkeling in dit schrijverschap betekent niet dat het werk aan voorspelbaarheid lijdt. Los van een aantal vaste ingrediënten (Biesheuvels vrouw Eva, vrienden en kennissen, sigaren, een knappend houtvuur, katten en het hondje Mikkie) zijn de verhalen grillig, en ze zijn geschreven alsof ze uit de losse pols worden verteld. Hoe vaak schrijft Biesheuvel niet dat hij vrienden ontvangt en hen op een verhaal tracteert, waarna het verhaal in extenso volgt? Of schrijft hij over
mensen die elkaar een verhaal vertellen, waarna Biesheuvel als het ware het verhaal doorvertelt? De omlijsting is in al haar gezelligheid misschien voorspelbaar, maar het verhaal zelf nooit.

In het boekenweekgeschenk Een overtollig mens (vijf verhalen) staat ook een voorbeeld van deze Biesheuveliaanse aanpak: ‘De klok’ begint zo: ‘Een paar jaar geleden zaten er in een huis aan de Maas in Maastricht twee mannen te praten over schofterigheden van de heren uit vroeger tijd. Die mannen heetten Sjef en Jos en de laatste begon het volgende verhaal nadat ze buiten op de kade waren gaan zitten waar ze steeds maar bronwater dronken en genoten van een pijpje.’ Volgt het verhaal, af en toe onderbroken door opmerkingen van de beide mannen. De conclusie is: ‘Ja, tegenwoordig is het anders, heel anders’, en de Maas ‘kabbelde vriendelijk als altijd tegen de wallekanten en de pijlers van de bruggen…’ Die drie puntjes zijn ook al veelzeggend.

Opvallend veel begint Biesheuvel een verhaal met een dergelijke tijdsaanduiding: ‘een paar jaar geleden’, ‘een paar weken geleden’, zelfs komen er openingen voor als: ‘er waren’ en ‘er waren eens’. Vertelt Biesheuvel sprookjes? In zekere zin wel.

Hij schept een wereld die een karikatuur is van de werkelijkheid: grotesker, maar ook lieflijker. In ‘Hoe bestaat het!’ dat begint met: ‘Ik stap en stap, voorzichtig stap ik voort’ (dit soort herhalingen is bij Biesheuvel niet vreemd) en jubelend eindigt met: ‘Wij zijn, wij zijn, wij zijn!’ beschrijft hij wat hij hoort en ziet tijdens een wandeling op het Engelse platteland. ‘Nu ben ik terug op mijn kamer en hier schrijf ik dit. Ik weet niet wat het is, iets van een kind, het gejubel van een mier, een gedicht, iets simpels, maar het komt me recht uit het hart.’ Wat bij ieder ander puur sentimenteel zou zijn, worden bij Biesheuvel Vivaldiaanse jubelklanken, zoals hier, of Tsjaikovskiaanse somberheid, zoals elders. Bij Biesheuvel wisselen naïeve blijheid en kinderlijke angst elkaar evenredig af. Zijn oer-verbazing is wat hem bijzonder maakt.

In Biesboek wordt de werkelijke werkelijkheid van Maarten Biesheuvel getoond aan de hand van foto’s en documenten en commentaar van de schrijver zelf. Ook die werkelijkheid is vaak verpletterend.

Frank van Dijl

J.M.A. Biesheuvel – Een overtollig mens. Boekenweekgeschenk 1988.
J.M.A. Biesheuvel – Biesboek. Samenstelling Eva Biesheuvel-Gütlich en Tilly Hermans. Meulenhoff.
J.M.A. Biesheuvel – De angstkunstenaar. Meulenhoff.

Deze recensie verscheen eerder in Het Vrije Volk van 24 maart 1988.

0

Reacties