Vertrekken en verdwijnen

‘Ik had nog geen ervaring met op stel en sprong uit huis te moeten vertrekken.’ Deze zin uit het verhaal ‘December blues’ – een van de twaalf nieuwe verhalen die Marga Minco publiceert in Storing, haar eerste bundel in acht jaar en haar eerste boek bij De Bezige Bij – kan worden beschouwd als de sleutel tot haar werk.

Er wordt veel op stel en sprong vertrokken in het werk van Marga Minco, ook weer in deze nieuwe bundel. In het tweede verhaal in Storing kijkt een vrouw een huis binnen: ‘het leek of de bewoners even weg waren’. Later is die vrouw zelf ook verdwenen. De ik-figuur meent haar jaren later in New York in de menigte te ontwaren.

In het titelverhaal wil de ik-figuur ‘eerst alles uitzoeken’: ‘Ik moet weten hoe het mogelijk is dat mensen zomaar verdwijnen, dat je nooit meer iets van ze hoort, nooit meer iets over ze hoort.’ Zelf is zij ook zomaar verdwenen uit het leven van de mensen bij wie ze was ondergedoken. Nooit meer iets laten horen.

Met de vrouw die haar onderdak verleende (en haar als een slavin erwten liet doppen en kleren verstellen) is ze te gast in een programma van een regionale radiozender. Het gaat er (symptomatisch voor de regionale omroep?) rommelig aan toe: tot twee keer toe wordt het gesprek onderbroken door technisch feilen. Gesuggereerd wordt dat de twee vrouwen door de interviewer in het benauwde hok dat de studio moet voorstellen zijn opgesloten: een akelig detail.

In deze verhalen van Marga Minco, stuk voor stuk fraai gestileerde juweeltjes, stikt het van de benauwenissen. Voorbeeld: het verhaal ‘De zon is maar een zeepbel’ waarin twaalf dromen worden beschreven. Ik houd niet zo van droombeschrijvingen omdat ze vaak worden gebruikt om iets nader te duiden, maar in dit geval passen ze goed binnen de context van de bundel.

De toon van de verhalen is dromerig, heden en verleden (en binnen dat verleden soms weer een ander verleden) zijn meesterlijk dooreen gevlochten en de manier waarop mensen zich manifesteren doet vaak denken aan een geestverschijning. Iemand wordt gezien en is ineens weer weg.

Er hangt een serene ijlheid over de verhalen, maar altijd is er – vandaar de titel – iets wat de sereniteit verstoort. In het titelverhaal zijn dat niet alleen de technische mankementen. Er is ook storing tussen de onderduikster van toen en haar weldoenster die haar na al die jaren kwalijk neemt dat zij zo lelijk over die periode heeft geschreven. ‘U moet het niet letterlijk nemen. Ik heb geen verslag geschreven. Het is een verhaal en daar verzin je van alles voor,’ verdedigt de ik-figuur zich. Of het verhaal over de mensen die zijn weggehaald en niet zijn teruggekomen dan ook verzonnen is. ‘Nee. Die passages zijn niet verzonnen.’

Deze opmerkingen zijn cruciaal voor het schrijverschap van Marga Minco. Net als wat ze – althans de ik-figuur die als schrijfster lezingen geeft in de provincie – in ‘Door het land’ zegt: ‘Na de oorlog heb ik jaren gewacht met het noteren van mijn ervaringen tijdens de bezetting. Instinctief voelde ik dat ik er zoveel mogelijk afstand van moest nemen, me als een objectieve waarnemer moest opstellen, om erover te kunnen schrijven. Het onderwerp was al geladen genoeg.’

Dat is het knappe van Marga Minco: zij schrijft over een immens onderwerp zonder ooit bombastisch te worden. Ze is puur, ze heeft oog voor het kleine, het menselijke. ‘Wat ik mij tot doel had gesteld, was de essentie weer te geven, de ondergang te beschrijven van een joodse familie tijdens de bezetting, ik baseerde me op het lot van mijn eigen familie.’ Bij haar verdwijnen mensen zomaar, ze zijn op stel en sprong vertrokken. Ook na de oorlog gebeurt dat nog, en ook dan is dat onbegrijpelijk.

Ze verwondert zich er over dat het ‘dikwijls kleinigheden zijn die het lot op een beslissende manier beïnvloeden of veranderen’. Deze verstoringen van de normale gang van zaken maken soms het verschil tussen leven en dood, of tussen er nog zijn en vertrokken, verdwenen zijn.

Frank van Dijl

Marga Minco: Storing. Verhalen. De Bezige Bij. (****)

Deze recensie verscheen eerder in Algemeen Dagblad, 4 september 2004.

Reacties