Niets te vertellen

De belofte van Pisa van Mano Bouzamour ging over een jongen die zich losmaakte van zijn Marokkaanse familie en kiest voor een wereld van kunst en cultuur, een jongen die zijn school afmaakte. Bouzamour stond drie weken in de bestsellerlijsten en daarna was het een paar jaar stil. Zijn tweede roman is getiteld Bestsellerboy en gaat over een jongen die een debuut schreef dat door de media wordt opgepakt, waarna hij uit het ouderlijk huis gegooid wordt. De hoofdpersoon Mohammed Zebbi heeft erg veel moeite om een tweede roman te schrijven. Een beetje zoals het in het leven van Bouzamour zelf ook ging, daar kan hij althans, altijd met enige ontroering in zijn stem, over praten in talkshows. Die autobiografische maskerade verhult een beetje dat Bouzamour werkelijk niets te vertellen heeft in Bestsellerboy.

De jonge auteur Mohammed Zebbi vindt zichzelf ‘fucking’ goed en zijn uitgever Mai Spijkers, die in de roman onder zijn eigen naam voorkomt, weet precies hoe het literaire wereldje werkt. Als Zebbi optreedt in een praatprogramma (zoals Bouzamour deed bij Pauw & Witteman bij zijn debuut) dan schrijft de uitgever: ‘Sterk en kwetsbaar, knul. Goed gedaan. Morgen even samen dineren?’ Het debuut van Zebbi, Mohammed, de proleet, wordt een bestseller. Druk na druk verschijnt, Zebbi kan overal optreden, hij heeft zelfs een fotoshoot in de Linda! De meisjes werpen zich natuurlijk aan zijn voeten en daar maakt hij gretig gebruik van, helemaal nadat zijn vriendin Evelien voor lange tijd naar het buitenland gaat. Wat volgt zijn bladzijdenlange, doodsaaie pornografische beschrijvingen.

Bouzamour gebruikt Bestsellerboy ook om oude rekeningen te vereffenen. Zo wordt de redactrice van uitgeverij Platform (lees Podium) enkele keren belachelijk gemaakt omdat zij het gewaagd had enkele vraagtekens te zetten bij het debuut van Zebbi (lees Bouzamour). Een beetje kinderachtige wraak. Achteraf gezien kun je alleen maar concluderen dat ze, ongeacht het succes van het boek, volledig gelijk had.

Ik zat ook nog lang te denken dat je Bestsellerboy kunt lezen als een parodie op de huidige bestsellercultuur, waarbij schrijvers alleen maar met autobiografische verhalen aan de bak komen. Waar je mee moet doen in de wereld van glamour, waar je in talkshows op het juiste moment een snik moet laten doorklinken in je stem. Waar uitgevers vooral geïnteresseerd zijn in de verkoop. Waar ijdele schrijvers wel tientallen namen van collega’s kunnen droppen en waar nergens blijkt dat ze de boeken van die schrijvers gelezen hebben. Je kunt Bestsellerboy lezen als een ironische aanklacht vol hyperbolen, maar ik vermoed dat die ironie in werkelijkheid ontbreekt. Je kunt ook Bestsellerboy lezen als een poging om uit het eigen milieu te breken. In de openingsscène bestormen en vernielen Marokkaanse jongeren de buurtbibliotheek. Zebbi besluit dat hij niet bij die groep hoort en weet zich meteen gediscrimineerd door een bibliotheekmedewerkster die hem wel tot die groep rekent. Zebbi kiest voor de boeken, maar zijn doel is vooral om veel geld te verdienen en beroemd te worden. Hij noemt wel Renate Dorrestein als schrijfster die hij gelezen heeft, maar als je elke vrouw nog als een seksueel gebruiksvoorwerp beschrijft hoeveel heb je er dan van opgestoken? Hij noemt wel Reve, maar de opvattingen over homoseksualiteit in dit boek zijn – net als in het debuut van Bouzamour – nog uiterst bekrompen.

‘Ja, van alle schrijvers word ik, een Marokkaans-Nederlandse jongen van de straat, verdomme vergeleken met een schrijvende flikker.’

Kan iemand Bouzamour vertellen dat een tekst er niet beter op wordt als je strooit met alliteraties. Niet eens tientallen, maar honderden kom je er tegen en inhoudelijk slaan ze vaak nergens op. ‘Wij, de brave broertjes die op de schommels zaten, zwiepten zachtjes heen en weer tot we zwierig boven iedereen uitstaken.’ Zachtjes zwiepen, hoe zou dat in zijn werk gaan? En hoe zou je zwierig ergens bovenuit steken?
En op de eerste honderd bladzijden kom ik ook nog tegen (ik heb er nog enkele tientallen gemist):

Theosofische tempel; walgelijke walm; zuur zweet; schitterend sprookjesboek; menselijke machthebbers; boos blikte; knalde keihard; rubberen ringmatten; prachtige poëet met de parmantige paardenstaart; fantastisch fijnzinnige; Dorrestein, Diderot, Dickens en Dante; De basketballers in Brooklyn die in bezwete blote basten de basketbalveldjes in bezit namen; de soundtrack van het snelle stadsleven; schransen, slice voor slice, terwijl we in stilte naar de skyline staren; dikke dossiers; wervelende welbespraaktheid; kundigste kapper; puisterige pubers; schitterend schouwspel van surrealistische silhouetten; krakende knieën; de hemel en de hel; miljard moslims; pen en papier; voorhoofd veegde; kleurrijke kaftans; superstrakke spijkerbroeken; bloedmooie babes; vieze vloeren; stukjes sushi en sashimi op de stoelen; spiksplinternieuw, strijder; kleine krassen; beste boek; Vuile verrader; Succes met schrijven, strijder. Laat die tata’s schrikken van je schrijfkunsten; briljante bink van een bedrijfsjurist; mooie momenten; vieze voyeur; blauw biljetje; bruine brood; vervolgde vurig; kale klootzak; Tikte teringsnel op het toetsenbord; lekkere lahmacun; mooi Marokkaans meisje; high en hongerig; hun schietende, schertsende blikken; Zwevend zagen; prachtige populieren; verrotte Vespaatje; Toen ik langs de snackbar scheurde salueerde ik, de schoffies die daar het hele jaar door als standbeeldjes stonden, salueerden simultaan terug; voorbijtrekkende verkeer; bataljon boeven een boks; knipoogde en kuste naar de klootzak wiens kuif alle kanten op ging; trillende tramkabels; spierwitte spijlen als een serie schaakstukken; rammelende Renaultje; naar hun vakantiehuis vertrokken, vertelde haar vader altijd heel vroom terwijl hij zijn vinger opstak; Na het badderen trok ik een badjas aan en begaf ik me naar bed; glazige, groene; de kou klampte zich aan mijn kloten, mijn balzak begon te krimpen; superlekkere sushi; prachtige pirouettes; belandden op de bank; Ze was zoet en zoutig tegelijk – ik plukte een restje toiletpapier van haar poesje; tong tekende; hysterisch harde; staakte het slurpen; lieflijke lipjes; sterkste soort secondenlijm; bronstige bizon; seksten we stilletjes; Sperma op de stoep; De bediende begon hem voor alle klanten en collega’s een beetje belachelijk te maken, bulderend van het lachen, begon hij; muziekthemaatje in je manuscript; briljante bullshit; In de Starbucks op Schiphol schoot; te popelen om te playstationen en porno te kijken; schijnheilige schaterlach; Gele glimlach; vette vingerafdrukken; blasfemische blijspel; de slenteraars in de stoffige straten, de spelende schuitjes in de steegjes; protserige paardenkoetsen; stoplicht stilstonden; Blauwverlichte boucheries; koeienvlees, konijnen en kippen; Joelende jongemannen; Kraampjes met kleurige kruiden; Hassan, een hoffelijke homoseksuele binnenhuisarchitect; die de hele dag door van die dunne; grote groep; schreeuwde de schapenhoeder; gele glimlach; meedogenloze machthebber; steeds sterker en smeriger; zinderende zon, een paradijs voor parasieten; Ik sloeg een sjaaltje voor mijn smoel; de schapen sukkelden; hobbelde er hopeloos; een groepje geiten zat godverdomme gewoon; dikke dadelboom; Het beekje lag bezaaid met lege bierflesjes; Glimlachen gaf een gozer; stoffige schouder; gigantische garage; streng surveillerend; krachtige klap; terwijl ze hun vader de verdoemenis in vervloekten […] en Hem om vergiffenis te vragen voor de verschrikkelijke verwensing; Voel met je vinger; keer een kutje; stomme sukkels; warme woestijngrond; zitten tikken alsof ik de tering uit mijn tengels probeerde te typen; Er schurkten wat stoffige schapen; Wachtend in de witmarmeren hal; keurig knikkend; bolle beentjes; krachtige kin; Stilzwijgend, schaamteloos en streng; keurig kruiselings; geniale gek; prachtig paard; Blits binnenkomertje; schitterende symboliek; supergeile seks; retegoeie recensies en een royale royaltyafrekening; het suizende stadsverkeer sjeesde; Brommers met bestekembleempjes op de boxen; wonderlijke wereld; een geruit, groen giletje; vileine verhalenverteller; Gretig grepen; Het gewicht van mijn geslepen gedachten; mijn mooie muzemeisje; prikte plagerig; knikte en kuste het kettinkje; knalrode knokkels; Voordat hij vertrok, vertelde hij voldaan; Rillend over het Rembrandtplein; Een boel berichtjes over de boekpresentatie; Blits binnenkomertje; betonnen balustrade; kickstartte het kloteding; lachte en lispelde; Pakte zijn puntslippers; vlagen van vurigheid; vier volle vuilniszakken; Bergjes boeken bedekten; een grote grijns op mijn gezicht bij het populairste praatprogramma; Witteman ontwaakte uit zijn winterslaap; terwijl brandweerlieden de branden probeerden te blussen; Fucking framing; betonnen boel; vanavond veel vrienden; Goed geregeld.

Bouzamour denkt dat hij literatuur schrijft, maar deze zinnen zijn van het niveau Suske en Wiske en De gladde glipper.

Coen Peppelenbos

Mano Bouzamour – Bestsellerboy. Prometheus, Amsterdam. 300 blz. € 19,99.

Deze recensie verscheen eerder in sterk verkorte vorm in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 18 mei 2018.

27

Reacties