Cabaretiers hebben nog minder snel dan fractievoorzitters door dat hun tijd voorbij is. Youp van ’t Hek is al een paar jaar de weg kwijt op de achterpaginacolumn van NRC Handelsblad. Vorige week had hij het over de getuigenis van Christine Blasey Ford:

Bij die Ford vroeg ik me steeds af: waarom dit wanstaltige amateurtoneel met die gebroken stem en die krokodillentranen? Na 35 jaar! Waarom is ze toen niet krijsend naar haar moeder gerend?

Van ’t Hek ontving veel kritiek online en in de eigen krant via één ingezonden brief van Madeleijn van den Nieuwenhuizen:

Fijn dat Van ’t Hek zich zorgen maakt om vrouwen die worstelen met trauma’s. Zo sympathiek, want we zouden bijna denken dat hij een conservatieve onempathische misogynist is die wellicht te oud is om te wennen aan de nieuwe realiteit waarin we aantijgingen van seksueel geweld en misbruik van vrouwen serieus nemen.

En wat doe je als je wordt aangevallen, dan maak je je tegenstanders belachelijk en dat deed Van ’t Hek in zijn column van gisteren waarin hij het heeft over ‘bepaalde kringen’ waar zijn humor wat minder hoog wordt aangeslagen:

Ik moest juist wel lachen om dat bakfietsmoedergekrakeel en had heel even het plan om het deze week hier keihard op te nemen voor de Portugese stervoetballer Cristiano Ronaldo.

Als Van ’t Hek van repliek wordt gediend dan moet hij altijd lachen om de tegenstander. Dat is een kwestie van arrogantie: als jij laat zien dat je moet lachen om je tegenstanders dan laat je zien dat je superieur aan hen bent. Zo gebruikte hij eerder het woord ‘pisnicht’ in de rel rondom de vermeende verkrachting van Jelle Brandt Corstius, die hij toen wel direct geloofde. Misschien zijn mannen in zijn universum altijd geloofwaardiger dan vrouwen, want daar komt immers ‘bakfietsmoedergekrakeel’ uit.

Programmamaker Nicolaas Veul schreef in de VPRO-Gids een artikel waarin hij uitlegde waarom het gebruik van het woord ‘pisnicht’ stigmatiserend was. Ook toen moest Van ’t Hek dus lachen.

Kreeg boze brieven van allerlei deugende fatsoensrakkers dat dit echt niet kon en er verscheen in een of ander obscuur omroepblaadje ook nog een boze column van een meneer. Hij meende dat pisnicht een homofoob scheldwoord is. Toen ik dat las moest ik vooral lachen en toen ik het artikeltje uit had dacht ik: wat een zeikwijf!

Ik had de pisnicht ook poot of flikker kunnen noemen. Dat is geen scheldwoord, maar gewoon Amsterdams.

Is me dat lachen met Youp.

10