ek wil vir jou verse skryf

ek wil jou so graag gelukkig maak
ek wil vir jou verse skryf
                sober en soepel soos jouself

(ik wil je zo graag gelukkig maken
ik wil gedichten voor je schrijven
                sober en soepel zoals jijzelf)

Deze poëtische liefdesverklaring schreef de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog op zeventienjarige leeftijd ‘vir John’ (‘voor John’), zoals de opdracht luidt. Achteraf bezien had die tenaamstelling beter achterwege kunnen blijven. Het gedicht ‘ek wil’ (‘ik wil’) kondigt immers ook een dichterschap aan dat inmiddels een tijdspanne van maar liefst 48 jaar omvat. Een vooruitzicht dat misschien in 1970 nog niet iedereen helder voor ogen stond – zeker ook de dichter niet – al bieden de laatste regels van het gedicht al wel een hoopvolle blik op de toekomst:

ek wil jou so graag iets gee wat jy kan saamdra
wat by jou sal bly soos ’n klein warm akkedissie
eendag as jy oud en allenig in die son sit.

(ik wil je zo graag iets geven wat je met je mee kunt nemen
wat bij je zal blijven als een klein warm hagedisje
ooit als je oud en eenzaam in de zon zit.)

Dit gedicht verscheen voor het eerst in Krogs debuutbundel Dogter van Jefta (1970) en is ook het openingsgedicht in Waar ik jou word, de onlangs verschenen bloemlezing met ‘25 gedichten van Antjie Krog die iedereen gelezen moet hebben’, zoals de samenstellers en vertalers van deze tweetalige bundel grootmoedig aankondigen. Ze hebben gelijk, al weet ik niet of het per se deze 25 moeten zijn. Want ja, natúúrlijk moet iedereen Antjie Krog lezen. Zij is onbetwist een van de grootste levende dichters van dit moment. In Nederland misschien alleen te vergelijken met Remco Campert. Die overigens op het achterplat van de bundel laat aantekenen dat hij Krog Nobelprijswaardig acht. En daar zit wel wat in. Want wie als zeventienjarige ‘wat by jou sal bly soos ’n klein warm akkedissie’ noteert, kán uiteraard een geniale eendagsvlieg zijn. Maar wat als dezelfde auteur op haar 63-ste strofen presenteert als:

voor sy ’n dogtertjie was, was sy ’n melkhoutboom
die soutwind onderdeur haar oksels
die melksap in haar leeragtige blare
die fyn fyn haartjies op haar takke, die inkblinkbessies

[…]

voor sy ’n melkhoutboom was, was sy ’n kraalogie
̶ dit was nou nadat sy die wind was
haar haartjies is besig om vere te word
’n muggie trek haar snawel nader

(voor ze een meisje was, was ze een melkhoutboom
de zoute wind onder haar oksels
het melksap in haar leerachtige bladeren
de fijne fijne haartjes op haar takken, de besjes blinkend als inkt

[…]

voor ze een melkhoutboom was, was ze een brilvogeltje
̶ dat was dus nadat ze de wind was
haar haartjes groeien uit tot veren
een mugje trekt haar snavel dichterbij)

De overeenkomst met het vroege gedicht is duidelijk: een haarscherpe en zorgvuldig geformuleerde observatie wint aan kracht door een onverwachte (en daardoor ijzersterke) metafoor. Iedereen weet wat een hagedisje is, en zelfs ik kan me iets voorstellen bij een melkhoutboom (een hoog ding met takken). Maar de regels van Krog weken de metaforen los van hun letterlijke betekenis. Geen lezer denkt nog aan reptielen of stokoude hoogstammigen. Bij mij komen woorden als ‘aanhankelijkheid’, ‘gevoel’, ‘tederheid’ en ‘kwetsbaarheid’ op en dat krijgt alleen een goede dichter voor elkaar. In alle andere gevallen is de vergelijking van een meisje met welke struik dan ook tot mislukken gedoemd. Het gedicht in kwestie heet ‘’n dogtertjie in die tuin’ (‘een meisje in de tuin’) en heeft aan het eind nog een verrassing in petto:

’n dogtertjie vou haar palm oop: ‘ek
het ’n by betyds uit die water gered
ek praat mos by’ sy weet en sy weet

ook nié: hoe sy met haar gebinte hare
en boervoetjies reeds deel in die waaragtige:
niemand hoef haar ooit van God te leer

(een meisje vouwt haar hand open: ‘ik
heb net op tijd een bij uit het water gered
want ik praat Bij’s’ ze weet het en ze weet

het ook niet: hoe ze met haar strakgebonden haren
en boerenvoetjes al deelt in het waarachtige
niemand hoeft haar ooit iets over God te leren)

In die laatste regels komen minstens drie (maar misschien wel honderd!) visies op religie naar voren. Iets wat je niet hoeft te leren, als je dicht genoeg bij de natuur staat. Iets wat de meeste mensen aangeleerd is. Iets wat… vul zelf maar in.

Antjie Krog is voor mij in de eerste plaats de dichter van de mooie, poëtische, zingbare teksten, zoals het monumentale ‘Vertrekkend’, gezongen door Wende Snijders.

Maar Waar ik jou word slaat ook de rauwe kant van Krog niet over. Onverbloemde gedichten over opvliegers of de zwarte kant van het moederschap en het grootouderschap. En ook haar politieke anti-apartheidsgedichten ontbreken niet, gedichten waarin zij tevens haar eigen positie in Zuid-Afrika ter discussie stelt. Zoals in het mooie ‘grond’:

onder bevele van my voorgeslagte was jy besit
had ek taal kon ek skryf want jy was grond my grond

maar jy wou my nooit
hoe ek ookal strek om my neer te lê
in ruisende blou bloekoms
in bees wat horings sak in Diepvlei
rimpelend drink die trillende keelvel
in tafsytossels in leksels gom
in doringbome afgegly naar die leegtes

[…]

nou word geveg om jou
beding verdeel verkamp verkoop versteel verpand
ek wil ondergronds gaan met jou grond
grond wat my nie wou hê nie
grond wat nooit aan my behoort het nie

grond wat ek vergeefser als vroeër liefhet

(op bevel van mijn voorgeslacht was jij bezit
had ik taal kon ik schrijven want jij was grond mijn grond

maar mij wilde je nooit
hoe ik me ook uitstrekte om me neer te leggen
in ruisende blauwe eucalyptusbomen
in runderen die hun hoorns laten zakken in Diepvlei
rimpelend drinkt het trillende vel aan hun keel
in tafzijden tressen in druipend gom
in doornbomen afgegleden naar de leegten

[…]

nu wordt om je gevochten
wordt bedongen verdeeld verkaveld verkocht verstolen verpand
ik wil ondergronds gaan met je grond
grond die mij niet wilde hebben
grond die nooit aan mij heeft toebehoord

grond die ik vergeefser dan vroeger liefheb)

Antjie Krog is altijd kritisch over en betrokken bij Zuid-Afrika gebleven. Onlangs nog publiceerde zij een vlijmscherpe analyse (‘Jacob Zuma was een monster’) over de afgetreden president Zuma in een twee pagina’s groot artikel in NRC Handelsblad. Ook in haar afkeer van Zuma klonk de liefde voor het land door, het land dat zij vergeefser dan ooit liefheeft.

Met Waar ik jou word leveren de vertalers Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer een mooi en toegankelijk overzicht van deze ‘Nobelprijswaardige’ dichteres. Hun taak was zwaar en ondankbaar. Want zo welluidend en muzikaal als het origineel worden de vertalingen helaas nergens. Maar dat is bij zulke poëzie misschien ook wel te veel gevraagd.

Jan de Jong

Antjie Krog – Waar ik jou word. Podium, Amsterdam. 128 blz. € 15,00.

Antjie Krog is morgen te gast tijdens de Stadsdichtersavond in Groningen.

Deze recensie stond eerder in Levende Talen Magazine, 2018 nr, 3.

Zie ook de bespreking van Ronald Ohlsen.

0

Reacties