Een marathon van bijna 55 jaar

De anekdote die ten grondslag ligt aan Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween is te mooi om waar te zijn en zal het goed doen op feestjes en partijen. In 1912 wordt Kanakuri door Japan uitgezonden naar de Olympische Spelen in Stockholm waar hij de marathon voor zijn land moet winnen. Op de dag zelf wordt hij echter, op enkele kilometers voor de eindstreep, bevangen door de hitte. Hij verdwijnt uit de race, maar meldt zich niet af en verdwijnt ongezien. Officieel wordt hij vermist. In 1967 weet men hem weer op te sporen in Japan en wordt hij uitgedaagd de marathon alsnog uit te lopen. Zijn Olympische tijd is sindsdien ‘54 jaar, 8 maanden, 6 dagen, 5 uur, 32 minuten, 20 seconden en 3 tienden van een seconde.’

Een prachtig gegeven dat in de handen van een bekwame schrijver een interessante roman had kunnen opleveren, maar de Italiaan Franco Faggiani maakte er een bleek melodrama van. Zo laat hij Kanakuri vluchten uit Stockholm en zich aanmelden voor het Vreemdelingenlegioen in Frankrijk. Wat hij daar precies doet, wordt in een paar bladzijden afgedaan en in de rest van de roman wordt er ook niet op teruggekomen. Als hij na een lange reis eindelijk weer in Japan komt, verschuilt hij zich in een afgelegen gebied, waar hij onder een valse naam de beheerder van een heuvel vol kersenbomen wordt en kan contempleren over de wind, de bloesems en de jaargetijden. In werkelijkheid trainde Kanakuri volop voor de volgende Spelen en in 1920 en 1924 is hij ook daadwerkelijk uitgezonden. Een roman kent natuurlijk andere wetten dan het echte leven, maar waarom zou je drama verzinnen als je er verder niets mee doet?

Alles blijft even oppervlakkig in de roman. Kanakuri trouwt, krijgt vijf kinderen en voordat je het weet zijn er alweer drie kinderen dood. De rouw en zelfmoord van zijn vrouw komt even aan bod, maar de diepte van die gebeurtenissen wordt nauwelijks aangeraakt en door de schrijver niet invoelbaar gemaakt. Wel verliest Faggiani zich graag in quasi-wijsheden: ‘Onze vergissingen hebben geen gewicht of waarde meer als we ze met tijd en liefde bedekken.’ ‘Herinneringen hebben geen vaste verblijfplaats; ze zijn een makkelijk te verplaatsen koffer, zelfs als die soms erg vol zit.’

Je snakt naar de journalistieke versie van hetzelfde verhaal.

Coen Peppelenbos

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 7 februari 2020.

0

Reacties