Reizen met vooruitziende blik

Ook in de wereld van het literaire boek beginnen marketingtechnieken opgeld te doen die al sinds jaren op popterrein in zwang zijn. De liefhebbers van het werk van Bob Dylan of Bruce Springsteen, die de ‘greatest hits’ van hun idolen natuurlijk al lang in de kast hebben staan, worden met één of meer nieuwe, nog nooit eerder uitgebrachte songs lekker gemaakt om toch ook weer die nieuwe compilatie te kopen. Waarop verder alleen maar overbekend materiaal. Een truc volgens het principe van ‘oude wijn in nieuwe zakken’.

Uitgeverij De Arbeiderspers is er nu toe gekomen om de reisverhalen van Cees Nooteboom te herschikken. Verhalen die ooit verspreid over diverse bundels zijn gepubliceerd, werden nu op thema verzameld. ‘Van de lente de dauw is het eerste deel van een geheel nieuwe uitgave van de reisverhalen van Cees Nooteboom,’ meldt de uitgever op de eerste bladzijde. De volgende zin –  ‘als eerste werelddeel is Azië aan de beurt’ – maakt duidelijk dat de rangschikking hier naar continent geschiedt.

In Van de lente de dauw – wat een prachtige, poëtische titel overigens – staan verhalen die eerder in Voorbije passages, De wereld een reiziger, Een avond in Isfahan en Waar je gevallen bent, blijf je waren opgenomen, stuk voor stuk bundels die de gemiddelde Nooteboom-lezer al lang heeft. Bundels ook die niet bepaald zeldzaam zijn, die zelfs in goedkope edities ruimschoots voorhanden zijn.

Het lokkertje is het verhaal ‘Kyoto’ dat inderdaad niet eerder in boekvorm verscheen, maar wel al in twee tijdschriften – waaronder een Duits – heeft gestaan. De reiziger begeeft zich, volgens Nooteboom, in het moeras van de tegenspraak:

Na aankomst op zijn bestemming is hij weliswaar op de plaats waar de kunst die hij zoekt ontstaan is, maar hij is te laat. Het punt in de tijd waar hij eigenlijk had willen zijn kan hij nooit meer bereiken.

Deze constatering staat nu toevallig in dit verhaal, geschreven naar aanleiding van Nootebooms vierde reis naar Japan, maar zij geldt feitelijk voor alle verhalen, voor alle reizen die Nooteboom beschrijft. Altijd is er de paradox tussen de plek tóen en de plek nú: de reiziger die wel de plek kan bezoeken maar het is de plek in de tijd van de reiziger. Het liefste zou Cees Nooteboom in de tijd reizen.

Om dan nóg een paradox aan te stippen: de schrijver kan niet in de tijd reizen, maar de lezer wel. Neem het verhaal waarmee deze verzamelbundel opent: ‘Een avond in Isfahan’. Aan dit verhaal ontleende de reisbundel uit 1978 zijn titel. Het was deze bundel die de carrière van Nooteboom – die, héél jong, in 1954 (meer dan veertig jaar geleden!) had gedebuteerd met de roman Philip en de anderen – opnieuw glans gaf, die het begin markeerde van een periode van nieuwe creatieve en produktieve bloei én van (internationale) erkenning.

Maar goed, Een avond in Isfahan werd geschreven in 1975 en speelt in het Iran van de Sjah. De lezer maakt dus een reis door de tijd, hij bezoekt een land dat niet meer bestaat, een land dat in werkelijkheid voor de westerling ontoegankelijk of zelfs gevaarlijk is. Nooteboom besluit zijn verhaal met de vaststelling dat er volgens Amnesty International twintigduizend politieke gevangenen zijn. ‘De Sjah spreekt alleen over communisten, verraders en saboteurs. Politieke gevangenen zijn er, volgens hem, niet.’ Van een vooruitziende blik getuigt de slotzin:

Zeker is, dat het broeit in de kringen van puristische moslims, en zeker is ook dat door de stormachtige, buitensporig ambitieuze ontwikkeling krachten opgeroepen worden, die één man niet altijd alleen in de hand kan houden.

Wat er daarna gebeurde, weten we: de Sjah is dood, twintigduizend politieke gevangenen lijkt nu eerder een schatting aan de magere kant, de puristische moslims van Nooteboom hebben zich ontpopt tot fundamentalisten die onrust brengen in de hele islamitische wereld en die Iran in de greep van onderdrukking hebben gebracht.

De verhalen in Van de lente de dauw zijn alle herzien, aldus het colofon, maar dat dan heel summier. In ‘De schim van Nyogo’ werd van ’Japantentoonstelling’ ’Japan-tentoonstelling’ gemaakt, en uit hetzelfde verhaal werd een bladzijde geschrapt waarin een schampere opmerking werd gemaakt over ‘vakbondsleider’ Lech Walesa. Houdt die weglating verband met het feit dat Walesa nu president van Polen is? Ook daar heeft de tijd niet stilgestaan.

Frank van Dijl

Cees Nooteboom – Van de lente de dauw. De Arbeiderspers.

Deze recensie stond eerder in Algemeen Dagblad, 21 april 1995.

0

Reacties