Het grensgebied tussen schemer en duister

Antonio Moresco (1947) is een Italiaans auteur. Hij wordt gezien als een van de grondleggers van een nieuwe stijl in de Italiaanse literatuur na het postmodernisme en volgens Roberto Saviano behoort Moresco tot ‘ons literaire erfgoed’. Het lichtje in de verte is zijn eerste werk dat is verschenen in het Nederlands. De soepel lezende vertaling van de novelle is van de hand van Nini Wielink.

Een oude man heeft zijn intrek genomen in een vervallen huisje, zonder nutsvoorzieningen of enige luxe, in een compleet uitgestorven bergdorpje. Zoals hijzelf zegt is hij daar ‘gekomen om te verdwijnen’. Een opmerkelijke uitspraak, want het is de vraag wat hij bedoelt met ‘verdwijnen’. De dagen brengt hij door met het observeren van alles wat de flora en fauna in de omgeving hem biedt. Hij lijkt te praten met de zwaluwen die langs hem scheren en zit daarbij ‘roerloos op een ijzeren stoel waarvan de poten steeds dieper in de grond wegzakken’. Al op de eerste bladzijde zijn het deze motieven die de sfeer bepalen en regelmatig zullen ze terugkeren in deze novelle.

Niet alleen praat hij tegen zwaluwen, glimwormen en vlinders, maar ook tegen bomen. Alles om hem heen lijkt zijn oneindige fascinatie op te roepen, waarover hij filosofeert en zichzelf existentiële levensvragen stelt. Door middel van stream of consciousness laat auteur hem vertellen over al zijn handelingen, zijn hersenspinsels en over de elementen van de seizoenen, waardoor het verhaal een zintuiglijk karakter krijgt. Alsof je als lezer meeloopt door de verlaten straatjes, de kou van de sneeuw voelt en de verwondering ervaart over het natuurschoon.

Waar ben ik, vraag ik me af. Wat zie ik? Bestaat deze buitenwereldse plek die mijn ogen zien ook werkelijk? Ook al weet op de hele wereld niemand behalve ik dat die plek bestaat en dat er op dit moment een volstrekt eenzame man zijn lichaam voortbeweegt te midden van deze stenen overblijfsels waarover aldoor, dag en nacht, klimplanten voortwoekeren?

Wanneer de duisternis ingevallen is, ziet de anonieme ik-verteller aan de andere kant van het dal ineens een lichtje aangaan. Steeds op dezelfde tijd, het intrigeert hem. Om boodschappen te doen bij de stinkende winkel in het dorp daalt hij de volgende dag van zijn berg af. Dat zijn de weinige momenten dat hij menselijk contact heeft. Hij bezoekt iemand die zich bezighoudt met bovennatuurlijk leven. Deze oppert dat het licht misschien te maken heeft met de breuklijn door het gebied, de bevingen van de aarde die daardoor soms ontstaan en de energie van de aardstraling die licht kan veroorzaken. Het lichtje blijft hem danig bezig houden en geleid door zijn nieuwsgierigheid gaat hij op onderzoek uit.

‘Binnen, in een keuken, stond een jongetje in een korte broek met een geschoren hoofd. […] Sprakeloos keken we elkaar aan. Het jongetje had grote, ronde opengesperde ogen. In zijn openstaande mond was een afgebroken tand te zien.’

Ook het jongetje woont alleen in een verlaten dorpje in het bos. Regelmatig gaat de verteller bij hem langs. Hij blijft echter voor de openstaande deur staan en door hem hulp aan te bieden probeert het ijs te breken. ‘”Nee, dank u, ik ben gewend af te wassen,” antwoordde hij vriendelijk.’ De zelfstandigheid van het gereserveerde, ordelijke jongetje dat heel plichtsgetrouw zijn bezigheden heeft, is vertederend en fascineert hem steeds meer. Langzamerhand raken ze vertrouwd met elkaars aanwezigheid, mag hij binnenkomen en eten ze samen. Dan vertelt het jongetje hem dat hij elke avond beneden in het dorp naar school gaat. Nee, niet naar de dagschool, ‘”Die is voor de andere kinderen,” antwoordde hij.’

Moresco bouwt het sprookjesachtige verhaal langzaam op. Gedoseerd geeft hij aanwijzingen weg en creëert een sfeer die steeds mysterieuzer wordt. Er wordt een spelletje met de lezer gespeeld, door het introduceren van magisch-realistische accenten. Deze zijn onlosmakelijk verbonden met de werkelijkheid zoals de verteller die ervaart. Het antwoord op de vraag of het knulletje een zinsbegoocheling is of niet, wordt gestaag duidelijker. Er lijkt sprake te zijn van twee naast elkaar bewegende universums, waarvan de grenzen elkaar af en toe raken en gaandeweg transparanter worden. Realiteit en metafysische elementen versmelten met elkaar en vormen dan een eenheid.

In 2018 werd Het lichtje in de verte genomineerd voor de International Dublin Literary Award en in datzelfde jaar verscheen ook de film met de titel La lucina. De auteur zelf vertolkte de rol van de oude man.

De plot an sich is klein en minimalistisch te noemen, maar de thematiek, de symboliek en motieven zorgen voor een heel vol boek. Opvallend zijn de vele tegenstellingen, zoals onder andere: duister en licht, oud en jong, leven en dood, zon en sneeuw, zomer en winter, mens en dier. Ook het kalme, idyllische leven in afzondering staat haaks op het schrale, niet te stoppen proces van het verstrijken van de tijd, het leven en de seizoenen, met al hun elementen. De natuur neemt op onbarmhartige wijze bezit van de huisjes en ruïnes in het gehucht.

Waar de oude man vandaan komt, wat hij daar komt doen, waarom hij kiest te wonen in een gehuchtje met vergane glorie, we kunnen er alleen maar naar gissen. Hij laat merken gelukkig en tevreden te zijn, maar hij maakt zijn angsten en onzekerheden met betrekking tot de aardbevingen, wilde honden, de nietsontziende grillen van de natuur, ook duidelijk. Verrassend is de wisseling van perspectief aan het einde van het verhaal. Een einde dat in een onoplettend moment gemist zou kunnen worden, maar dan gaat de lezer een lichtje op en blijft hij achter met een beduusd gevoel.

‘En op een dag zal daar vlakbij nog een ander lichtje aangaan…’

Marjon Nooij

Antonio Moresco – Het lichtje in de verte. Uit het Frans vertaald door Nini Wielink. Oevers, Zaandam. 168 blz. € 18,95.

0

Reacties