Juweeltjes van raffinement

In De aanraking gaat Frans Pointl ons opnieuw voor in zijn hoogst particuliere wereldje dat ons sinds zijn debuut met De kip die over de soep vloog (verschenen in april 1989, genomineerd voor de AKO-iiteratuurprijs 1990) al enigszins vertrouwd voorkomt. Het is het kleine wereldje van een geïsoleerd levende, ouder wordende man die zijn schamele huurkamertjes en krotwoninkjes inricht met op de rommelmarkt bijecngescharreld meubilair, die er geen uitgesproken seksuele voorkeuren op na houdt en wiens liefde voornamelijk uitgaat naar zijn katten en naar zijn klassieke grammofoonplaten.

Het isolement wordt zorgvuldig in stand gehouden, gekoesterd, net als de ‘nette armoede’ waarin de hoofdpersoon (die dezelfde naam draagt als de schrijver) zich door het leven worstelt. Het eerste verhaal in De kip die over de soep vloog heet ‘De overlevenden’. Dat verhaal is de sleutel tot alle andere verhalen van Pointl: de beide bundels laten zich lezen als één roman. De chronologie waarin de gebeurtenissen zich afspelen is daarbij van geen betekenis, omdat ze niet tot een ontknoping leiden maar zich juist vanuit een ontknoping ontwikkelen. Je zou de twee verhalenbundels van Pointl met enige fantasie een omgekeerde ontwikkelingsroman kunnen noemen.

In zekere zin is de ontwikkeling van de ‘ik’ tot staan gekomen in de cruciale jaren 1940-’45. Hij is nog altijd de achterdochtige joodse jongen die samen met zijn dominante moeder dé oorlog overleefde, zich ook later die dominantie liet welgevallen en die van het leven geen verwachtingen koestert.

Frans Pointl keert in veel van zijn verhalen terug naar de jaren met zijn moeder. Wat op het eerste gezicht anecdotes lijken, zijn bij nader inzien juweeltjes van raffinement. Als Nescio schrijft Pointl geen woord te veel. In rake zinnen weet hij een sfeer te schetsen, een gebeurtenis tot de kern te ontleden. Hij is op zoek naar de emotie achter woorden en daden en weet die met een minimum aan middelen bloot te leggen — zonder sentimenteel te worden.

In het titelverhaal van De aanraking heeft de ‘ik’ een verhouding met een meisje van vijfentwintig dat tot weinig méér in staat is dan mooi te zijn. Als ze uitgaan, gaan ze naar het COC omdat Sientje daar geen last heeft van begerige mannenblikken. In de Volksgaarkeuken ontmoet de ‘ik’ Han, een gemeente-arbeider uit het Brabantse Veghel die zijn weekends vaak in Amsterdam komt doorbrengen.

Op weg naar mijn kamer verwonderde ik me erover hoe snel ik vriendschap had gesloten. Mijn contacten verliepen altijd stroef; in het op afstand houden was ik een expert.

De ‘aanraking’ heeft dan al plaatsgevonden: in overdrachtelijke zin voelt de ‘ik’ zich geraakt door de lange, verlegen jongeman met zijn mooie handen die bekent zowel jongens als meisjes gehad te hebben. De letterlijke aanraking is die tussen Han en Sientje op de dansvloer van het COC.

Ze perste haar lichaam tegen het zijne en maakte draaiende bewegingen met haar bekken. Op zijn gezicht verscheen een verwonderde blik, toen legde hij een slanke, grote hand op haar rug.

Naderhand zal blijken dat uit deze aanraking een nieuwe liefde ontstond waarbij de ‘ik’ met lege handen achterblijft. Hij is opnieuw bevestigd in zijn achterdocht jegens de buitenwereld.

Er is in deze bundel sprake van nóg een verhouding. Die met Joop, die ‘tijdelijk’ bij Frans intrekt. Opvallend is het ontbreken van enig initiatief bij de hoofdpersoon. Hij laat alles over zich heen komen, haast gedwee, alsof het buiten hem omgaat. De verhouding is gedoemd te mislukken, waarna de ‘ik’ zich weer kan terugtrekken in zijn veilige isolement.

Pointl, althans de ik-figuur, is eenzaam, maar niet alleen, want hij weet zich omringd door zijn katten. Het prachtigste verhaal uit De aanraking is ‘Poelie de Verschrikkelijke’, waarin een zwerfkat van geweldige afmetingen en met een ongehoorde kracht zich in huize Pointl laat opnemen. Hij bezorgt zijn nieuwe baasje bijna fijt, in de tuin doodt hij drie andere katten, hij springt een meeuw uit de lucht en als er iets van Wagner op staat, spitst hij zijn oren.

Een kennis van de ‘ik’, een medium, komt er tijdens een séance achter dat in het dier de geest van Hitler huist. Het reageert met een dikke staart als het met die naam wordt aangesproken. Bij de dierenarts laat Pointl het beest inslapen, en dan eindigt het huiveringwekkende verhaal (en daarmee het boek) met de ongelooflijke zin:

Waarschijnlijk ben ik de enige jood ter wereld die heeft gehuild bij Hitlers dood.

Veertien woorden die bewijzen dat Frans Pointl een groot schrijver is.

Frank van Dijl

Frans Pointl – De aanraking. Verhalen. Nijgh & Van Ditmar.

Deze recensie stond in Algemeen Dagblad op 6 december 1990. Frans Pointl overleed in 2015 op 82-jarige leeftijd.

1

Reacties