Te veel tegelijk

In de eerste roman van Jan Hontscharenko, verschenen drie maanden nadat de schrijver in de Nederlandse letteren debuteerde met de novelle De handkus, reist een ‘Jan’ naar het dorpje in de Oekraïne waar zijn moeder vandaan komt.

Het kost weinig moeite om je voor te stellen dat de hoofdpersoon samenvalt met de auteur. Hontscharenko is een in Nederland ongebruikelijke achternaam en de combinatie met de voornaam Jan zal nog zeldzamer zijn. Bovendien weten we dat Jan Hontscharenko sinds 1982 publiceert over Russische literatuur.

De ‘Jan’ in het boek laat geen gelegenheid voorbijgaan om toepasselijk geachte citaten uit het werk van de grote Russische schrijvers rond te strooien: hij moet wel een kenner zijn. Tenslotte stelt de flaptekst expliciet dat het inderdaad om een autobiografische roman gaat.

Me dunkt dat Hontscharenko een thema had. Zijn moeder was in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers uit haar dorpje Selo Lowin meegenomen naar Duitsland. Per trein. Na de oorlog komt zij in Groningen terecht, waar in 1951 Jan geboren wordt. Er is een gezinsleven, maar aan de vader wordt in het boek nauwelijks gerefereerd. De moeder, Ljoeba, heeft nooit meer willen reizen; vijftien jaar geleden is ze overleden.

In Amsterdam heeft Jan een Russische vriendin, Vera, die naar Moskou teruggaat voor de crematie van haar vader en daar blijft. Hij reist haar achterna, woont met haar samen tot zij hem wegstuurt. Vervolgens gaat hij via Kiev naar het Oekraïense dorp van zijn moeder, waar nog altijd zijn tante Nadja woont. Ook hij reist per trein.

Het buikbandje om het boek gewaagt van een ‘post-moderne treinreis van Amsterdam naar Rusland’, maar wat is een ‘post-moderne treinreis’? Dat de trein een belangrijke rol speelt in deze roman, blijkt natuurlijk al duidelijk uit de titel. ‘Perrongeliefden’ wekt, als je het een beetje binnensmonds uitspreekt, associaties met ‘ongeliefd’ en ‘per ongeluk’. Ik weet niet of Hontscharenko dat zo heeft bedoeld, maar het zijn verwijzingen naar het verhaal aan de basis waarvan immers het toeval ligt dat de moeder, ontworteld, in Nederland verzeild raakte.

Wanneer de trein de metafoor van het verlangen naar elders belichaamt, betekent dit dat moeder geen elders wilde kennen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de treinreis vanuit haar geboorteplaats Selo Lowin naar Duitsland een dodelijk trauma veroorzaakt

verklaart de schrijver zijn moeders reisangst. Zelf reist hij met de Moskwa-Express en in het kedoem kedoem van de trein herinnert hij zich hoe hij als kind met zijn treintje speelde. Op een andere bladzijde, als hij voor het eerst weer met Vera vrijt: ‘Genietend van haar strelingen, zag ik het merkwaardige beeld van twee trage treinen die lijnrecht op elkaar afkomen en dreigen te botsen, maar dan langzaam in elkaar opgaan, door elkaar heen vloeien en verder rijden, nu in een razende vaart met opeens allemaal kamelen in hun wagons…’

‘Ook in de taal denderen de treinen’, merkt Hontscharenko ergens anders op. ‘Ik had Nabokovs novelle De tovenaar meegenomen omdat hij daarin zijn hoofdpersonage voor de trein gooit.’ Het ernstige bezwaar van deze roman is het feit dat de lezer om de haverklap wordt geconfronteerd met de grote literatuurkennis van de hoofdpersoon. Schrijversnamen en boektitels vliegen je te pas en te onpas om de oren. Mensen spreken elkaar toe in citaten uit Drie zusters van Tsjechov: ‘Laten we naar Mosikou gaan. Er gaat in de hele wereld niets boven Moskou! Laten we gaan. Laten we er toch heen gaan!’ Iemand is zo gladgeschoren als Iskrina Romanova, vriendin van Vladimir Vojnovitsj in zijn roman Moskou 2012.

Het is jammer dat de schrijver in zijn eerste roman zo nodig zijn kennis moet tentoonspreiden. Dat is irritant, maar het getuigt ook van onmacht, want wie om iets te beschrijven de woorden van een ander gebruikt, heeft is ze kennelijk zelf niet kunnen vinden. Je kunt je niet onttrekken aan de indruk dat Jan Hontscharenko in dit boek te veel tegelijk heeft willen doen. Een essayistisch reisboek, een roman over een verloren liefde, een queeste naar de eigen achtergrond. Misschien trekt dat beeld bij als de aangekondigde delen 2 en 3 van de trilogie over liefde en afscheid, waarvan Perrongeliefden het eerste deel is, zijn verschenen.

Frank van Dijl

Jan Hontscharenko – Perrongeliefden. Arena.

Deze recensie werd eerder gepubliceerd in Algemeen Dagblad, 11 februari 1993.

0

Reacties