Hoe vaak strikten we al niet in de ochtend onze veters, ritsten we jassen dicht, bij wijze van schietgebed leeftocht doornemend (water, appels, gedroogd fruit, enig snoepgoed, stikkie, aansteker), de gedachten al het bos in, waarna de schoenen volgden, sparrennaalden en blad als relieken in het profiel verzamelend. Hoe vaak prezen wij niet de lucht (precies genoeg wolken) en vermengden we de geschiedenis van dit gebied met de verhalen van vandaag. We blijven het doen. Zolang de seizoenen het willen.

5