Ik was als kind niet goed in zondagmiddagen. Dat moment waarop de warme bedrijvigheid van de voorbije week was verdwenen. Gesloten winkels, lege straten, gevoelens van ongemak. En binnen de stilte, met alleen de machtige slinger van de comptoise in de gang en de traagheid van het lege uur. Op maandag begon het leven weer en was de zwaarte weer uit mijn gemoed verdwenen. Curieus genoeg verbeeldde ik mij op die zondagmiddagen altijd dat ik juist tegen de maandag opkeek.

5