Loopen tot in ‘t oneindige

Dit jaar schreef Ramsey Nasr, voormalig stadsdichter van Antwerpen en dichter des Vaderlands, het poëziegeschenk, getiteld Wij waren onder de betovering. Hiervoor liet hij zich inspireren door de honderden brieven die Vincent van Gogh gedurende zijn leven schreef. Die keuze is deels te verklaren door het thema van de poëzieweek, die loopt van 27 januari tot 2 februari: de natuur en ‘het verlangen naar buiten te kunnen’. Nasr voegde daar nog het motto ‘bloesemingen en overvloed’ aan toe.

Hij maakte zowel gebruik van brieven die Van Gogh in het Nederlands schreef als van hedendaagse vertalingen van zijn Franstalige brieven. Alsof dat nog niet moeilijk genoeg was, heeft Nasr alleen gebruikgemaakt van woorden, woordgroepen en zinnetjes die Van Gogh zelf ook geschreven heeft. Hij heeft ze enkel ‘losgeweekt uit hun context’ en in een andere volgorde gezet. Zo’n onderneming is gedoemd om te mislukken, zou je denken, maar dat is niet zo.
Het zijn mooie gedichten geworden. Het bundeltje bestaat uit tien gedichten van telkens ongeveer twee bladzijden. De cesuren, de losse puzzelstukjes tekst in de volgorde waarin Van Gogh ze opgeschreven heeft, worden gescheiden door lichtblauwe markeringen (hier aangegeven met | ). Deze zijn goed gekozen, want door de lichte kleur leiden de breuken minimaal af. Op deze manier kunnen de gedichten in de door Nasr beoogde vorm gelezen worden én zijn de frases van Van Gogh duidelijk.

De gedichten gaan over uiteenlopende zaken als verveling, vervoering, geestelijke inzinkingen en suïcidale gedachten, maar ook het ontsnappen in de natuur, en het genieten van de kleuren en de buitenlucht. De frases komen uit de brieven, maar ze komen ook goed tot hun recht als ze door een opgevoerde stem in een gedicht geuit worden.

De bundel begint met weemoed over de vervlogen jeugd: ‘ik bedoel de tijd dat men niet voelt dat men leeft/ en zonder moeite leeft’. In de gedichten die daarop volgen, passeren thema’s als werk en de liefde. Daarna volgt de onrust. De laatste twee gedichten zijn ondergebracht in een titelloze sectie – er zit een witte bladzijde tussen, die de breuk aangeeft. Hierin maakt Nasr de naderende dood van Van Gogh invoelbaar. De vorige sectie eindigde met

Het volgende gedicht, het negende, is een stuk onheilspellender. De spreker denkt over de dood na.

Die wens formuleert de spreker in de strofe erna nog een stuk krachtiger: ‘maar | dat de dood pas komt als hij moet komen/ dat zullen we nog wel eens zien |’

Het valt op hoe vaak Ramsey Nasr in de bundel hele zinnen van Van Gogh als dichtregels gebruikt. De meest prangende regels uit het bovenstaande gedicht heeft Van Gogh zelf zo aan het papier toevertrouwd. De brief is, zoals Revianen weten, een genre dat zich uitstekend leent voor allerlei literaire subgenres. Dat delen van brieven ook als poëzie kunnen dienen, heeft Nasr prachtig laten zien. Hij zag poëtische potentie in de zinnen van Van Gogh en hij maakte er strofes en gedichten van. Die puzzels zijn de ene keer geslaagder dan de andere keer – mij klinkt ‘me verdonkeremanen’ wat stroef en stram in de oren – maar elders creëert Nasr juist een heel natuurlijk verloop tussen de frases. De dichter laat de schrijvende schilder in zijn waarde. In de meeste gevallen faciliteert hij de poëzie alleen. Een uitzondering is de regel: ‘de middellandse zee heeft een kleur als | makrelen’. Daar is Nasr overduidelijk aan het werk.

Het samenspel tussen Nasr en Van Gogh heeft twee dingen bewerkstelligd. De lezer krijgt zin om Ramsey Nasr te (her)lezen en daarnaast nodigen de gedichten uit om de brieven van Van Gogh te gaan lezen. Wij waren onder de betovering is een zeer geslaagd poëziegeschenk.

Æde de Jong

Ramsey Nasr – Wij waren onder de betovering. Poëziecentrum. 29 blz. Gratis bij aanschaf van 12,50 aan poëzie.

6