Zwijgend en mooi in de rol van muze

Er zal niet bij iedereen een belletje gaan rinkelen bij het horen van de naam Julia, dochter van keizer Augustus, die leefde rond het begin van onze jaartelling. In de historische roman Julia wekt Rosita Steenbeek haar weer tot leven. Deze ‘vrijgevochten keizersdochter’– zoals de ondertitel luidt – lijkt bijna geheel verdwenen te zijn uit de geschiedschrijving, maar die is dan ook geschreven door mannen.

Het leven van Julia werd beheerst door de grillen van haar vader Augustus die, als machtigste man in het Romeinse rijk, kon doen wat hij wilde. Zo scheidt hij Julia al op jonge leeftijd van haar moeder omdat hij een andere echtgenoot verkiest. Later selecteert hij de huwelijkskandidaten voor Julia. Liefde speelt geen enkele rol in de drie huwelijken waartoe Julia gedwongen wordt, wel het voortbestaan van Augustus’ eigen machtspositie. Ze blijft haar hele leven verliefd op Iullus, de zoon van Marcus Antonius, een oude strijdmakker van Augustus. Die heeft Marcus Antonius echter laten doden toen deze een verhouding kreeg met Cleopatra en een gevaar vormde voor zijn eigen positie. Op een moord meer of minder werd in die tijd niet gekeken. Het hoeft geen betoog dat ook het bestaan van de op lezen en kunst verzotte Julia met haar geheime minnaar eindigt als een tragedie.

Julia is het zoveelste boek van Steenbeek over haar woonplaats Rome. Ze voert zich nadrukkelijk op binnen het boek, lopend door de stad, waarbij ze op plekken komt die in het historische verhaal een rol spelen. Dat heen en weer schieten in de tijd benadrukt het fictieve karakter van de roman en daardoor blijft ook de hoofdpersoon wat op afstand. Binnen de resten en ruïnes uit het verleden wordt een levensverhaal geconstrueerd, waarbij wel heel nadrukkelijk uitleg wordt gegeven:

‘Nikopolis ligt op het verbindingspunt tussen de zuidelijke en de noordelijke helft van het Romeinse rijk en symboliseert de eenheid,’ doceert Agrippa.

Of:

‘Weet je hoe de weg is gemaakt, mama?’ vraagt Gaius.
‘Nee, vertel.’
‘Eerst graven ze een kuil, dan doen ze er grote kiezels in, dan een laag grind, dan zand en daarop de platte stenen.’
‘Wat interessant. Hoe weet je dat?’
‘Van de leraar. En de weg is gemaakt voor het leger. Om het rijk nog groter te maken, zei grootvader. Hij zei ook dat hier zesduizend slaven aan kruisen hingen, want ze wilden de baas worden.’

Ook de rol van vrouwen komt zeer expliciet aan de orde. Als de rol van de volksvergadering bij de Grieken onderwerp van gesprek is, informeert Julia of er ook vrouwen aan deelnamen. ‘Nee, geen vrouwen en ook geen slaven en vreemdelingen.’ Later reageert Julia verbaasd als ze een dichteres ontmoet en krijgt dan uitleg:

‘Er zijn veel meer vrouwen die gedichten schrijven, maar ze worden niet uitgegeven. Vrouwen ziet men liever in de rol van muze, zwijgend en mooi.’

Al die toelichtingen, niet alleen bij de historische achtergronden, maar ook bij de emoties van de personages (‘Julia voelt hoe haar hart bonst.’), slaan de roman helaas een beetje dood.

Coen Peppelenbos

Rosita Steenbeek – Julia. Prometheus, Amsterdam. 320 blz. € 23,99.

Deze recensie verscheen eerder in een kortere versie in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 20 mei 2022.

0