‘Woorden na het spreken reiken naar de stilte’

Poëzie en muziek hebben gemeen dat je voor beide tijd nodig hebt om ze tot je te nemen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een schilderij dat je in één oogopslag kunt overzien. Met zijn Four Quartets, die hij los van elkaar tussen 1936 en 1942 publiceerde, schreef T.S. Eliot vier meditaties over de tijd. Als basis dienen herinneringen van de ouder wordende dichter, die een diepere betekenis krijgen in het licht van het heden. De bespiegelingen raken door vorm en inhoud soms bijna aan de abstractie van muziek.

De dichter zocht in de jaren voor publicatie van de delen regelmatig vertroosting in het vijftiende strijkkwartet in a (opus 132) van de late Beethoven. Hij hoorde er een hemelse, of in elk geval meer dan menselijke vreugde in, die de mens na een diep lijden kan voelen. Hij wilde graag eenzelfde soort verademing bereiken met zijn verzen, voordat hij zou sterven.

De vier kwartetten zijn elk op een eigen herinnering gebaseerd. Zo is Burnt Norton vernoemd naar het onbewoonde landgoed in Gloucestershire, dat Eliot met zijn vroegere geliefde Emily Hale bezocht, toen hij gescheiden leefde van zijn zenuwzieke vrouw. Vervolgens brengt hij deze herinnering tot een hoger plan, waarin het centrale natuurelement de lucht is en het thema de tegenstelling tussen het eeuwige ogenblik en de vergankelijke tijd. East Coker is het dorpje waar Eliots voorouders van de vijftiende tot de zeventiende eeuw woonden. Hij bezocht het in 1936 om het familiewapen in het glasraam te bewonderen. In de St. Michael’s Church aldaar is uiteindelijk zijn as bijgezet. Ook dit deel ontstijgt de herinnering, met het element aarde en het thema van de cyclische tijd, de seizoenen, levensfasen en de onontkoombare dood. The dry salvages is een rif ten noorden van Boston, waarnaar zijn voorouders in de zeventiende eeuw zijn geëmigreerd. Dit is de plek waar de dichter zijn jeugd doorbracht. In dit deel staat het element water centraal, en het thema is de tijd als natuurlijk proces, zoals in de getijden: we kunnen alleen aan de tijd ontkomen als we elk ogenblik als nieuw ervaren. Tenslotte is er Little Gidding, een afgelegen dorpje vlakbij Cambridge. In 1936 bezocht Eliot dit dorpje als een soort pelgrimage in de week voor Pinksteren. Het element is vuur en het thema is tijd als openbaring in de geschiedenis.

Het muzikale karakter van de cyclus wordt bepaald door verschillende elementen. Net als een symfonie of strijkkwartet bestaat deze cyclus uit verschillende delen, waarin thema’s steeds terugkomen: niet alleen de tijd, door de hele cyclus heen, maar ook binnen de delen zelf komen diverse thema’s terug. Daarnaast kunnen tegenstellingen werken als contrapunt in de muziek. Het strijkkwartet is de hoogste vorm van kamermuziek. Eliot beschouwde poëzie niet als een gevoelsuitbarsting, zoals de romantici in de tijd voor hem, maar als een volmaakt geconstrueerde vorm. Zijn cyclus is inderdaad strak gecomponeerd. Elk deel uit de cyclus bevat vijf delen, die zelf ook weer uit twee contrasterende delen bestaan. Bovendien is er veel variatie in tempo en karakter, in spreektaal en verheven taal, en in vrije en gebonden verzen. De compositie is voor die tijd revolutionair en doet denken aan Beethovens vijftiende strijkkwartet. De afwisseling in eenvoud en gelaagdheid, concretisering en abstractie is aangenaam:

De liefde is het meest zichzelf
Als hier of nu er niet meer toe doet.
Oude mensen moeten blijven verkennen
Hier of daar doet er niet toe
We moeten stilstaan en toch overgaan
Tot een andere spankracht
Voor meer eenheid, diepere verbondenheid
In de duistere kou en de lege woestenij,
De roep van de golf, van de wind, de weidse wateren
Van de stormvogel en de bruinvis. In mijn einde is mijn begin.

Deze uitgave met vertaling en commentaar van Paul Claes is bijzonder prettig, niet alleen vanwege de prachtige vertaling, maar ook vanwege de variatie die je zelf in het lezen kunt aanbrengen: je kunt je onbevangen overgeven aan de oorspronkelijke tekst, of juist met de vertaling beginnen en dan pas de oorspronkelijke tekst. Omdat ze naast elkaar staan, kun je beide goed vergelijken, en bekijken wat de vertaling met de betekenis, klank en het karakter van de oorspronkelijke tekst doet. Bovendien zijn er van elk deel een heldere analyse en ontstaansgeschiedenis achterin opgenomen. Al met al is de bundel een rijke bron van muzikaliteit, filosofische bespiegelingen en kennis, waarmee je vele ledige uren kunt vullen.

Dietske Geerlings

T.S. Eliot – Vier kwartetten. Vertaling en commentaar van Paul Claes. Koppernik, Amsterdam. 152 blz. € 24,50.

2