Gedichten die het leven én de dood overwinnen

In de nogal briljante Netflix-comedy Russian Doll van en met Natasha Lyonne komt de hoofdfiguur Nadia in een eigenaardige tijdlus terecht waarin ze keer op keer sterft en weer opnieuw tot leven komt op het feest voor haar 36ste verjaardag. Samen met een lotgenoot gaat ze op zoek naar de oorzaak van dat ongewone verschijnsel. Ik moest hier aan denken toen ik in Placebomens van Emma van Hooff het volgende gedicht begon te lezen:

de realiteit is dat je er te goed uitziet
voor iemand die tien keer doodgaat
vraagt dat fraaie hoofdje van je zich nooit af
of er nog iets op het spel staat
of je genoegen kunt nemen
met een saaie leeservaring
het meeste geld dat je ooit verdiende
was die keer dat je werd overreden door een auto

De overeenkomst tussen Nadia uit de serie en de jij-figuur uit het gedicht is duidelijk. Ze zijn allebei een product van fictie die de alledaagse saaiheid moet doorbreken. De vraag ‘of je genoegen kunt nemen / met een saaie leeservaring’ stuurt het gedicht meteen een poëticale richting in. Hoe absurd moet je uitgangspunt zijn, zo lijkt de vraag, om poëzielezers te kunnen boeien. Voor een grappige televisieserie is zo’n idee al sterk genoeg, maar de poëzie vraagt natuurlijk meer.

Het gedicht gaat dan ook verder, eerst over een vogel die zich tegen het raam te pletter vliegt, gevolgd door de vaststelling dat als dat tien keer gebeurt, de spanning er wel zo’n beetje af zou zijn. Waarna het gedicht terugkeert naar jij-figuur met een betere suggestie:

jij weet dat juist hier
je perfectionisme kan zegevieren
waar je maar een keer dood hoeft te gaan
om een punt te maken
een keer zal voldoende zijn als het een goede
spectaculaire diep nadreunende dood is
en als een ander datzelfde in tien pogingen evenaart
is dat geen overwinning
want iedereen hier zal weten dat jouw dood alles zei
wat er te zeggen was en daardoor zal het
een beetje stiller zijn

Eerder lazen we in een ander gedicht ‘emma van hooff kan wel tien keer dood / en telkens probeert ze het opnieuw’. Maar dat kan beter, lezen we hierboven. Heeft die ‘emma van hooff’ nog iets weg van Nadia uit Russian Doll, een aantal gedichten verder heeft de poëzie het definitief overgenomen van het dramatische effect.

De stijlfiguur van de zelfcorrectie (zoals in ‘Hij aarzelt – neen, hij aarzelt niet, – / Ten minste niet heel lang’ van Piet Paaltjens), laat zich in deze bundel over meer dan vijftien bladzijden uitvloeien. De poëticale verwijzingen zijn daarmee talloos, maar de belangrijkste is toch wel dat het gedicht de lezer aanspoort tot het relativeren van zijn eigen ambities, zijn eigen leven.

In het gedeelte ‘Offerlam, Persephone’ staan, hoe kan het anders, de onderwereld en, opnieuw, de dood centraal. Maar ook daar overheersen de onzekerheid en de twijfel, zoals in dit fragment:

in het hiernamaals aankomen is vreselijk voor twijfelkonten
kiezen moet je tussen die twee bergen daar
en je hebt geen idee of de linker de hel is en de rechter de hemel
of de linker de hemel en de rechter de hel
vanaf de grond ziet elke top er angstaanjagend uit
in het hiernamaals aankomen is vreselijk
dat was wel duidelijk
maar dan ook nog eens zelf moeten bepalen
hoe zwaar dat hart van je weegt ja vreselijk
de linkerberg lijkt een stuk minder hoog
wat je niet ziet zijn alle rotsblokken
waar je overheen moet klauteren
waardoor je de top niet bereiken zult
voordat je opnieuw alleen in slaap valt
in het midden van de rechterberg zit een lift

Ook hier oppert de poëzie weer werkelijkheden die in het alledaagse leven verborgen blijven – wat natuurlijk ook precies is wat we van gedichten mogen verwachten. Denk aan Remco Campert die in zijn gedicht ‘Poëzie is een daad’ de taal de ouderdom liet bestrijden. Echter:

Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom.
Tenslotte wint de dood, jazeker,

maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is een ontroering.

De verzen van Emma van Hooff leggen zich daar niet zo makkelijk bij neer. Het gedicht ‘in het hiernamaals aankomen is vreselijk’ begint juist pas na de dood. Niks stilte, niks ontroering, maar eerder een keuzestress die die van het dagelijks leven naar de kroon steekt. Ook het slot van dit lange gedicht durft de strijd aan met Camperts woorden ‘Tenslotte wint de dood’. Aangekomen in het hiernamaals bezorgt een hoge bloeddruk je namelijk nog hartproblemen ook. Maar uiteindelijk:

in het hiernamaals aankomen is
al een hele tijd geen adem kunnen halen
een enorme drang voelen om van deze berg af te springen
en je gaat het doen ook
en alles wat je nu voelt
alles alles
leeft

Dit is vanzelfsprekend een slot dat alleen in de poëzie mogelijk is. Het gedicht lapt alle natuurwetten aan zijn laars en manifesteert zich juist daardoor als poëzie. Dat is niet simpelweg een dichterlijke formulering van ‘wie schrijft die blijft’. Want het is niet Emma van Hooff die zich hier nieuw leven inblaast, nee, het is het gedicht zelf dat zich van een plaatsje in de levende eeuwigheid verzekert.

Hoewel niet alle gedichten in Placebomens even sterk zijn, munt de bundel zeker uit in wonderlijke observaties, bijzondere beelden en prachtige formuleringen. Bijvoorbeeld over het verschil tussen een mens en een steen, wat goed te zien is ‘wanneer je ze kapotslaat en van de een / niets overblijft terwijl de ander zich vermenigvuldigt’. Of de verwachtingsvolle beginregels van een gedicht uit de afdeling ‘Wat een kwetsbaar mechanisme, Placebomens’: ‘als ik iedere dag drie uur krijg om te leven / ben ik meestal binnen een uurtje klaar’. Het zijn de parels die een gewoon goede bundel tot een buitengewoon goede bundel maken.

Wat een placebomens precies is? De genoemde afdeling werkt het idee uit. Maar mij troffen de kernachtige regels:

wie zijn handen onder een kraan met fijngevoelige sensoren houdt
en geen waterstraaltje terugkrijgt mag zichzelf een placebomens noemen

Het gebeurde mij onlangs in de wc van een restaurant. Wie zei er ook weer dat goede gedichten altijd over de lezer gaan?

Jan de Jong

Emma van Hooff – Placebomens. Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen. 64 blz. € 19,99.

Deze recensie stond eerder in Levende Talen Magazine 2022-5.