Een droom van elf maanden

Op 9 november 1989 viel De Muur, op 3 oktober 1990 trad de DDR toe tot de Bondsrepubliek. Elf maanden was de DDR een republiek zonder functionerende staat. Het verhaal van Lutz Seilers grote roman Stern111 speelt zich grotendeels af in die elf maanden. Daarmee sluit Stern111 chronologisch aan bij Kruso, Seilers eerste roman, gesitueerd op het Oostzee-eiland Hiddensee, gedurende het laatste jaar voor de val van De Muur.

In Stern111 – de titel is ontleend aan de naam van de eerste draagbare transistorradio van DDRmakelij – keert Carl, een 20’er, kort na 9 november terug naar Gera, naar zijn ouders. Die tot zijn verbazing hebben besloten naar het Westen te vluchten. Carl wordt geacht op hun huis en op de Zjigoeli, hun Russische auto, te passen. Hij rijdt er echter mee naar Berlijn, Oost-Berlijn welteverstaan, waar hij na enige omzwervingen in een krakersgroep wordt opgenomen.

De groep moet zich toeleggen op ‘a-guerrilla’, aldus haar informele leider. Nogal verrassend blijkt die ‘a’ niet voor ‘alternativo’, maar voor ‘arbeiders’ te staan. De a-guerrilla richt zich tegen de
projectontwikkelaars uit West-Duitsland, die voor een habbekrats onroerend goed opkopen en slopen om kantoren te bouwen. Gereedschappen voor het opknappen en onneembaar maken van de gekraakte panden steelt de groep op de bouwplaatsen waar projectontwikkelaars al hebben toegeslagen.

Carl is naar Berlijn gegaan om zich als dichter te ontplooien, maar voorlopig dwingt hij vooral
bewondering af als metselaar. Hij blijkt het enige groepslid dat over zulke praktische vaardigheden
beschikt. In het geïmproviseerde kraakcafé komen ook Russen – begin 1990 waren er nog honderdduizend Russische soldaten in Oost-Duitsland. In een van de vele vertakkingen van het verhaal ontdekken zij Carls talent om geblinddoekt in dertig tellen uit de losse onderdelen een kalasjnikov in elkaar te zetten en ze organiseren duels.

Wat tot en met het voorjaar van 1990 een idealistische, anarchistische commune is, wordt steeds
meer aangetast door commercialisering in de zomer van 1990. De bar wordt een heus café-restaurant,
de straat een prostitutiezone, er komen huurcontracten, de D-mark verdringt het Ostmark-blik en de
projectontwikkelaars rukken op. En Carl? Carl vindt en verliest liefde, krijgt zelfvertrouwen als dichter en leert van zijn ouders dat elke droom, hoe gek ook, het verdient gekoesterd te worden.

Elf maanden werd de DDR overeind gehouden door onzelfzuchtige solidariteit. In deze magistrale roman vertelt Seiler de geschiedenis van die elf maanden, gezien door de ogen van een dichter in wording.

Hans van der Heijde

Lutz Seiler – Stern111. Vertaald door Herman Vinckers. Meridiaan, Amsterdam. 584 blz. € 26,99.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 6 mei 2022.

0