Zoals dominee Jacob Craandijk in 1888 over de Vliet tussen Delft en Leiden schrijft, zo loopt het water anno 2022 nog immer door het Zuid-Hollandse landschap, al moet je steeds dieper graven om het te zien:

‘als een kalme, vriendelijke, echt Hollandsche trekvaart, met het jaagpad en de witte paaltjes, de weilanden en de kleinere buitenverblijven. (…) ‘t Is alles eenvoudig, maar er ligt over het gansche tafereel een waas van vrede en welvaart, die ‘t ons doen begrijpen, dat de vreemdeling van een reisje met de trekschuit langs den bloemtuin aan de boorden van den Vliet geenszins de minst aangename herinneringen meêneemt, als van een eigenaardig opwekkend genot, dat alleen in ‘Holland’ is te smaken.’

7