De gekwelde fietsenmaker en alles wat nog in het verschiet ligt

Het geheim van de fietsenmaker Raoul Taburin is niet echt een geheim voor de lezer. Na de introductie van het schattige, klassieke Franse dorpje, Saint-Céron, met zijn vlijtige middenstand in een omgeving van rust en landerigheid, staan we stil bij de fietsenmaker in het dorpje: Raoul Taburin. Hij weet alles van fietsen, repareert iedere piep of knars, maar kan zelf niet fietsen. Het lukt hem niet. Hij krijgt het niet gedaan:

Raoul Taburin (had) de grootste moeite om de geheimzinnige machten te bedwingen van de middelpuntvliedende kracht, de aantrekkingskracht van het aarde en de wetten van de zwaartekracht.

De jonge Raoul plooide zich in allerlei bochten om maar niet te hoeven fietsen, iets wat hem uiteindelijk opvallend gemakkelijk afgaat. In het dorp heeft niemand ooit iets door, zelfs niet toen hij nota bene fietsenmaker werd. Maar toch, leven met zo’n geheim gaat niemand in de kouwe kleren zitten.

Het fraaie van de vertelling zit in deze discrepantie: wat de lezer wel weet, weten de dorpelingen niet. Het levert een mild-ironisch geheel op, waarbij het vriendelijke, zachtaardige van het dorp mooi afsteekt tegenover de innerlijke worsteling van de fietsenmaker. Alle gebeurtenissen die zich in en om het dorp afspelen, staan in het tegen van die strijd. Taburin, altijd op zijn hoede, wordt verrast door de aardige portretfotograaf die zich in het dorpje vestigt. Deze Hervé Figougne wordt zijn beste vriend, al blijft ook voor hem het geheim geheim. Tot de dag dat Figougne Taburin voorstelt om een heroïsche actiefoto te maken, op twee wielen welteverstaan. Taburin kan er echt niet meer onderuit.

Jean-Jacques Sempé, de Franse illustrator en stripmaker die onlangs op 89-jarige leeftijd overleed, schreef en tekende Raoul Taburin in 1995. Niet veel van zijn werk werd eerder in het Nederlands vertaald: tussen 1961 en 2009 verschenen bijna dertig eigen titels en een heleboel verhalen van anderen met zijn illustraties, waarvan Le Petit Nicholas (op scenario van René Goscinny) tot het Franse erfgoed behoort. Af en toe verscheen er een verzameld werk in het Nederlands, dan een willekeurig boek, maar nooit werd zijn oeuvre opgepakt. Dat uitgeverij Oevers nu de handschoen oppakt is te prijzen. Intussen is er een tweede druk verschenen, binnen twee maanden, dus de voortekenen zijn goed.

De vertaling van Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen is heel fraai, soms op het on-Nederlandse af. Dan kiezen ze voor buitenissige oplossingen of lopen de zinnen raar op een grappige, aanstekelijke manier. Sempé heeft een paar geestige taligheden in zijn verhaal verpakt en die komen ook in de vertaling goed tot hun recht. De lokale middenstanders bijvoorbeeld hebben allemaal zaken die de dorpelingen met hun eigennaam benoemen: de plakjes worst van de slager Auguste Frognard heten frognards en de brillen van de opticien heten bifailles, naar Frédéric Bifaille. Zo heten de fietsen van Taburin uiteraard taburin.

Het geheim van Raoul Taburin is een prima kennismaking met het werk van Sempé. Sempé-liefhebbers halen uit dit vriendelijke verhaal hoop voor de nabije toekomst: dat het succes van dit boek het werk van Sempé eindelijk voluit en voor een groot publiek beschikbaar kan worden. Volgend voorjaar verschijnt bij Oevers het mooie Marcellin Caillou van Sempé, dus er wordt aan gewerkt. Hulde.

Stefan Nieuwenhuis

Jean-Jacques Sempé – Het geheim van Raoul Taburin. Oevers, Zaandam. 96 blz. hardcover. € 22,50.

0