In de reeks ‘Drieluik’ leest en bespreekt Willem Goedhart drie boeken die sterk met elkaar samenhangen of op elkaar voortbouwen. Deze zomer buigt hij zich over de klassieke mythe van Pygmalion en Galathea, allereerst verteld door Ovidius in zijn Metamorfosen, gevolgd door moderne bewerkingen van Richard Powers en Madeline Miller.

Wat als de vrouwelijke personages uit de Griekse mythologie een stem zouden krijgen en in het middelpunt van de beroemde verhalen komen te staan? Dit uitgangspunt zien we in de literatuur vaker terug, van Pat Barkers The Silence of the Girls – waarin de geslachtofferde vrouwen van de Trojaanse Oorlog aan het woord komen – tot Madeline Millers Circe, over de boze tovenares uit de Odyssee die een menselijk personage vol psychologische diepgang wordt. Classica Miller had eerder al veel succes met The Song of Achilles, waarin het verhaal over de onaantastbare Griekse superheld vanuit het perspectief van zijn trouwe vriend, en in Millers versie zijn geliefde, Patroclus wordt verteld. Tussen het werk aan deze lijvige boeken door schreef Miller de novelle Galatea, waarin het marmeren beeld van Pygmalion een stem krijgt. Dit geïllustreerde boekje is deze zomer opnieuw uitgegeven in een handzame editie en naar het Nederlands vertaald door Jacqueline Smit.

De mythe van Pygmalion zoals deze door Ovidius wordt verteld is vrij kort en eenvoudig: de beeldhouwer schept een marmeren beeld van een jonge vrouw waar hij verliefd op wordt, aangezien de vrouwen in zijn omgeving hem niet kunnen bekoren, en dat na zijn offers door de godin Venus tot leven wordt gewekt, waarna ze trouwen en hun dochter Paphos krijgen. Een aanzienlijk deel van zijn summiere, door Orpheus gezongen vertelling, besteedt Ovidius aan fonkelende beschrijvingen van Pygmalions liefde, die hij uit door zijn beeld te versieren met kleren en juwelen die hij haar schenkt en haar te liefkozen alsof ze een mens van vlees en bloed is. Wanneer het naamloze beeld transformeert in een echte vrouw is het verhaal ook vrijwel direct afgelopen, terwijl je als lezer toch benieuwd bent hoe dat werkt: hoe zal een uit marmer geschapen geliefde zich staande houden in het leven van haar schepper?

Madeline Miller gooit het sprookjesachtige ‘ze leefden nog lang en gelukkig’ waar Ovidius op hint rucksichtslos over boord en schept een veel wranger maar waarachtiger vervolgverhaal: de vrouw, Galatea geheten, is door Pygmalion (die in dit verhaal geen naam krijgt: een mooi subtiele spiegeling) in een soort inrichting gestopt waar ze door verpleegsters en een dokter koest wordt gehouden met allerlei middeltjes. Hij bezoekt haar regelmatig en speelt dan met haar een spelletje waarin Galatea doet alsof ze opnieuw tot leven wordt gewekt, waarna hij zijn nederige schepping routinematig verkracht. Na afloop probeert Galatea hem ervan te overtuigen haar te bevrijden en zo te herenigen met haar dochter, maar de beeldhouwer wil er niks van weten. Hij werkt zelfs aan een nieuw beeld van een jong meisje dat hem hopelijk minder last zal bezorgen. Deze onvervulde verlangens van Galatea vormen de kern van de melancholieke vertelstem die Miller haar geeft.

In the countryside, Paphos would teach me. Look, she would say, you can use sticks for the letters, and I would say, But some of them are round. And she frowned and said, You’re right, shall we go to the beach and use sand? So we did, and it was better than sticks, and even better than the tutor’s tablet, because the sea washed it for you. She was a bright girl, very bright, and I didn’t have to tell her to say nothing to her father.

Desalniettemin is het boekje geen grote klaagzang geworden. Galatea laat merken dat zij zich meer dan bewust is van haar marginale plek in de wereld, maar ze zint op een uitweg. Bovendien neemt ze de mensen in haar omgeving, zowel de dokter en verplegers als haar schepper, allesbehalve serieus. Met een cynisch maar vrolijk gevoel voor humor beschrijft ze als een soort Hendrik Groen avant la lettre de dagelijkse taferelen in het sanatorium en hoe het personeel haar benadert.

‘You know what I think would be good for my colour? A walk,’ I said.
‘Oh no,’ she said. ‘Not until you’re better. Feel how chilled your hands are?’
‘That’s the stone,’ I said, ‘like I told you. It can’t get warm without sun. Haven’t you ever touched a statue?’
‘You’re chilled,’ she repeated. ‘Just lie back, and be good.’ She was rushing a little by then, because I had mentioned the stone twice, and this was gossip for the other nurses, and a breathless reason to speak to the doctor. They were fucking, that’s why she was so eager.

Uiteindelijk weet Galatea zich dankzij een slimme list te bevrijden uit haar gevangenschap en keert ze terug naar het huishouden van Pygmalion, waar een korte maar fatale confrontatie volgt. Over het einde van het verhaal en de motieven van Galatea valt te twisten, maar in ieder geval weet Madeline Miller de mythe op een meer bevredigende manier af te ronden dan Ovidius dat doet. Ze heeft met recht een eigentijdse en eigenzinnige stem gegeven aan een passieve vrouw uit de klassieke oudheid en moderniseert zodoende op geslaagde wijze het aloude en veelvuldige bewerkte verhaal. In stilistisch opzicht is het boek minder briljant dan haar eerdere werk, de hoekige stijl doet soms bijna denken aan iemand als Hemingway, en het verhaal is ook wat beknopt om veel indruk te maken, maar wel een fijne leeservaring.

In het nawoord licht Madeline Miller toe waarom ze dit specifieke verhaal heeft geschreven, wat in dit geval een betere interpretatie van de tekst biedt dan ik zelf kan bedenken. Over de mythe in Ovidius’ Metamorfosen schrijft ze het volgende:

Pygmalion’s happy ending is only happy if you accept a number of repulsive ideas: that the only good woman is one who has no self beyond pleasing a man, the fetishization of female sexual purity, the connection of the ‘snowy’ ivory with perfection, the elevation of male fantasy over female reality.

Het zal duidelijk zijn dat Miller in haar Galatea precies het tegenovergestelde bewerkstelligt: het tot leven gewekte beeld heeft een eigen persoonlijkheid en verlangens, en ze is niet van plan om dienstbaar te zijn aan de mannen die haar omringen, van de dokter tot Pygmalion. Over het mannelijk hoofdfiguur, de ‘held’ bij Ovidius, heeft Miller ook nog een mededeling:

As for Pygmalion, I accepted him exactly as Ovid made him. The term ‘incel’ wasn’t in wide circulation when I wrote this, but Pygmalion is certainly a prototype. For millennia there have been men who react with horror and disgust to women’s independence, men who desire women yet hate them, and who take refuge in fantasies of purity and control.

Hoe het is om samen te leven met zo’n dominante man heeft Miller in Galatea beschreven, waarmee ze de Griekse mythe van Ovidius heeft opgepoetst en vooral de rollen omgedraaid, met een vrouwelijk hoofdfiguur dat haar lot in eigen handen neemt, in een voor onze tijd zeer relevant verhaal, zij het met de nodige bitterzoete randjes.

Willem Goedhart

Madeline Miller – Galatea. Bloomsbury Publishing, London. 60 blz. € 9,39.
Madeline Miller – Galatea. Vertaald door Jacqueline Smit. Orlando, Amsterdam. 80 blz. € 17,50.

1