‘We hadden de kwetsbaarheid over ons afgeroepen’

Is het verantwoord in deze tijd nog een kind op de wereld te zetten? Wat ontzeg je jezelf als je dat niet doet, maar wel graag wilt? Het zijn vragen die al enkele generaties bezighouden en desondanks steeds actueler worden. Peter Zantingh benadert dit dilemma waarmee zoveel mensen in de vruchtbare jaren van hun leven worstelen, ingenieus én liefdevol in zijn vierde roman Tussentijds.

Robin, de ik-persoon, is opgegroeid tussen de eindeloze reeks jaargangen van Reader’s Digest, die een voorliefde voor feitjes en de loop van de geschiedenis in hem hebben aangewakkerd. Net als zijn vader vecht hij steeds opnieuw voor het behoud van Amelisweerd, ‘de achtertuin van Utrecht’. Zijn vriendin Tess tekent en heeft net haar eerste prentenboek gepubliceerd. Aan het begin van het verhaal is Tess in Duitsland om daar in een boekhandel haar nieuwe prentenboek te presenteren. Robin zit met hun tweejarige zoontje Mats in de trein om haar achterna te reizen. Al vrij snel wordt duidelijk waarom hij haar achterna reist. Er was namelijk door de uitgever een doos met haar prentenboeken bezorgd, op het moment dat Tess al weg was. Hij had de doos geopend en door het prentenboek gebladerd, waarvan hij de hele wordingsgeschiedenis had meegemaakt. Hij dacht alle tekeningen te kennen, tot zijn oog op iets was gevallen, wat hem had doen besluiten haar na te reizen.

Het boek is spannend. Tot het einde weet je niet wat hij nu precies in het prentenboek heeft gezien. Het lijkt iets essentieels. Bovendien geeft hij diverse malen aan dat hij, door haar achterna te gaan, hun relatie kan redden. Hoe zal hij zijn vriendin daar treffen? Toch zit de kracht van het boek niet per se in deze spanning. Er zitten ontroerende observaties in van een jonge vader. Zo kijkt hij in de trein naar de ogen van Mats die, als hij uit het raampje kijkt, steeds een nieuw aanknopingspunt zoeken in het wegschietende landschap:

Daarna merkt hij met glunderende verbazing het croissantpuntje in zijn linkerhand op. Een jongetje van twee kan een stukje brood in zijn eigen knuist vinden als een volwassene een briefje van vijf in een oude spijkerbroek.

Dat steeds wegschietende landschap is overigens exemplarisch voor de tijd die steeds tussen Robins vingers door glipt. Hij wil de intieme momenten met zijn zoontje vasthouden, en realiseert zich dat hij steeds maar alles kwijtraakt. Zo verzucht hij dat hij bijna elke dag bij zijn zoontje is en nog steeds bijna alles mist:

Met regelmaat werden software- en hardware-updates uitgevoerd. Dan pakte ik hem ’s ochtends uit bed en zou ik zweren dat ik een nieuw model in handen had. Alsof er ’s nachts drie centimeter, een paar honderd gram, een verbeterde motoriek en een nieuwe toepassing van de stembanden waren toegevoegd. Zo ontnam de tijd ons alles waar we ons net mee verzoend hadden.

Niet alleen Robin kampt met dit voortdurende verlies. Zijn vader heeft net de diagnose Alzheimer gekregen en is zich maar al te goed bewust van zijn geheugenverlies. Als hij zijn kleinzoon vasthoudt, spreekt hij de angst en tegelijkertijd de wetenschap uit dat hij hem straks, als hij weer naar huis gaat, kwijt zal zijn. Deze angst voor verlies is prachtig verankerd in alle lagen van de roman, want ook de strijd om het behoud van de aarde komt voort uit deze angst. De treinreis kun je zien als de voortdenderende tijd. Zelfs de omslag met de kleine ruitjes van de trein is veelbetekenend: in plaats van de verschuiving van het landschap zie je steeds hetzelfde beeld. Het lukt Robin niet zo goed om met de tijd mee te reizen. Hij kijkt voortdurend achterom om te constateren dat hij weer iets verloren is en zo krijgt de lezer het begin van de relatie van Tess en Robin mee.

Het grootste dilemma waar de twee mee worstelen, is de vraag of zij wel een kind op de wereld mogen zetten. Welke belofte geven ze daarmee aan het kind? Kan het nog wel een leven volmaken, als er allemaal klimaatrampen in het verschiet liggen: ‘Wie maakt er verstandige langetermijnkeuzes in de koplampen van een aanstormende vrachtwagen?’ Als het kind er eenmaal is, hebben ze de kwetsbaarheid over zich afgeroepen en ontkomen ze niet meer aan de voortdurende angst het te verliezen.

Anders dan in veel andere millennialromans, waarin relaties veelal uitzichtloos zijn en er veel moeite wordt gedaan, maar nauwelijks voor elkaar, klinkt er in deze roman bijna op elke bladzijde een liefdevolle gehechtheid aan het leven door, en aan het kind. Die vind je in de dialogen tussen Robin en zijn vader, tussen Robin en Tess, maar ook in de subtiele observaties van het alledaagse. In het slot openbaart zich een haast magische verrassing die het boek boven zichzelf doet uitstijgen.

Dietske Geerlings

Peter Zantingh – Tussentijds. Das Mag Uitgevers, Amsterdam. 176 blz. € 20,99.

0