Eenvoudige schetsen, uit het leven gegrepen

Het is niet nodig om een verhaal van begin tot eind te vertellen om een treffend beeld van iemands leven op te roepen. Dat laat Hedda Martens zien in haar nieuwe verhalenbundel Bij wijze van leven. In verhalen van soms maar één of twee bladzijden duikel je als lezer onbekende levens in, ben je de ene keer een oude man, de andere keer een jonge vrouw. Wat alle verhalen verbindt, is dat de situaties waarin je terechtkomt uit het leven gegrepen zijn en daarom herkenbaar zijn, soms iets te herkenbaar.

Met de titel refereert Martens aan de uitdrukking ‘bij wijze van spreken’. Die uitdrukking gebruik je wanneer je een vergelijking maakt om iets te verduidelijken. Misschien dat haar verhalen een vergelijkbaar effect hebben: door de levens van andere mensen in te wandelen, krijg je een kijkje in hoe de mens zoal zijn dag doorbrengt en vooral met wat voor gevoelens en gedachten, waardoor je de gelegenheid krijgt jezelf te spiegelen: de kleine ergernissen die personages hebben, de angst of de onzekerheid, confronteren je met je eigen gevoelens en gedachten:

En dan al die vragen, goedbedoeld: of het een beetje gaat inmiddels, slaap je wel genoeg, nog maar zo kort geleden – dat de tijd toch de beste heelmeester is. Dat het wel even duurt natuurlijk, ieder seizoen moet op zijn minst een keer langs zijn geweest. En het werk, dat lukt wel? Al die tijd gewoon doorgegaan? Goed van je hoor, dat is toch het beste.

In een paar zinnen bouwt Martens een context op: iemand heeft waarschijnlijk een geliefde verloren en krijgt van anderen goedbedoelde vragen. Opvallend is dat beide situaties herkenbaar zijn: je kunt je voorstellen hoe weinig een nabestaande aan zulke oppervlakkige vragen en dooddoeners heeft, maar je kunt je tegelijkertijd voorstellen hoe lastig het is om iets zinvols te zeggen tegen iemand die net een geliefde verloren heeft. Je gaat je als lezer misschien ook afvragen: stel ik ook zulke goedbedoelde vragen aan een ander, die daar vervolgens eigenlijk niets aan heeft?

Omdat de bundel negenenzestig verhalen bevat, is het bijna niet te doen deze achter elkaar door te lezen, zonder dat het je gaat duizelen. Steeds opnieuw moet je je verplaatsen in het leven van een ander. Dat hoeft ook niet natuurlijk. Een dichtbundel lees je meestal ook niet achter elkaar uit. Toch zit daar een belangrijk verschil. Een gedicht nodigt meestal uit om een aantal keer achter elkaar te lezen en er langer over na te denken, omdat het meestal gelaagd is en vaak een complexe constructie bevat. Dat is bij deze bundel niet het geval. De situaties zijn vaak eenvoudig en zo herkenbaar dat je niet heel lang aan het denken wordt gezet. Nu staat er op de flaptekst dat volgens Trouw haar stijl secuur en scherpzinnig is, volgens NRC monter en helder, volgens De Limburger ‘om vlinders mee te vangen’, maar na zoveel verhalen is de verrassing wel een beetje verdwenen en worden de stukjes voorspelbaar.

Het mooiste verhaal vind ik het tweede, waarin de hoofdpersoon op bezoek gaat bij zijn vrouw, waarschijnlijk in een verzorgingshuis. Het is voor het eerst dat zijn vrouw hem niet herkent en dat raakt hem natuurlijk. Een groot gevoel van verlatenheid overvalt hem, totdat hij ineens beseft dat hij een nieuwe jas aan heeft en het misschien wel daardoor komt dat zij hem niet herkent. Hij neemt de proef op de som, doet het bezoek over, zonder zijn nieuwe jas, en dan? Precies, daar zit de verrassing, die een glimlach om de mond van de lezer veroorzaakt.

Je kunt Bij wijze van leven misschien het beste omschrijven als een bundel eenvoudige schetsen. In een paar, soms best fijnzinnige lijnen, bouwt Martens een stukje leven op. Wie graag langdurig in zo’n zachtaardige, milde stemming blijft, kan zijn hart ophalen aan de negenenzestig schetsen. Wie ontregeling zoekt en wat diepere confrontaties, kan beter een ander boek kiezen.

Dietske Geerlings

Hedda Martens – Bij wijze van leven. Querido, Amsterdam. 200 blz. € 20,00.

0