Recensie: Antonin Artaud – De Indiaanse cultuur
De laatste der gedoemde dichters
In 1936 vertrok Antonin Artaud 1896 – 1948), dichter, toneelschrijver, acteur en regisseur naar Mexico, ‘op zoek naar een waarheid die de mensen in Europa kwijt zijn’. In Frankrijk had hij in de vroege jaren 1930 een reputatie als avant-gardist verworven met zijn ideeën over radicale vernieuwing van het theater. Ideeën, geïnspireerd door zijn eigen interpretatie van surrealisme en psychoanalyse, die hij als theatermaker gestalte gaf met de door hem in 1932 opgerichte theatergroep ‘Theater van de Wreedheid’. Of dat een veelzeggende naam is, laat ik hier in het midden.
Na een half jaar van opiumgebruik in Mexico-stad trok hij ondervoed naar Chihuahua, in het noorden van Mexico, waar hij aan een sjamanistisch peyotl-ritueel deelnam, drie etmalen van dans, trance en hallucinaties, veroorzaakt door het drinken van Ciguri.
Hij verbleef tussen de Tarahumara, een Indianenvolk dat in denken en doen ‘in alles het tegendeel is van het geciviliseerde westen, waar de mensen wonen die door de geesten verlaten zijn.’ Waar ik hierboven citeerde, deed ik dat uit het nawoord van Robbert-Jan Henkes bij zijn vertaling van De Indiaanse cultuur. De Indiaanse cultuur is een van de teksten waarin Artaud teruggrijpt op zijn bezoek aan de door hem zo bewonderde Tarahumara. Het is een gedicht, dat hij, samen met de tekst Ci-gît (Hier rust) op 25 november 1946 in een adem heeft geschreven, met de bedoeling beide tijdens een radio-uitzending voor te dragen.
Het is een woeste tekst, geschreven in een taal die (zeg ik vertaler Henkes na) ‘even associatief [is] als klankrijk, als recht voor zijn raap’. Het gaat Artaud veeleer om de klank van de woorden en het ritme, of beter: de ritmes, en wat die oproepen, dan om talige betekenis:
ternauwernood geworpen woorden,
die het niet tot zijn hebben gebracht –
Je zou kunnen zeggen dat hij met deze en andere teksten uit die tijd de trance van de peyotl-rite probeerde te herbeleven, dan wel toehoorders – de radioluisteraars – er de klanken van te laten horen en zo iets te laten ervaren van die trance. Het gedicht komt het best tot zijn recht als je het luid en met veel pathos declameert en niet schroomt de woorden met gebaren te onderstrepen. Doe dan wel eerst ramen en deuren dicht, want er komen ook regels langs als deze: ‘Kaffer van pis van de helling van een harde kut.’ Gebruik je smart- of iphone om je voordracht op te nemen, luister jezelf terug en geniet van de rauwe kracht van Artauds woorden.
De uitgever heeft aan de vormgeving van De Indiaanse cultuur veel aandacht besteed, met een fraaie, bijzondere uitgave als resultaat. De oplage is beperkt tot 123 exemplaren, liefhebbers moeten er dus snel bij zijn.
Hans van der Heijde
Antonin Artaud – De Indiaanse cultuur. Vertaling en nawoord Robbert-Jan Henkes. Vleugels, Bleiswijk. 16 blz. € 24,50.
