Recensie: Iulian Bocai – Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu
Elegie voor een Roemeense jongen
Wat weet ik eigenlijk van de Roemeense literatuur? Het zwarte schaap van de Europese literatuur heette die te zijn, maar dat verwijt is al lang achterhaald, als het al ooit terecht was. Een paar grote namen schieten me te binnen: Norman Manea, Mircea Eliade, Mircea Cartarescu. Verder: de sterke invloed van de Franse avant-garde op die literatuur, met name van het Franse surrealisme, en het in Roemeense verhalen en romans verwoorde, zelden aflatende besef dat ‘het zijn’ in wezen volkomen absurd is. We mogen aannemen dat moeten leven onder de voorwaarden van absurdistisch-communistische dictatuur van Nicolae Ceausescu daar mede debet aan was.
Onlangs verscheen een vertaling van Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu, een slechts 121 bladzijden tellende, Roemeense roman (novelle? verhalenbundel?) die bestaat uit negen verhalen over lotgevallen uit de eerste zeven levensjaren van het jongetje Prita Barsacu. De Roemeense uitgave is van 2018 en is het debuut van Iulian Bocai, vertaler, essayist en als literatuurwetenschapper verbonden aan de Universiteit van Boekarest.
Aan Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu is een tekst toegevoegd, getiteld ‘Begrafenisrituelen’, waaruit je zou kunnen opmaken dat Prita een broertje was van de grootmoeder van de verteller en dat Prita’s lotgevallen gesitueerd moeten worden in de late jaren 1960 of vroege jaren 1970. Maar het enige waaruit je kunt concluderen dat de verhalen zich afspelen in de communistische tijd is het een paar keer vallen van de naam STAVAT, Station van Auto’s en Tractoren, een staatsvoorziening voor collectieve landbouwbedrijven.
Bocai past geen surrealistische literaire technieken toe en een absurdist is hij ook niet, wat natuurlijk niet wil zeggen dat hij geen oog heeft voor de absurde kanten van Prita’s bestaan en van het zijn in het algemeen. Geen surrealist, geen absurdist, geen francofiel, Bocai zet niet een Roemeense literaire traditie voort, zoveel is wel duidelijk. Warm melancholisch, kun je dat zeggen over een stijl? Vooruit, Bocai toont zich in dit boek een warm-melancholisch realist. Het ‘aangrijpende’ uit de titel mag dan pretentieus klinken, Bocai maakt dat adjectief volkomen waar.
Prita is zoon van een proletarische vader die nooit goed heeft leren lezen en schrijven en een moeder wier geestesziekte zozeer bezit van haar heeft genomen dat zij niet meer los vertrouwd is en daarom meestal in een hok op het erf opgesloten zit. Een oudere broer van hem zuipt, vecht als hij dronken is en belandt in de gevangenis. Armoe en alcohol bepalen het leven in de paar straten van het dorpse achterbuurtje waar Prita woont. De bewoners halen een rest van gevoelens van eigenwaarde uit het nog net gunstig afsteken bij de zigeunerfamilies die achter de laatste straat in een kampement wonen. Prita’s vriendinnetje Stanca komt uit dat kamp.
Prita is intelligent. In zijn belangstelling voor de kleine natuur van insecten en in zijn drang tot ordening toont hij zich een Linnaeus in de dop. Dankzij zijn slimheid weet hij zich staande te houden tussen de jongens uit de buurt, die meest een paar jaar ouder zijn dan hij. Ziet hij in hun gelijkenis met hun vaders de contouren van hun toekomst? Die, dat weet hij zeker, ook de zijne zal zijn, al was het maar omdat hij geen andere wereld kent?
Veel van hen groeiden op, respecteerden hun echtgenote en hadden hun kinderen lief. Veel van hen groeiden op, sloegen hun echtgenote en hun kinderen en zo ontstond er een balans tussen onwetendheid en geweld en liefde, die ervoor zorgde dat hun wereld altijd hetzelfde bleef, (…).
Achter de dijk stroomt de rivier. Soms snel, om even verderop de turbines van de krachtcentrale aan te drijven, soms traag, als het waterpeil is gezakt. In de rivier zwemmen is riskant vanwege de verraderlijke stromingen, maar meer nog omdat de met algen begroeide betonplaten die de oevers beschermen spekglad zijn, zodat je alleen met hulp uit het water kunt komen. De donkere diepte jaagt Prita angst aan. Maar om een paar centen te verdienen gaat hij toch, nog voor zonsopkomst, in zijn eentje in Baboi’s bootje de rivier op om diens netten binnen te halen.
Prita’s milieu is dat van de door demoralisering getekende maatschappelijke onderkant van een Roemenië van pakweg vijftig jaar geleden. De staat is aanwezig in de vorm van het STAVAT, de waterkrachtcentrale, Prita’s armoedige schooltje en de gevangenis, maar onzichtbaar als het gaat om vorming en opvoeding, of als wegbereider en inspirator voor een stralende toekomst. De staat is ook geheel afwezig in gesprekken tussen de bewoners van dit achterbuurtje. Vreemd? Misschien. Maar misschien ook heel realistisch. Hoe dan ook draagt die afwezigheid bij tot de universele betekenis van het verhaal van Prita. Wat de kwalificatie wereldliteratuur precies betekent is mij nooit helemaal duidelijk geworden, maar wat die ook is, Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu komt er vast voor in aanmerking.
Hans van der Heijde
Iulian Bocai – Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu. Vertaling Charlotte van Rooden. De Geus, Amsterdam. 142 blz. € 15,99.

Klein boek, groot talent. Ik kwam het toevallig tegen, een geweldige vondst.