De onderstaande recensie komt uit 2004.

Een fraaie stoel

Deze kleine maar fijne roman schetst het leven van een stoel. Geen gewone stoel, anders was dit nooit zo’n meesterwerkje geworden. De schrijver neemt ons mee naar de tijd toen de kunststroming De Nieuwe Stijl, in het leven geroepen roepen door Mondriaan en Doesburg, in Europa rond de jaren twintig van de vorige eeuw furore begon te maken.

Alles zou anders worden, niet alleen de schilderkunst, maar ook de architectuur, ja, de wereld zou opnieuw worden ingericht op basis van de principes van deze constructivistische kunststroming. In Duitsland ontstond mede hierdoor een architectuur- en en designstroming die ook nu nog grote invloed heeft het Bauhaus. En hier zoomt schrijfdebutant Willem van Zadelhoff buitengewoon pakkend en verraderlijk eenvoudig op in.

Bijna achteloos laat hij zien hoe de mensen van Bauhaus werkten. Hij laat ons kennismaken met de wijnhandelaar Katz die ergens bij Arnhem een nieuw huis wil bouwen dat gebaseerd is op ‘zon licht en lucht’. Deze man hoort via-via over de Bauhausclub en na lang heen-en-weergeschrijf verschijnen op een dag in Arnhem twee fameuze en zeer jonge leden van Bauhaus, de historische architecten Stam (Nederlander) en Breuer.

Ze besluiten pas een ontwerp voor het huis te maken wanneer ze eerst een stoel hebben ontwerpen die past bij de gedachten van Katz en die de menselijke maat voorop stelt. Het huis moet bij de stoel passen niet andersom. Kortom, deze jonge architecten demonstreren nauwgezet volgens welke principes het Bauhaus opereerde.

Ze gaan aan het werk, daarbij geholpen door de zoon van de wijnhandelaar en ten slotte is de stoel klaar. Dit is het mooiste stuk van het boek: de besluitvorming over de stoel, het maken van de stoel zelfk de geheimzinnigheid, waarbij de heldere schrijftrant van Van Zadelhoff bijzonder fraai functioneert. Hij is er niet op uit nog maar eens een abstract verhaal over een oude idealistische richting in de architectuur op papier te zetten, maar wil concrete beelden erbij oproepen. Zodat wij erbij stil kunnen staan en ook stil kunnen staan bij de ontwikkeling en het bouwen van moderne stoelen. Hij betrekt ons bij zijn boek.

Het geld voor het nieuwe huis is er uiteindelijk niet, alleen de stoel blijft over. En de kleinzoon van de wijnhandelaar hoort dat de stoel ten slotte teruggestuurd is naar het Bauhaus-museum in Berlijn. Hij reist erheen en komt uiteindelijk achter de verblijfplaats en de geheimen van de stoel. Waarom nebben Stam en Breuer dit prototype van alle moderne stoelen nooit in hun werk genoemd? Waarom is hij nooit in het Bauhaus-museum terechtgekomen? Van Zadelhoff geeft er een verklaring voor en zijn verhaal blijft boeien omdat hij het zo laconiek en kaal vertelt alsof hij tegen je praat.

Dit is een zeer bijzonder boekje ik weet niet eens precies waarom. Is het de stijl? Zo licht dat het bijna zonnig is. Is het de terloopse manier van een verhaal vertellen die Van Zadelhoff tot in de puntjes beheerst? Of alleen deze precieze geschiedenis van een stoel die ineens met volle kracht voor me stond? Ik heb zin om er lang over te peinzen.

Kees ’t Hart

Willem van Zadelhoff – Een stoel. Meulenhoff, Amsterdam. 146 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 9 januari 2004.