Recensie: Willem van Zadelhoff – Holle haven
Deze recensie van Holle haven komt uit 2006.
Verbeelding en architectuur
In de ingenieuze roman Holle haven zet Willem van Zadelhoff de eenmaal ingeslagen weg van zijn eerste boek, Een stoel (2003) met succes voort. Weer neemt hij ons mee in de wereld van de architectuur, dit keer gaat het om de ontwikkelingen van na de Tweede Wereldoorlog, zonder dat hij al te lange en theoretische beschouwingen hierover te berde brengt.
Van Zadelhoff doet graag net alsof hij toevallig even een paar zinnen over architectuur kwijt wil, maar ondertussen staat daar dan net zeer precieze en gedegen informatie in. Ik hou van literatuur waarin je een wereld binnen gebracht wordt die je niet kent en waarbij je steeds het gevoel hebt dat iemand aan het woord is die er werkelijk alles vanaf weet, zonder dat het pedanterie wordt of oeverloos gezever. Ja, de jeugd of de liefde of de wanhoop van een schrijver, dat geloof ik zo langzamerhand wel, en dan dat gezeur over ouders of leraren of vriendjes die
niet altijd aardig waren, get a life, denk ik dan altijd, maar architectuur…nee, dat wist ik nog niet, kom het me vertellen, verbaas me.
De schrijver slaagt erin drie levensgeschiedenissen bij elkaar te brengen zonder dat je het idee hebt dat het er allemaal met de haren bij is gesleept. De Nederlandse architect Viktor Vonk, diens vrouw Ada Limonard en de Duitse architectuurpublicist Bernhard Mörtenböck. De eerst twee stammen uit de fantasie van de schrijver, maar de laatste heeft werkelijk bestaan ontdekte ik op Wikipedia. Hij overleed op 2 februari 2006 en schreef inderdaad de artikelen die de schrijver in het boek noemt. Het artikel ‘Nein! Nein! Nein!’ schreef hij werkelijk in 1968. Toen ik deze titel las, dacht ik dat Van Zadelhoff’s verbeelding hier wat te veel met hem op de loop was gegaan, maar hij schreef het dus echt. Mooie dingen zijn dit.
Hij maakt overigens van Mörtenböck een interessant figuur. Hij reist naar Arnhem om een grote tentoonstelling van de architect Vonk te openen, zijn relatie met Vonk passeert de revue, een onverwerkte wrok over de dood van zijn broer bij de Slag om Arnhem speelt hevig op. Van Zadelhoff weet hoe je met enkele rake zinnen een hele wereld kunt oproepen.
Ook leven en dood van Vonk krijgen een indringende aanpak. Diens vlucht als jongetje uit het belegerde Arnhem, zijn langzamerhand groeiende fascinatie voor architectuur, het verzet van zijn ouders en de mecenas die hem op de juiste weg brengt. Geen oeverloze beschrijvingen en beschouwingen, deze schrijver wordt gek als hij zich daarop zou betrappen. Maar korte, functionele zinnen, net als de functionele architectuur waar hij zo’n hartstochtelijk aanhanger van is.
Op het perron ruikt het naar kroketten. Viktor Vonk – lang, slank, kort grijs haar, in het zwart gekleed – kijkt op zijn horloge. Het is negen uur. Over vier minuten vertrekt de ICE 105 naar Frankfurt.
Dit is uitstekend schrijven, puntig en precies, het gebruik van de tegenwoordige tijd zorgt ervoor dat je direct betrokken bent bij het geheel. Misschien krijgt de vrouwfiguur van Ada Limonard wat te weinig ruimte binnen de hele opzet, maar ook zij komt tot leven binnen de fraaie, verfijnde en overtuigende tweede roman van dit schrijftalent.
Kees ’t Hart
Willem van Zadelhoff – Holle haven Meulenhoff/Manteau, Amsterdam, 214 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 14 april 2006.
