Recensie: Erik Vlaminck – Het Nachtlicht
Niemand laat sukkelaars zo mooi struikelen
Als de wereld een schouwtoneel is, dan richt Erik Vlaminck zijn zoeklicht bij voorkeur op de acteurs die in de schaduw staan of bijna naast het podium vallen. In Het Nachtlicht geeft Vlaminck een inkijk in de groezelige maatschappelijke onderbuik van Antwerpen begin jaren ‘90. Via de tragikomische figuur van ‘straatloper’ Ronny Van De Kieboom maakt de lezer niet alleen kennis met junks, criminelen en prostituees, maar ook met een unieke microkosmos van samenhorigheid en mededogen die kan ontstaan in een volkscafé zoals Het Nachtlicht.
Het is een wereld die de Vlaamse auteur Erik Vlaminck (1954) zelf goed gekend heeft. Vlaminck werkte begin jaren ‘90 als straathoekwerker in Antwerpen, onder andere in de buurt van het Sint-Jansplein en van café Het Nachtlicht, dat ook echt bestaan heeft. Je proeft als lezer de levensechtheid: de dikke walmen sigarettenrook, de bitterzoete geur van het verschraald bier, de jukebox waarop levensliederen van Jo Leemans of Frank Sinatra grijs worden gedraaid en de cafébazin die als een soort gemeenschappelijke moeder met een natuurlijk gezag waakt over haar klanten.
Het is tegen die achtergrond dat Vlaminck vertelt over de ondergang van Ronny Van De Kieboom. Of beter: hij laat Ronny zelf het verhaal doen. Een verhaal van iemand die aan lagerwal geraakt door een opeenstapeling van ellende en slechte keuzes. Een scheiding, een faillissement en een groeiend alcoholprobleem: voor hij het goed en wel zelf beseft, sukkelt schilder Ronny in een daklozenbestaan waarbij hij broodkorsten van de grond moet rapen ‘die voor de duiven waren gestrooid’ en waarbij hij om te overleven – en voor het financieren van zijn drankverslaving – moet bedelen en geld moet zoeken in kleine criminaliteit zoals het stelen van airbags.
In de grauwe rafelranden van Antwerpse maatschappij komt Ronny niet alleen in contact met kleurrijke figuren met namen zoals Zwarte Stanny, Dikke Freddy (de briefschrijver die bekend is uit ander werk van Vlaminck en die hier een bijrol krijgt), Half-Zeven Donker en Johnny Cash, maar ook met Nicky. Nicky is een 17-jarige knokige prostituee die opgroeide als ‘villakind’ in de rijkere rand rond Antwerpen maar ook in de miserie belandt. Ronny probeert zich op te werpen als de beschermengel van Nicky. Het is een wanhopige poging om in het reine te komen met de verkwanselde band met zijn eigen zoon. ‘Hij heeft het in zijn hoofd gehaald dat hij me gaat redden. Hij kan zichzelf niet eens redden’, zo vat Nicky het treffend samen.
Niemand laat arme sukkelaars en maatschappelijke outcasts zo mooi en elegant over het leven en over zichzelf struikelen als Vlaminck. De humor is vaak wrang en bijna bij elke lach loeren pijn, schaamte of verdriet om de hoek.
Bij momenten legt hij het er iets te dik op en ook de opeenstapeling van dramatische gebeurtenissen aan het slot voelt wat aangedikt of ‘gechargeerd’. Maar er zit absoluut iets van schoonheid in de momenten waarop Vlaminck een zonnestraal laat reflecteren in een donkere regenplas. Het gaat dan om de kleine daden van mededogen en (mede)menselijkheid op momenten van bittere miserie. Soms zit het in een klein gebaar zoals een hand op een schouder op het juiste moment of in het aanbieden van een nieuwe kans na een resem gemiste kansen, of in iemand gemeend een ‘serieuze mens’ noemen of zelfs maar het opstaan in de tram om plaats te maken voor een ‘oud vrouwtje met een poedeltje’.
Het Nachtlicht is de eerste uitgave van de nieuwe coöperatieve uitgeverij Weerwoord, een initiatief van boekhandelaar Gerd De Bie. In oktober verschijnt ook Vlucht van Elvis Peeters bij de uitgeverij.
Maarten De Rijk
Erik Vlaminck – Het Nachtlicht. Weerwoord, Heist-op-den-Berg. 192 blz. € 21,99.
