Meesterlijk slot van familiekroniek

Leïla Slimani rondt met Neem het vuur mee haar trilogie en familiegeschiedenis Het land van de anderen meesterlijk af. Het derde deel gaat over de jongste generatie in de familie, de zussen Inès en Mia, en dan met name over de relatie tussen Mia, schrijfster, en haar vader Mehdi, die als econoom met een belangrijke positie uiteindelijk in de gevangenis belandt. Mia en Inès wonen dan als jongvolwassenen in Londen en Parijs. Het verhaal wordt nog een stuk later verteld, wanneer schrijfster Mia last heeft van brain fog en een neuroloog haar aanraadt haar eigen ‘madeleines’ te vinden, de ingang van Proust naar associatief denken en willekeurige jeugdherinneringen.

Dit is, zou je kunnen zeggen, uiteindelijk het begin van de hele trilogie, maar alleen in dit laatste deel vertelt personage Mia ook zelf. In de trilogie leef je namelijk mee met de verschillende familieleden, vanuit hij-/zij-perspectief, de focus wisselt. Maar Neem het vuur mee opent met ik-verteller Mia. Het is onmogelijk om niet te denken dat Mia op z’n minst gebaseerd is op Leïla Slimani, zelfs als je beseft dat de hele familiegeschiedenis vooral fictie is en de vertelster dat in de epiloog ook benoemt (want er zijn geen dagboeken en manuscripten). Op de voorkant is een foto van Slimani zelf afgebeeld. In de omschrijving noemt de uitgever dit boek het ‘meest persoonlijke deel’. Het dankwoord spreekt van de herinneringen en vrienden aan het Descartes-lyceum, ook belangrijk in de roman en de epiloog daarvoor is dan wel nog in handen van Mia, maar ontzettend persoonlijk geschreven.

Die persoonlijke kracht – al dan niet fictief – ligt echter niet alleen in handen van de jongste generatie. Op pagina 92 opent een nieuw hoofdstuk met de zin: ‘Allereerst zou ik bloemen moeten kopen.’ Wat volgt is een interne monoloog van Aïcha, moeder van Mia, die haar eigen verjaardagsfeestje voorbereidt. Die paar pagina’s zijn door de bloemen en het feestje, maar vooral door de stijl zo ontzettend Mrs Dalloway dat de lezer een geheel nieuwe blik krijgt op Aïcha, op haar zorgen, op haar relatie met haar man (econoom Mehdi). Ook dit is in stijl een breuk met de eerdere delen en het is ontzettend sterk gedaan, het geeft de roman meer intertekstuele en emotionele diepgang. Datzelfde geldt voor de eerdergenoemde madeleines. Mia’s madeleine lijkt een bezoek aan de verlaten boerderij van haar grootouders, die al vanaf de eerste roman een belangrijke rol speelt.

De trilogie in het kort: het eerste deel, Mathilde, gaat over de Franse Mathilde, die verliefd wordt op de Marokkaanse soldaat Amine en met hem in de jaren vijftig een leven opbouwt op een boerderij in Marokko. Amines familie speelt ook een rol, met diverse broers en zussen, van wie Selma een terugkerend personage is. Het is een zwaar leven op de boerderij, waar Amine uiteindelijk ondanks veel weerstand en droogte een succesvol bedrijf weet te creëren. Ze krijgen twee kinderen, Aïcha en Selim. Het tweede deel, Kijk ons dansen, gaat over deze twee kinderen als jongvolwassenen en ook nog over Mathilde, Amine en Selma. Selim trekt met hippies op en belandt uiteindelijk als fotograaf in New York. Aïcha studeert in Frankrijk en wordt arts; ze ontmoet haar man Mehdi. Hun dochters Mia en Inès gaan in de jaren negentig naar Franse scholen en leven steeds tussen twee culturen; ze zijn niet echt Frans, maar beheersen ook het Arabisch niet. De ontwikkelingen in Marokko spelen een rol: van de onafhankelijkheidsstrijd in de jaren vijftig met grote spanningen tussen Fransen en Marokkanen, naar de meer dwingende rol van koning Hassan II, steeds meer politieke gevangenen en een steeds beperktere vrijheid van meningsuiting. Dat laatste is in Neem het vuur mee uiteindelijk te zien in de gevangenschap van vader Mehdi, iets waar ze al jaren bang voor waren. Ook de culturele vrijheden en beperkingen staan centraal, zeker die van vrouwen. Mia is lesbisch en ervaart dat ze geen veilige plek heeft in de Marokkaanse cultuur. In Parijs en Londen is ze wel vrij.

Een familiegeschiedenis met politiek-historische achtergronden, het is een gewaagde onderneming. Niet elke lezer heeft het geduld voor dergelijke intergenerationele verhalen. Het deed me denken aan Verloren grond van Murat Isik, een minstens zo omvangrijk verhaal, dat Isik in één boek vertelde. Bij zo’n epos is altijd de vraag hoe je de lezer blijft meeslepen. In de eerste twee delen van Slimani’s Het land van de anderen kun je denken dat de anekdotes willekeurig zijn gekozen. Juist als je goed in de ene verhaallijn zit, gaat het verhaal naar een ander familielid, dat ook interessante dingen meemaakt. Het houdt daardoor vaart, maar je vraagt je soms af waarom je niet meer van die ander te weten komt. Het derde deel geeft daar antwoord op, laat zien dat al die lijnen, anekdotes en associaties naar Mia leiden. Het zijn haar gereconstrueerde herinneringen, het is haar verbeelding van een voorgeschiedenis die uitmondt in haar leven, in wie zij is op dat moment. Tegelijkertijd is het een heel slimme keuze om dat niet zo vanaf boek 1 in te zetten, want dat zou te gekunsteld zijn. Bovendien is elke roman ook op zichzelf te lezen. Meeslepend is ook – als altijd – Slimani’s stijl: wervelend, speels, intelligent en soepel. Vertaler Gertrud Maes heeft daar geen enkele moeite mee, het is bijzonder soepel en slim vertaald. In alle opzichten is deze trilogie het lezen waard.

Michelle van Dijk

Leïla Slimani – Neem het vuur mee. Vertaling Gertrud Maes. Wereldbibliotheek. 368 blz. €24,99.