Een varende hel

Ten noorden van het Japanse eiland Hokkaido ligt de Zee van Ochotsk, die aan westelijke en oostelijke kant wordt begrensd door respectievelijk Russisch-Siberisch vasteland en het eiland Sachalin. Tussen mei en november, als er weinig of geen ijsgang is, wordt er gevist op krab. Japanse visserij-ondernemingen deden dat honderd jaar geleden al op grote schaal met fabrieksschepen, voorzien van inrichtingen om het krabbenvlees aan boord in te blikken. Zo was het mogelijk gedurende de maanden van het vangstseizoen lang op zee te blijven en geen tijd te verliezen met het steeds aan land moeten brengen van de bederfelijke vangst.

Het krabbenschip van het gelijknamige verhaal van de Japanse schrijver Takiji Kobayashi (1903 – 1933) is zo’n fabrieksschip. Kobayashi baseerde zijn tekst op een feitelijk verslag van een opstand aan boord van zo’n schip, die eind jaren 1920 moet hebben plaatsgegrepen.

Kobayashi’s krabbenschip, de Hakkomaru, vertrekt uit de haven van de stad Hakodate met aan boord een paar honderd arbeiders, voor wie aanmonstering het laatste redmiddel was tegen werkloosheid, bedelstaf en honger. Op de Hakkomaru is de kapitein alleen in formele zin gezagvoerder, want ook hij is onderworpen aan de brute macht van de opzichter, aangesteld door de visserij-onderneming. Zijn taak is zorgen voor maximalisatie van de arbeidsproductiviteit van de arbeiders aan boord bij minimalisering van de kosten voor hun levensonderhoud. Zijn bevoegdheden zijn vrijwel onbeperkt; helaas is ook zijn wreedheid dat.

Kortom, de ruimen van de Hakkomaru zijn ringen van de hel. Het onderkomen van de arbeiders is een veel te klein, bedompt en smerig hol, het weinige voedsel dat ze krijgen nauwelijks eetbaar en het fabrieksgedeelte een hel van stank en lawaai. Wie onderpresteert of protesteert krijgt slaag en zieken – typische ondervoedings- en uitputtingsziekten als beriberi grijpen om zich heen – worden aan hun lot overgelaten. Voor dit proletariaat nadert Verelendung het punt waarop het nog slechts de keus heeft tussen willoos ten onder gaan en zijn ketens verbreken.

Dat klinkt als Marx en dat klopt. Kobayashi was een communist en lid van de communistische partij. Als communistisch schrijver zal hij onmiddellijk de literaire mogelijkheden hebben ingezien die het feitelijke verhaal van de opstand op een krabbenchip bood: zo’n fabrieksschip was een wereldje op zichzelf, waar alle ellende van de kapitalistische uitbuiting zich samenbalde tot een onmenselijk systeem en waarvan de beschrijving een voor alle lezers te begrijpen, zeer realistisch beeld zou opleveren. Door dat uit te vergroten tot hun hele sociaal-economische wereld, zouden die lezers gaan inzien hoezeer ze bedreigd werden door kapitalistisme en Verelendung en wat daartegen kon en moest worden ondernomen.

Het krabbenschip is dus een verhaal met een communistische boodschap. En dat is in dit boek bepaald niet een verborgen boodschap. Ook Russen bevissen de Zee van Ochotsk en het komt soms tot ontmoetingen. Kobayashi de verbaasde Japanners vaststellen dat het er op de Russische schepen heel anders aan toegaat dan op de hunne, omdat de sovjets, de revolutionaire arbeidersraden, voor menswaardige omstandigheden hebben gezorgd. Meestal geldt voor zulke verhalen dat de boodschap ten koste gaat van de literaire waarde en dat wat spannende literatuur had kunnen zijn een saai leerboek wordt. Meestal, maar niet voor Het krabbenschip, want hoe dik het er soms ook bovenop ligt, het is een heel goed verteld verhaal.

Kobayashi moest zijn communistische literaire activisme bekopen met de dood. In 1933, hij moest nog dertig worden, werd hij gearresteerd. Hij stierf kort daarna aan de gevolgen van foltering door de politie. In zijn nawoord legt vertaler Luk Van Haute uit dat de Japanse staat in de jaren 1920 streng ging optreden tegen al wat en wie het als subversief beschouwde. In de praktijk betekende dat felle bestrijding van communistisch en anarchistisch links door een militaire en een gemilitariseerde politie met vergaande bevoegdheden en een sterke neiging tot gewelddadigheid.
Het krabbenschip, bij zijn leven Kobayashi’s meest gelezen en redelijk populaire boek, werd in 1933 verboden. Na de Tweede Wereldoorlog mocht het weer verschijnen; decennialang werden elk jaar een paar duizend exemplaren verkocht. Tot 2008, want toen explodeerde de verkoop ineens tot alleen in dat jaar al een half miljoen exemplaren! Van Haute legt uit waardoor en waarom. Uitgeverij Cossee heeft – en dat mag ook wel eens worden gezegd – de Nederlandse uitgave van een mooie cover-illustratie voorzien.

Hans van der Heijde

Takiji Kobayashi – Het krabbenschip. Vertaling en nawoord Luk Van Haute. Cossee, Amsterdam. 156 blz. € 21,99.