Recensie: Richard Flanagan – De smalle weg naar het verre noorden
Road to nowhere
Als kind had ik een Tweede Wereldoorlog-fase, die bestond uit het opdissen van feiten, namen en gebeurtenissen. Een van die gebeurtenissen was de Birmaspoorweg, oftewel de Dodenspoorlijn, in naam van de Japanse keizer aangelegd door geallieerde krijgsgevangenen en lokaal geronselde slaven. Ik wist uiteraard niet van het doel van de spoorweg, net zomin ik vat kreeg op de omstandigheden – iets met hitte in het oerwoud.
De Australische schrijver Richard Flanagan (1961) publiceerde in 2013 The Narrow Road to the Deep North. In 2014 werd het boek bekroond met de Man Brooker Prize, in 2025 volgde een miniserie op streamdienst Amazone Prime Video. Hoofdpersoon is Dorrigo Evans, die we leren kennen als chirurg in opleiding, gerespecteerde legerarts ten tijde van de bouw van het spoor en gevierde man op leeftijd. Evans is een perfecte held: hij redt levens, is moreel boven alle twijfel verheven en wordt na de oorlog een spreekbuis en belangenbehartiger van veteranen. Evans is God, die in de gedaante van een onfeilbaar geacht medicus onaantastbaar is en door vele vrouwen wordt begeerd.
Maar Dorrigo weet zelf maar al te goed dat hij geen god is. Als chirurg en wetenschapper levert hij meermalen prutswerk af en zijn voor de oorlog gesloten huwelijk met Elly berust op weinig meer dan een stilzwijgende afspraak dat zij graag iemand liefheeft en hij zich met ‘iets’ verbonden voelt. Ondertussen haat Dorrigo zijn eervolle veteranenverplichtingen, voelt hij zich eenzaam en doorbreekt hij dit lijden door Elly continue ontrouw te zijn. Dat hij voor de oorlog een verhouding had met Amy, de vrouw van een oom, blijft hem achtervolgen. Zij is de vrouw van zijn leven en reduceert Ella tot een irritante etalagepop.
De Birmaspoorlijn werd tussen 1942 en 1944 aangelegd en liep van Nong Pladuk (ten westen van Bangkok), naar noordelijk Birma (nu Myanmar). Doel was de inmiddels tanende Japanse macht in de regio een boost te geven door via het spoor een militaire doorsteek naar India te forceren. De aanleg kostte meer dan honderdduizend levens, waaronder twaalfduizend krijgsgevangenen – waaronder zevenduizend Australiërs en drieduizend Nederlanders.
De smalle weg naar het verre noorden is opgedeeld in vijf delen, die voor- en achteruit in de tijd springen en zo het romanpersonage Dorrigo steeds completer maken. Verhaallijnen rondom hem worden verteld vanuit meerdere perspectieven, zodat ook Japanse officieren en Koreaanse bewakers een naam en een leven krijgen.
Het derde deel is daarentegen geheel gewijd aan het leven in het kamp en duurt welgeteld een dag. Het is een kwellende leesexercitie van 110 pagina’s, die om een sterke maag vraagt. Maar het is briljant, omdat de verschrikkingen zo verschrikkelijk goed zijn geschreven. Flanagans dikt de gruwel niet aan, maar maakt het in al zijn sprekende details als het ware alledaags. Tijdens het etmaal worden mannen met vertrouwelijke bijnamen als Haan MacNeice en Schaapskop Morton gevolgd: hoe ze opstaan, hoe ze marcheren, hoe ze na de loodzware en vernederende spoorarbeid verplicht moeten toekijken hoe Zwartje Gardiner tot moes wordt geslagen. Nieuwe doden worden elke dag door bugelspeler Jimmy Bigelow met de Last Post uitgeleide gedaan, wat fysiek een monsterklus is:
Zijn mond was er vreselijk aan toe, de huid van zijn verhemelte hing er in vellen bij. Zijn lippen waren ook opgezwollen, en zijn tong – zo gezwollen en zo pijnlijk dat rijst als warm schroot smaakte – lag in zijn mond als een of andere afschuwelijke houten plank die zijn werk niet goed deed.
Van het schamele bolletje kleefrijst tot de geur van cholera, van uitstekende anussen tot die ene stijve piemel: welkom in de hel van het krijgsgevangenkamp, waar persoonlijke verlichting bestaat uit het opeten van een gestolen eendenei of het dagelijks opzeggen van een gememoriseerde pagina uit Mein Kampf. Hier heb je geen vrienden die je bijstaan, maar kameraden die in hetzelfde schuitje zitten.
Voor kolonel Dorrigo lijkt de hel ietsje draaglijk te zijn, omdat hij als officier een eigen bed heeft en zijn gedachten bij Amy zijn. Als hij na zes maanden eindelijk een brief krijgt, weet hij niet of hij die vanavond in de tent zal openen of toch meteen. Wat staat er dus in die brief? Zowel de vraag als het antwoord hangen als een doorgeladen geweer boven de tekst.
Deze indrukwekkende roman gaat niet alleen over de vernietiging van landschappen, steden en mensen, maar ook van herinneringen. Wat kun je je niet meer herinneren, wat vergeet je liever wel, wat vergeet je niet om iets anders te kunnen vergeten? In het geval van bijvoorbeeld overlever Jimmy Bigelow worden de gruwelijke herinneringen steeds meer gefilterd, tot er een behapbaar, zoetig verhaal overblijft. Na de oorlog neemt de Japanse kampcommandant Nakamura een valse identiteit aan, onder de heimelijk gestelde voorwaarde dat hij als eerbare Japanner een slachtoffer is van valse beschuldigingen. De oudere Dorrigo Evans realiseert zich dat hij, een oorlogsheld over wie documentaires worden gemaakt, door niets anders wordt omgeven dan leegte. Letterlijk zelfs: als hij aan het kamp moet denken, ziet hij slechts een grijze lucht.
De smalle weg naar het verre noorden is een meeslepend en aangrijpend boek over hoe mensen zich bewegen tussen de elementen aarde, lucht, water en vuur. Ze leven met onzegbare geheimen en lijken geen kant op te kunnen. In dit krachtenveld blijft het verhaal tot de allerlaatste pagina onvoorspelbaar en spannend. Eenmaal het boek dichtgeslagen weet de verbijsterde lezer dat Flanagan een verteller is uit de buitencategorie.
Jaap Krol
Richard Flanagan – De smalle weg naar het verre noorden. Vertaald uit het Engels door Ankie Blommesteijn, Koppernik, Amsterdam. 408 blz. € 25,00.

Fantastische roman. 10 jaar geleden vijf sterren gegeven. Deze prachtige en wervende recensie nodigt mij uit het boek te herlezen!