Op verdenking van – ja van wat eigenlijk

Robbert-Jan Henkes volgt met Nachttrottoir het spoor van Raymond Queneau. Die vertelde in Stijloefeningen (verschenen in 1947) een simpele gebeurtenis in Parijs op verschillende manieren. De verteller ziet hoe iemand in een volgepakte bus ruzie krijgt met een andere man, omdat hij op zijn tenen wordt getrapt. Op diezelfde dag ziet de verteller de jongeman opnieuw.

Negenennegentig keer beschrijft Queneau dit voorval. Telkens opnieuw en telkens in een andere stijl. Daardoor is Stijloefeningen één groot leesplezier, zoals het vast ook één groot schrijfplezier is geweest.

In Nachttrottoir spat dat plezier ook van elke pagina af. Henkes bewerkt 77 keer het gedicht ‘Nacht. Trottoir. Drogist. Lantaren’ van de Rus Aleksander Blok (1880-1921). Dat doet Henkes, hij noemt zichzelf ‘tekstbezorger’, met gedichten in de stijl van dichters uit voornamelijk de Nederlandse canon. Van Constantijn Huygens tot en met Annie M.G. Schmidt en Paul van Ostaijen, van Paul Rodenko tot en met Ramsey Nasr, Vasalis en Ester Naomi Perquin – een waaier aan stijlen dus.

Alle gedichten proberen het epifanische moment te pakken, dat Blok had toen hij in 1912, in oktober, in de vrieskou ’s nachts onder een lantaarn op het trottoir stond tegenover de etalage van een drogist. Blok werd gegrepen door een verhelderend inzicht, dat zijn bestaan daar, op dat moment, een nieuwe, onverwachte betekenis gaf. Een moment dat werd versterkt, of misschien wel werd opgeroepen, doordat een opsporingsambtenaar Blok wilde arresteren op verdenking van – ja, van wat eigenlijk.

Blok moest zijn identiteitsbewijs laten zien, met andere woorden, aantonen wie hij was. Het inzicht wordt op de achterflap van Nachttrottoir zo omschreven: ‘Iedereen is ik. Nu is hier. Altijd. Overal.’

De Babs Gons á la Henkes doet het zo:

ik wil van de nacht een trottoir
met nieuwe tijden’
ik wil van de drogist een lantaren
waaruit nieuw licht groeit
en dat het licht dat al honderd jaren zeer doet
uit het leven verdwijnt

ik wil dat er iets verandert
op deze plek
dat uitzichtloosheid een snelle dood sterft
en dat de dood
onverwacht liefdevol
opstaat uit het oude omhulsel

ik wil van begin af aan
een happy end

De uitgave is niet helemaal gelukt. De legenda die per pagina verklaart in de huid van welke dichter Henkes kruipt, is tweemaal in het boekje afgedrukt. En waar het gedicht á la Tonnus Oosterhof zou moeten staan, lezen we een ‘echte’ Driek van Wissen, net als op de pagina erna. Maar op het geheel maakt dit niet uit. Alle hulde aan Henkes, die laat zien dat hij uit zo’n breed repertoire kan putten.

Matthé ten Wolde

Robbert-Jan Henkes – Nachttrottoir. Koppernik, Amsterdam. 120 blz. € 21,50.