Interview: Kathy Mathys over Tot het glinstert
Kijken naar het oude ik
Als kind al wilde Kathy Mathys schrijven. Ze maakte als tienjarige een vervolg op de film E.T. van bijna 100 bladzijden. Toch duurde het nog lang voor ze zou publiceren. Mathys werkte jarenlang intensief als recensent voor de Vlaamse krant De Standaard, maar de voorbije jaren is ze vooral zelf boeken gaan maken.
In de roman Tot het glinstert vertelt Mathys in beeldend proza het verhaal van een schrijfgroep. Het boek is plotgericht, maar door de sprekende details ook extra gelaagd.
‘2008 was een kanteljaar voor mij. Dat was het jaar waarin ik twee keer kanker kreeg en waarin ik mijn man, een Nederlander, leerde kennen. Ik ben toen verhuisd van Brussel naar Breda, heb een opleiding tot schrijfdocent gevolgd en ben me serieus gaan toeleggen op het schrijven. Ik wilde altijd al verhalen maken, maar durfde niet goed, voelde me geïntimideerd door de hoge kwaliteit van de boeken die ik besprak voor de krant. Ik ben gespecialiseerd in Engelstalige literatuur, kreeg veel prachtig werk te lezen. Het heeft lang geduurd voor ik zelf durfde.’
‘Ik ben niet met fictie begonnen. Mijn debuut uit 2015 was literaire non-fictie, Smaak. Een bitterzoete verkenning. Je zou mijn eerste boek kunnen omschrijven als een memoir met veel informatie over proeven, de zintuigen. Tussen de hoofdstukken staan fictieve korte verhalen, dus het verlangen om te verzinnen spreekt al duidelijk uit dat boek. In 2018 heb ik dan mijn eerste roman gepubliceerd, Verdwaaltijd.’
‘Mijn nieuwste roman Tot het glinstert gaat over een schrijfgroep. Hoofdpersoon Anna is autobiografisch schrijver en ze geeft masterclasses aan bevlogen studenten. Ik ken het lesgeven uit ervaring, doceer aan de Querido Academie en aan de Antwerpse SchrijversAcademie. Lesgeven zit me in het bloed en ik merk dat ik het heerlijk en zinvol vind om mensen te helpen met hun werk.’
‘Dat ik een roman over een schrijfgroep heb gemaakt, hangt ook samen met mijn liefde voor de zogenaamde campusroman, verhalen die gesitueerd zijn op universiteiten. Tijdens mijn letterenopleiding aan de Universiteit Gent kreeg ik ooit een collegereeks van een Amerikaanse professor over de campus novel. We bespraken toen onder meer Pnin van Nabokov, weet ik nog. Voor mij was die lessenreeks heel memorabel. Ik heb altijd gehouden van verhalen die spelen op (kost)scholen en universiteiten. The Secret History van Donna Tartt blijft een van mijn favoriete boeken. Wat ik aan een schrijfgroep zo interessant vind, is dat mensen van heel diverse achtergronden en leeftijden er samengebracht worden. In mijn groepen zitten soms mensen van 80 en 16 naast elkaar. Heel boeiend! In schrijfgroepen stel je je kwetsbaar op, er ontstaan soms vriendschappen. Ik wist dat dit een interessante context was voor een roman. De spanning kan oplopen. Er kunnen conflicten ontstaan.’
‘In Tot het glinstert heb je twee verhaallijnen die elkaar afwisselen. De eerste verhaallijn speelt in 2018. Anna geeft les aan de Engelse Zuidkust, waar haar jonggestorven moeder vandaan komt. Anna wil een boek over haar schrijven. Tijdens een van haar lessen krijgt ze bezoek van Billie, de dochter van Bruce Branagan. Branagan was ooit student van Anna, tijdens de jaren 1990. Hij werd een beroemd schrijver en is in verdachte omstandigheden overleden. Billie wil weten wat er met haar vader is gebeurd en hoe hij was als jongeman. De tweede verhaallijn speelt in 1996 en toont een jonge Anna en een groep studenten waaronder Bruce. Anna heeft niet veel zin om te gaan graven in het verleden maar Billie zet haar onder de druk. ’
‘Toen ik op zoek was naar een manier om het verhaal te vertellen, kwam ik uit bij Margaret Atwoods roman Cat’s Eye, een van mijn lievelingsboeken. Ook daar heb je de afwisseling van heden en verleden en ook daarin blikt een hoofdpersoon terug op dramatische gebeurtenissen van vroeger. Het is een vorm die vrij veel voortkomt in de literatuur. Die combinatie van een belevende verteller in het nu en een terugblikkende verteller die het heeft over vroeger, past goed bij een roman die vragen stel als: in hoeverre kunnen we ons het verleden herinneren? Komt bij herinneren altijd de verbeelding kijken?’
‘Een van de belangrijkste thema’s in het boek is de manier waarop we herinneren, waarop we kijken naar onze oude ikken. Tijdens de masterclasses die Anna geeft, discussiëren de deelnemers en de docent over vragen rond authenticiteit, leugenachtigheid, geheugen. Bruce hecht niet zo aan de waarheid. Voor hem telt enkel de esthetiek van het boek. Maar wanneer er op de cover staat dat je een waargebeurd verhaal hebt geschreven, ga je een contract aan met de lezer. Dan mag je geen grote leugens vertellen. Ik heb veel nagedacht over wat nu precies waarheid is in verhalen. Samen met dichteres Sylvia Plath geloof ik dat er twee soorten waarheden zijn. Herinneringen zijn volgens haar niet minder authentiek dan de gebeurtenissen waaraan ze zijn ontsproten. Alleen gaat het om een ander soort authenticiteit.‘
‘Een ander thema: De wisselwerking tussen personage en landschap. Misschien komt het doordat ik zoveel Amerikaans literatuur lees waarin landschap een dramatische rol krijgt dat ik de relatie tussen karakters en hun omgeving heel boeiend vind. Het hoeft niet eens te gaan over spectaculaire landschappen. Ook een monotoon polderlandschap kan fascinerend zijn voor een verhaal. Toen ik van België naar Nederland verhuisde, ging ik nadenken over de impact van de omgeving. Nederland is toch anders ingericht dan Vlaanderen en dat heeft een invloed op hoe je je voelt, op wat je ervaart. Ron Rash, die graag over de Appalachen schrijft, vertelde me eens tijdens een interview dat bergbewoners veel minder toekomstmogelijkheden zien dan mensen die omgeven zijn door uitgestrekt land. Wie de horizon niet ziet, denkt anders. Er zijn zelfs onderzoeken gedaan naar de correlatie tussen depressie en omgeving. Bergbewoners komen er niet goed van af. Fascinerend vind ik dat.’
‘Ik weet dat er soms wat denigrerend wordt gedaan over boeken met een plot. Ik hou van boeken met een verhaal mits ze daarnaast ook voldoende te bieden hebben. Een roman is het ideale medium om een verhaal te vertellen én filosofisch te bespiegelen. Ik probeer het allebei te doen. Tijdens het schrijfproces ontdekte ik dat ik het leuk vind om te puzzelen met de plot. Of ik eerst de delen over het heden heb geschreven en vervolgens die over het verleden? Nee, dat kan ik niet. De hoofdstukken zijn geschreven in de volgorde waarin ze in het boek staan. Ik heb wel verschillende versies gemaakt, vier of vijf, het werd steeds hechter en de personages kregen steeds meer diepgang. Ik schrijf al die versies met de hand, dat brengt me dichter bij mezelf. Het wordt dan rustig in mijn hoofd. Ik doe een kaarsje aan, zo kom ik in de sfeer. Ik heb die rituelen nodig om me los te weken van de rest van de dag.’
‘Ik probeer met mijn boeken altijd veel meer te doen dan alleen maar een verhaal te vertellen. Ik stop mijn passies en obsessies in mijn boeken. Zo heb ik een fascinatie voor botanisch tekenen. Toen ik het boek Wieren van Miek Zwamborn leerde kennen, was ik betoverd. Ik vond het zo prachtig dat ik een personage voor me zag opdoemen die wieren tekende. Daarom heb ik van Anna’s moeder een tekenaar van zeewier gemaakt. De moeder woonde in St Ives, een Engelse kustplaats waar ik ooit een week verbleef. Je hebt er prachtig licht, er hebben veel kunstenaars gewerkt, zoals Barbara Hepworth. Ook mijn liefde voor Buster Keaton zit in Tot het glinstert. Anna’s vader werkte in het filmmuseum en vader en dochter delen een passie voor Keaton. Ze kunnen niet goed met elkaar praten, maar samen naar stille films kijken, brengt ze dichter bij elkaar.’
‘Inmiddels ben ik alweer met iets nieuws bezig. Net als bij eerdere projecten komt het idee voort uit wat ik lees. Een aantal jaren geleden begon ik veel te lezen over de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson. Ik vond het leuk om fictieve stukjes over haar te schrijven. Ik begon te vertellen met de stem van haar nichtje. Die stukjes werden het begin van een kinderboek over Emily Dickinson en de kinderen van haar broer. Dat kinderboek had ik niet gepland. Het diende zich aan en moest worden geschreven. Je kunt niets alles plannen als schrijver en dat maakt het juist zo mooi en avontuurlijk.’
Guus Bauer
Kathy Mathys – Tot het glinstert. Ambo Anthos, Amsterdam. 327 blz. € 22,99.
