Ontmoetingen: Chinezen met Gerard van Emmerik

Het restaurant had slechte recensies geoogst. Eend te droog, serveerster te lomp, boontjes uit blik. Via Google kon niet gereserveerd worden.

Die avond was ik de eerste klant. Een magere vrouw van mijn leeftijd verwelkomde me vriendelijk. Een beetje stug misschien, maar zeker niet lomp. Nog voor ik mijn jas over de leuning van mijn stoel had geschoven, stond er een spa rood voor me op tafel en lag er een menukaart naast. Tien minuten later, maar ook ruim voor het afgesproken tijdstip, schrijver Gerard van Emmerik, bezweet: ‘Ik heb het in acht minuten gefietst.’ Ik ken zijn voorliefde voor fietsen. Lange afstanden. Het liefst diep in de nacht, over de stilste wegen. Oordopjes in. Werkelijk alleen zijn.

We hadden hier afgesproken omdat ik zijn boekpresentatie in Haarlem had gemist. Ondertussen was hij ook nog zeventig geworden. In de afgelopen tien jaar was het stil geweest rondom zijn schrijverschap. Hij verzorgde zijn lessen aan de Schrijversvakschool en schreef in de spaarzame vrije uren aan zijn nieuwe roman, Jij blijft. Een zeer persoonlijk boek. Ook een reden dat het moeizaam vorderde. Jij blijft is een roman over de dood, over geheimen, een terugblik op een leven, maar bovenal een liefdesroman. Over twee mannen die een heel leven bij elkaar zijn, niet zonder elkaar kunnen, maar ook moeite hebben om de dingen met elkaar te bespreken die werkelijk van belang zijn. Fictie met een autobiografische rand. Een boek om langzaam te lezen, omdat er zoveel tussen de regels gebeurt.

We zijn al ruim vijftien jaar bevriend. In het voorjaar van 2010 stapte hij samen met dichter Jos Versteegen het verzorgingshuis binnen waar ik toen werkte, voor een literaire zondagmiddag: Moeders gaan niet dood, verhalen en gedichten. Zieke of stervende moeders, dat onderwerp bleek ons te verbinden.

Maar vandaag spraken we vooral over Sam en Luc, de twee hoofdpersonen uit Jij blijft, die net als Gerard en zijn Marc meer dan een half leven samen zijn. Ook Gerard kreeg bij een routineonderzoek een onheilstijding. Je hebt nog een jaar te leven. Wat gebeurt er met je na zo’n mededeling? Niet alleen met jou, ook met je relatie?

In Jij blijft keert Sam onverwacht terug naar huis om zijn zonnebril te pakken en denkt gelach te horen, maar het is zijn partner die, zich alleen wanend, huilt. Het is een van de meest aangrijpende scènes uit het boek, grotendeels op waarheid gebaseerd, onthult Gerard me.

In elk geval sloop ik weer naar buiten om pas op veilige afstand, ergens in een dicht naaldbos, zelf ook van die geluiden te maken, en hem na afloop net als anders op een wandelverslag te trakteren, ditmaal vol verzonnen roofvogels, vlinders, de schaapskudde met de hond die hij zo leuk vond en de herder die hem deed denken aan een van de Marx Brothers. En net als de vorige keren zei hij zich hopelijk snel minder moe te voelen, dan kon hij weer mee.

‘Er zijn van Jij blijft misschien wel vier of vijf versies, en ook enkele voorpublicaties, zoals in Hollands Maandblad. Maar ik moffelde ze weg, toonde ze niet aan Marc,’  vertelt hij onder het voorgerecht, twee kleine, knapperig gefrituurde loempia’s.

‘Al die jaren?’

Ja, in al die jaren had hij Marc niets laten lezen. Nu het boek er was, mocht de belangrijkste lezer in zijn leven het lezen. Ik beeld me in hoe ik zoiets teers als zo’n boek geheim zou houden voor R., dit vol zou houden tot het moment van publiceren. Ik zou het niet kunnen. ‘Hij kwam de woonkamer in, overstuur.’ Even is hij stil.  ‘De mooiste recensie van Jij blijft waren de tranen van Marc.’

Vier uur zijn we samen, half tien inmiddels. Er zijn andere gasten gekomen en ook weer gegaan. Vlak voor sluitingstijd komt nog een duo gehaast binnen. ‘Snel bestellen, de keuken sluit!’ zegt de serveerster. Eigenlijk vond ik dat wel aardig van haar. Dan hebben we in die stroom van woorden ook dat ene moment samen gehad. Tijdens het eten van de gebakken rijst, de kip en de varkenshaas. We spreken over de sterfbedden van onze moeders, tot in gruwelijke details. En opeens en voor een buitenstaander waarschijnlijk ongepast, barsten we allebei in lachen uit. Ik pak hem bij zijn hand. We lachen door, nog steeds uitbundig, bevrijdend en zonder goed te weten waarom we zo moeten lachen. Moeders gaan niet dood, zo is het. Ook jij bent gebleven.

Eric de Rooij