Column: Martijn van Bruggen – Lekker gek doen met Joost Oomen
Volgens Joost Oomen zijn Ilja Leonard Pfeijffer, Connie Palmen, Pieter Waterdrinker, Tommy Wieringa, Peter Buwalda en Arnon Grunberg niet echt goede schrijvers. Dat komt doordat ze zichzelf te serieus nemen. Door hun pretentie lukt het ze niet iets waars of waarachtigs te schrijven. Ze spelen schrijvertje, zijn bezig het publiek te pleasen, dat vindt het publiek leuk, en daarom denken wij dat ze goede schrijvers zijn, ook nog eens omdat ze over grote thema’s schrijven en babbelen aan talkshowtafels. Ze vertellen echter niets nieuws, maar eindeloos hetzelfde en helpen de literatuur niet verder.
Volgens Oomen is de weg naar goede literatuur niet alcohol, maar het jezelf-niet-serieus-nemen. Laat er als schrijver maar om je gelachen worden, laat je maar uitgelachen worden zelfs. Doe een gek dansje. Denk dat je kan vliegen. Dát gaat je als schrijver verder brengen. Weg pretentie, hallo oprechtheid.
Oomen preekt hier natuurlijk voor eigen parochie, want zijn selling point is dat hij heel goed gek kan doen en de naïviteit zelve kan spelen. De Krim bezetten? Heeft Poetin dan nooit, net als ik, zo’n leuk Oekraïnertje in de klas gehad waar ik ging spelen toen ik een klein Joostje was en allerlei authentieke Oekraïense etenswaren kreeg opgediend en dacht: wat fijn dat niet alle culturen op elkaar lijken, waarna we de Hopak gingen dansen en de zon als een lichtgevende drilpudding aan de lucht stond? Zo geeft hij in ieder geval zijn columns vorm. Zijn boeken heb ik niet gelezen, daarvoor houden zijn voordrachten me te veel tegen, maar die voordrachten zijn gedichten uit zijn boeken, dus waarschijnlijk hanteert hij die toon daarin ook.
Ik schrijf ‘de naïviteit zelve spelen’ want dat is het: Joost Oomen speelt net zo goed een rol. Ik zou niet weten waarom het spelen van de rol van serieuze schrijver veel kwalijker is dan het spelen van de rol van de onserieuze schrijver. In beide gevallen probeer je het publiek en jezelf voor de gek te houden. Nu geloof ik er niet in dat je ooit géén rol kan spelen, dus je moet nu eenmaal een keuze maken met welke voor-de-gekhouderij je je het beste kan verzoenen. Vanuit die positie zoek je naar waarachtigheid.
Van Joost Oomen herinner ik me dit: het was de halve finale van het NK Poetry Slam en ik had net voorgedragen. De stemmen van het publiek werden geteld en in de tussentijd hield hij als presentator met mij een publiekelijk praatje op het podium. Hij vroeg naar mijn snor, of ik die trimde, of knipte, en hoe dan en hoe vaak en ik probeerde leuke antwoorden terug te geven in hoeverre dat kan met zo’n onderwerp. Wat geef jij slechte antwoorden zei Oomen ik zei dat komt omdat jij slechte vragen stelt en toen ging het opeens over het deuntje van de Tour de France en toen ging Oomen het muziekje neuriën en speelde ik luchttrompet. Het publiek lachte beleefd.
We hadden lekker gek gedaan.
Martijn van Bruggen
(Screenshot uit dit gesprek tussen Arnon Grunberg en Joost Oomen)

Tja Martijn, ik zou mij hier heel gemakkelijk vanaf kunnen maken door te zeggen dat je dan eerst maar eens wél mijn boeken moet gaan lezen, maar dat zou vals zijn. Ik zou het alleen waarderen als je voortaan een echte column van mij citeert en niet zelf wat verzint om het vervolgens te cursiveren zodat het lijkt alsof ik het heb geschreven. Dat is ook nogal vals. Maar goed, het echte meningsverschil tussen ons zit er geloof ik in dat jij denkt dat je nooit niet een rol kan spelen, en dat ik denk dat dat wel kan. Dat dat zelfs moet om ooit goede literatuur te kunnen schrijven en dat je waarachtigheid benadert door je te ontdoen van je rollen. Over dat meningsverschil moeten we het dan maar eens hebben. Of we moeten er allebei stukken over blijven schrijven, wat ook leuk is, want ik ben wel benieuwd hoe jij dan richting die waarachtigheid beweegt juist vanuit de rol die je aanneemt.
P.S. Jammer dat je die halve finale van het NK niet leuk vond. Als ik presenteer speel ik wel heel bewust een rol, en ook heel bewust de rol van clown, omdat het anders ondoenlijk wordt voor het publiek om voor elke dichter weer dezelfde aandacht en ernst op te brengen. Er moet een comic relief zijn tussen de dichters door. Maar goed, als jij als deelnemer dat niet fijn vond, dan mijn welgemeende excuses. Ik had dat niet door, maar zal er voortaan beter op letten.
Bedankt voor je gedachtes bij deze column, Joost. Ik denk dat je de Tzum-lezer best dusdanig hoog mag inschatten dat die begrijpt dat het citaat niet letterlijk is (maar ‘waarachtig’ om in die termen te blijven). Over je functioneren als presentator of mijn ervaring in de halve finale geef ik in deze column geen waardeoordeel. Ik ben meegegaan in de rol van malloot en geef slechts weer hoe lekker gek doen eruitziet.
Waarachtige literatuur schrijf je mijns inziens door de motivatie voor het spelen van een bepaalde rol te doorzien. Daarvoor moet je dan wel eerst erkennen dat iedereen een rol speelt, inderdaad. Je kan natuurlijk heel goed zelf een rol spelen en de rollen van andere mensen of personages haarfijn beschrijven. Het een sluit het ander niet uit.
Wat jammer dat dit stuk bij zo’n oppervlakkige interpretatie van Oomen’s werk blijft, en desondanks gepubliceerd wordt. Ik had het geluk deze zomer ‘Geesten’ te kunnen zien, van Oomen en de Poezieboys – het kwam mij voor dat alleen de hele groten het absurdisme van het leven én de mogelijkheid die dat schept kunnen omarmen en uitdragen, op zo’n manier dat het voor mij het hoogtepunt was van alle voorstelling op Oerol. Helaas speelt het niet meer, anders kon ik het je van harte aanraden. (Of een bijbaan in de zorg, zodat je zal zien dat niet iedereen altijd een rol speelt, bijvoorbeeld als mensen op sterven liggen, dementeren of anderszins kwetsbaar zijn.)
Ik vind dit inderdaad een bedenkelijke column. De ‘verzonnen quote’ is gemakzuchtig, en het hele stuk ademt persoonlijke antipathie
Heerlijke, verbeten, totaal niet speelse reactie van Oomen op deze column. Een schrijver die het verhaal van gek doen echt meent, echt vindt, zou anders reageren.
Gekker.
Zeer vermakelijk dit…