Kees ’t Hart schreef een recensie over Aan het einde van de oorlog van Bert Natter in De Groene Amsterdammer. Een recensie waar hij achteraf een beetje spijt van heeft:

Ik schreef ook een recensie, veel te voorzichtig, ik maakte er iets moreels van. Ik heb er nu spijt van. Ik gaf Natter onvoldoende de credits waar hij recht op had en gooide het op de weerzin die ik tijdens het lezen had. Ik vroeg me te veel af wat Natter bezielde om een dergelijke roman te schrijven. Rare overwegingen voor een recensent. Zelfs beweerde ik dat zo’n boek niet geschreven zou mogen worden, ‘omdat het te erg is’. Flauwekul. Ik herinnerde me later mijn laaiend positieve recensie over Jonathan Littells De welwillenden, dat van mij blijkbaar wel mocht.

In april eindigde de recensie met de zinnen ‘Kan een roman over de Duitse concentratiekampen schitterend zijn? Ik denk het wel, ik weet zeker van niet. Omdat het niet mag.’ Nu schrijft Kees ’t Hart: ‘Onzin, Bert Natter schreef een schitterend boek over de Duitse vernietigingskampen.’

(foto Kees ’t Hart © Dolf Verlinden)