Smart en schaduw

Antonin Artaud (1896 – 1948) is de geschiedenis ingegaan als de bezieler van het ‘théatre de la cruauté’, het theater van de wreedheid. Tegenover de klemtoon op het (westerse) rationalisme werd een benadering vanuit het lichamelijke en het onderbewuste nagestreefd. Theater werd een existentiële noodzaak waarin het ritueel belangrijker werd dan het verhaal. Antonin Artaud zocht, zoals vertaler Hans van Pinxteren in het nawoord van De geest glipt weg als een slang schrijft, naar ‘een taal die door de bestaande syntax heen breekt’. Artaud wou terugkeren naar het magische en het rituele waarbij taal slechts een onderdeel is van bredere taaluitingen zoals beweging, klank en licht. Dit hangt ook vast aan de waanzin waarvan Artaud het slachtoffer werd. Ten gevolge van een hersenvliesontsteking leed hij aan storingen van het zenuwstelsel en migraine. De taal waar hij naar op zoek is, zal ook moeten samenvallen met zijn bestaan als geesteszieke waarin waanzin het systeem vervangt. Artauds filosofie is niet los te denken van zijn ziekte maar mag niet reductionistisch worden geïnterpreteerd.

Alvorens Artaud begon met het theater van de wreedheid, werd hij in Parijs opgenomen in de kringen van het surrealisme. De klemtoon die Artaud legt op het onderbewuste vindt hier zijn oorsprong. De teksten die zijn opgenomen in de bundel De geest glipt weg als een slang zijn in deze periode geschreven en hebben ook de typische surrealistische ‘écriture automatique’ gemeen. ‘De navel van de onderwereld’, ‘De neurometer’ en ‘Fragmenten uit een hels journaal’ worden voorafgegaan door enkele fragmenten uit de correspondentie met Jacques Rivière, de secretaris van het literaire tijdschrift NRF, omdat ze elementen bevatten die vooruitlopen op de inhoud van de drie daaropvolgende teksten. Al meteen schrijft Artaud over zijn zenuwziekte waardoor zijn gedachten hem in de steek laten. De ‘gebreken’ in de gedichten die hij Rivière aanbiedt, zijn daarom geen uiting van te weinig taalbeheersing maar een gevolg van ‘een centrale instorting van de ziel’. Ook schrijft Artaud dat zijn criterium het onbewuste zal zijn. Meteen zijn de krijtlijnen gezet.

De drie teksten – eerder vertaald en elders gepubliceerd maar voor deze uitgave wel herzien – botsen soms op de grens van het bevattelijke maar dat is precies wat de ‘écriture automatique’ met zich meebrengt. Als er wordt geschreven vanuit het onderbewuste, zonder achteraf te redigeren, dan zullen de teksten een bepaalde moeilijkheidsgraad hebben door de afwezigheid van coherentie en structuur. De teksten uit De geest glipt weg als een slang bestaan ook uit meerdere literaire vormen: abstracte redeneringen, gedichten, dialogen, brieven, aforismen. Maar er vallen constanten op. Artaud heeft het dikwijls over het denken, het zelf, de geest en de ziel – soms doen de begrippen wat oubollig aan. Maar waar Artaud het meest over schrijft, is zijn geestesziekte en de pijnen en angsten die daarmee gepaard gaan. Op die manier schrijft Artaud altijd over de zoektocht naar zichzelf. Ook over opium want Artaud werd verslaafd aan deze drug omdat hij het innam om zijn pijnen te verzachten. Zo schrijft hij een brief aan ‘meneer de wetgever van de opiumwet’ waarin hij stelt dat hij zelf de baas is van zijn eigen pijn en geen overheidsinmenging duldt. Bovendien is opium de alleenzaligmakende stof tegen ‘Angst, in zijn mentale, zijn medische, fysiologische, logische of farmaceutische vorm […].’ Ook over die pijnen zelf schrijft hij in het stuk ‘Beschrijving van een lichamelijke toestand’; pijn, angst en wanhoop zijn een constante doorheen het boek.

De drie teksten van Antonin Artaud die zijn geschreven tijdens zijn surrealistische periode kunnen, hoe verschillend ook, als een eenheid worden beschouwd. Daarom is het mooi dat ze nu in één bundel zijn opgenomen. Dat de teksten vertaald zijn door (en van een uitstekend nawoord voorzien zijn van) meestervertaler Hans van Pinxteren zorgt voor extra bekoring. Eerder verschenen van Artaud bij Vleugels al de bibliofiele editie De Indiaanse cultuur en het sciencefiction libretto Er is geen hemelgewelf meer. De ‘Franse reeks’ van uitgeverij Vleugels heeft er nu met een derde Artaud een mooie, interessante en belangrijke uitgave bij.

Kris Velter

Antonin Artaud – De geest glipt weg als een slang. Vertaald door Hans van Pinxteren. Vleugels, Bleiswijk. 104 blz. € 24,50.