Recensie: Charlotte Mutsaers – Moet dwalen
De rivier begrijpt me wel
Er klinkt veel onvrede door in de nieuwe roman Moet dwalen van Charlotte Mutsaers. En die onvrede, in dit geval verwoord door de gerenommeerde wetenschapper en kunstenaar Isidorus Rudolf Witlamm von Waldorf, voor intimi Isi, heeft te maken met juist de thema’s die vandaag de dag angstvallig vermeden worden. Vermeden, ontkend of geridiculiseerd dan wel aangevallen. Aangezien Mutsaers behoort tot degenen die blijven geloven in het vrije woord en de vrije gedachte, moest het er haast wel eens van komen.
Isi is getrouwd geraakt, zo mag je het wel zeggen, met Fleur Vischbeen. Een ja-woord, waarvan hij in de jaren daarna steeds heviger spijt heeft gekregen. Zijn eega wordt neergezet als een incompetente, corrupte carrièrejager, die optimaal gebruikt maakt van de soms schimmige voordeeltjes die deze tijd biedt. Ze doet iets vaags met vrouwenstudies aan de Universiteit Twente, hoe sardonisch wil je het hebben? En dat is nog maar het begin.
Mutsaers laat Isi en Fleur hevig bekvechten als ze na een rondje cantharellen zoeken de weg zijn kwijtgeraakt. Ofwel verdwááld, zoals Fleur het uitschreeuwt, waarna de echo van de bergen het nog eens dunnetjes overdoet. Dit tot groot ongenoegen van Isi, die meent niet te kunnen verdwalen, behalve dan in dat huwelijk. Dwalen is echter iets anders, iets noodzakelijks. De echtelijke botsingen tussen Maarten en Nicolien uit Voskuils Het Bureau verbleken geregeld bij de vindingrijke verwensingen van deze twee. Soms geloofwaardig, dan weer in een bordkartonnen absurdisme. Gelukkig voor hem komt hij na de episode-Fleur een leuke man tegen.
Maar eerst wordt Isi zich steeds meer bewust van de grootste fout in zijn leven om juist met haar te huwen, waarna hij in een staat van innere Immigration blijkt te zijn geraakt, die hem heeft doen kiezen voor de vrouwelijke lieflijkheid van de Franse rivier de Doubs. Hij ziet haar flonkerende, stromende water samensmelten met verbeelding, zoals pijnbomen dat kunnen met de zee. Er komt voor wie thuis is in Mutsaers’ oeuvre in deze roman wel meer bekende materie voorbij.
Maar anders dan in haar vroegste werk, meer essayistisch en ook betoverender van aard, en haar eerdere romans, heeft Moet dwalen iets boodschapperigs. Veel ingesponnen onvrede over zeer uiteenlopende onderwerpen klinkt nu niet meer vrijblijvend, maar haast grimmig. Denk aan het snoeverige en foute denken en doen van Peter Handke, het gewetenloze vlieggedrag van natuur- en klimaatvrienden, modieuze gezondheidskwaaltjes, westerse zelfhaat, onbereikbare noodnummers, onkundige hoogopgeleiden, die nog nooit van Susan Sontag of Pasolini hebben gehoord, politiek correcte aanspreekvormen, zielloze moderne interieurs, gerookte zalm voor Jan en alleman en mannenhekel. Het dient allemaal gezegd te worden. En dat mag Isi doen.
Isi begint te klappertanden. ‘Ja, ik heb een zwak voor Pasolini,’ zegt hij. ‘ mág het, lesbo? Dat jij nu zo’n eigentijdse stakker bent die alleen maar uit is op poen en roem, de tijdgeest nawauwelt en het vertikt om ook maar de geringste belangstelling op te brengen voor manlijke genieën uit heden en verleden, is mijn schuld niet.’
Of je deze benadering echt heel erg moet vinden, zal afhangen van hoe je als lezer zelf in het leven staat. In tijden dat nota bene zelfbenoemde vrijdenkers elkaar de maat nemen over wat nog acceptabel en correct mag heten, is het misschien wel de plicht van een schrijver om juist te doen waar anderen voor terugdeinzen. Ofwel literaire vormen vinden om te zeggen wat er scheelt aan onze manier van denken en handelen. Dat kun je gerust aan Charlotte Mutsaers, als een hedendaagse Tijl Uilenspiegel, overlaten.
Als liefhebber van vooral Mutsaers’ eerdere werk, met name Zeepijn uit 1999, kun je je afvragen of Moet dwalen je ook zo zou hebben aangesproken. Dat betwijfel ik sterk. Deze roman kent weinig aspecten die je meevoeren, zoals een goede rivier dat kan. Vaak lijkt het willen benoemen van de ‘maatschappelijke waanzin’ van tegenwoordig zo leidend, dat het volgen van de verhaallijn eraan ondergeschikt raakt. Hoezeer je veel aangehaalde irritaties over onze huidige wereld ook onderschrijft.
Het is echter wel een onvervalste Mutsaers, met veel Frans en Latijn, het weemoedig herinneren aan statige huizen, herenhoeden, met damast en zilverbestek gedekte tafels, met vergeten woorden als gebenedijd en paladijnen, ook Delphine Lecompte-achtige rijen adjectieven en opsommingen, heel overvloedig allemaal. Bloemrijk en dus on-Hollands, ook in haar stelligheden. Je hóeft het natuurlijk niet te lezen, maar het moet wel kúnnen, zeker in deze tijd van wegkijken, uitsluiten, naming and shaming. Dwarse mensen maken ruimte in het leven.
André Keikes
Charlotte Mutsaers – Moet dwalen. Prometheus, Amsterdam. 288 blz. € 24,99.

