Recensie: Fleur Bourgonje – In besloten kring
De aanname
Een van de tekstueel sterkere ABBA-nummers komt gelijk boven bij de nieuwste roman In besloten kring van Fleur Bourgonje. In The Day Before You Came gaat een vrouw naar haar werk met de trein, die zoals altijd precies op tijd is, ze leest de krant, zit aan haar bureau, met weer dezelfde papieren, gaat net als altijd naar hetzelfde lunchtentje, komt thuis, gaat op de gebruikelijke tijd naar bed. ‘It’s funny, but I had no sense of living without aim, the day before you came.’
De hoofdpersoon in Bourgonje’s In besloten kring besluit op een zaterdag, in de ochtend nog gestart als een willekeurige dag, naar het strand te gaan, de plek waar ze met haar getrouwde minnaar veel heeft afgesproken. Er is nog niets aan de hand, na een maandenlange radiostilte – er was besloten om een pauze te nemen – zal ze hem eindelijk weer zien. Het afscheid was niet bepaald harmonieus geweest. Na een ‘tergend stilzwijgen’ heeft zij het initiatief genomen.
Ter voorbereiding heeft ze een ovenmaaltijd klaargezet, de juiste flessen rood ingekocht. Een precieze tijd is niet afgesproken. Een ingebouwde slag om de arm van zijn kant, die voor een zekere elektriciteit zorgt. ‘Hoe vager de belofte, hoe intenser het verlangen.’ Ze moet er gewoon even uit. Een wandeling langs het strand, een drankje en een hapje in de vaste tent, niet veel meer dan een schuur, ‘nostalgisch’ aangekleed. Oude of oudgemaakte scheepsattributen.
Ze is op leeftijd, net als haar bijna onverantwoord oude auto. Maar ze bruist nog, heeft werk, haar verlangen op dat gebied is misschien wel groter dan vroeger, dwingender in elk geval. (Waarbij je even de neiging hebt om een spikkeltje Bourgonje zelf in te vullen, daar de vrouw het heeft over gedichten en verhalen schrijven en reizen naar afgelegen gebieden. Een zucht naar inzicht en precisie. Nou, dat is precies wat het onnavolgbare oeuvre van Bourgonje zelf karakteriseert.)
De arts schrijft haar een leven zonder stress voor, zonder angst. ‘Denk niet catastrofaal. Stop met die denkbeeldige rampen, loop er in ieder geval niet op vooruit. Reageer als ze zich voordoen. Maar roep ze niet op.’ Bijna een uitnodiging om het wel te doen, een injectie van onrust. Juist bij mensen met verbeelding. Een geestkracht die ze ook inzet wanneer er geen warmte van een huid, geen koestering en bescherming voorhanden zijn.
De vrouw rijdt naar het strand en ondertussen komt een gezamenlijke reis in haar gedachten. Ze loopt na een drankje wat over het strand. ‘Slierten bruin wier hadden grillige figuren lukraak op het and achtergelaten waarin zij samenhangende woorden zag.’ Haar ogen waren door de wind gaan tranen, niet door verdriet, maar door tevredenheid, het verheugen op de liefde, misschien wel iets wat je als geluk zou kunnen bestempelen.
Het boek is geschreven in de derde persoon enkelvoud, hetgeen voor enige afstand zou kunnen zorgen, maar dankzij het ongekende dichtersoog voor detail van Bourgonje, vereenzelvig je je direct met de hoofdpersoon, met haar denkwijze, haar verwachtingen, teleurstellingen. Bourgonje vangt je gelijk met de naamloze vrouw in haar ingenieuze net.
In de strandtent leest de vrouw de krant, met een geleende bril, niet helemaal haar sterkte, afgeleid door gekletst om haar heen, door de harde muziek. Artikelen over de gouden koets, over de belangen van de Nederlandsche Bank in de slavernij. Niet iets voor een zorgeloze zaterdag. Honden stormen binnen, gedachten aan dierenleed in de jeugd van de vrouw – Bourgonje groeide op in een rurale familie – komen binnen. De bekende kip zonder kop. ‘Het lijden was heel gewoon.’
Normaal slaat ze de familieberichten over. En daar vindt ze ineens een annonce met een bekende naam. Een ramp die haar overspoelt als een tsunami. Geen kans meer om te vluchten. ‘In liefde losgelaten.’ ‘Hij is thuis, alwaar geen bezoek. Wij nemen in besloten kring afscheid.’
Ze laat de soep staan en gaat lopen. Er is geen sprake meer van uitwaaien. Haar hoofd stroomt vol met beelden, verhalen, herinneringen. Een reis bijvoorbeeld waarbij haar geliefde op de startbaan, op weg terug naar ‘huis’ van een exotische bestemming, onwel wordt, uit het vliegtuig wordt gehaald, en terecht komt in een krakkemikkig noodhospitaaltje. Was het een voorbode?
Een minnares, altijd aan de zijlijn. Zij voelt de relatie, de verbinding als heel exclusief, maar bij het besloten kringetje zal ze niet welkom zijn. Hoogstens in gedachten. Hij was vanaf dat moment ‘eigendom’ van andere vrouwen, zijn echtgenote, zijn dochters. Op de terugweg weet ze het gaspedaal goed te vinden, stopt in een berm. Een man vraagt of ze hulp nodig heeft. Maar ze redt zich met haar verbeelding, verzint een echtelijke rol voor haarzelf.
Daarna volgen misschien wel de mooiste scenes van In besloten kring. Ze stelt zich voor hoe ze de rouwkamer in zal lopen, een speech zal houden, zich nog eenmaal voor haar geliefde uit zal kleden. Thuis doet ze, na lang naakt voor de spiegel te hebben gestaan, haar mooie avondjurk aan, drinkt wijn, zit weer met hem aan tafel, heeft ‘een geheime verhouding met de herinnering’, vormt haar eigen besloten kring met hem. Ze zegt hem niet dat ze in de middag in de krant heeft gelezen dat geluk wordt overschat.
Als hij als levende man bij haar naar binnensloop, zal hij dat als dode des te meer doen. […] Niet als verassing. Meer als een overval.
De anonieme verlatenheid in de roman is tergend mooi beschreven. Maar wat als het nu allemaal een aanname was? De aanname als grootste ongeluksbrenger. De aanname die mensen catastrofaal doet handelen, die de angst voedt. Bourgonje voegt wederom een hoogtepunt toe aan een toch al heel eigen, sterk oeuvre.
Guus Bauer
Fleur Bourgonje – In besloten kring. Magonia, Utrecht. 132 blz. € 21, 95.

tikfoutje:
Als hij als levende man bij haar naar binnensloop, zal hij dat als dode des te meer doen. […] Niet als verassing. Meer als een overval.
verassing -> verrassing