Kind van twintigzeventig

Misschien wel even belangrijk als de protagonist in Johannes Anyuru’s nieuwe roman Afdeling voor niets, is de fictieve grotestadswijk met de postcode 2070. Zo’n omgeving met verouderde en verwaarloosde woongebouwen, waar veel migranten wonen. Als een parallel universum zonder uitgang. Wie het niettemin lukte te ontsnappen, is protagonist Ruth, al kun je daar toch je vraagtekens bij zetten.

Je kunt hoe dan ook veel vraagtekens zetten. Niet bij Anyuru’s constructie en stijl, want die zijn treffend en doorleefd, met heel geloofwaardige sfeertekening en ruige dialogen, niet zelden in getto-slang, maar bij de ontwikkelingen. Want, zoals het goede literatuur betaamt, vraag je je herhaaldelijk af wat je voor ‘waar’ moet houden of, in dit geval, ‘tot waarheid gemaakt’. Afdeling voor niets is ongemeen eigentijds. Het heeft talrijke verbindingen met de grote thema’s van onze jaren. Niet in de laatste plaats de groeiende onzekerheid of je je ogen en oren nog wel kunt vertrouwen. Want welke feiten zijn nog onbetwistbaar feiten in een wereld van trollen, algoritmes en spindoctors?

In de loop der jaren heeft ze stemmen gecreëerd die politici hebben overtuigd inzake wetswijzigingen en investeringen, stemmen die ervoor hebben gezorgd dat de kunstmarkt zich krulde rond nieuwe sterren, en altijd wist ze de juiste toon te treffen.

Die beroepsomschrijving spindoctor komt in Anyuru’s roman niet voor, maar het is welbeschouwd het soort werk dat Ruth doet, die zichzelf echter neutraal ‘consultant’ noemt. Ze werkt samen met Lucien, allebei mensen met een migratieachtergrond en nu vooral actief in de overwegend welgestelde Brusselse wijk Elsene, in het Frans Ixelles, zoals de oorspronkelijke titel van deze Zweedse roman is. Daar wonen veel beter gesitueerden, daar is dus het grote geld en daar moeten ook de mannetjes worden gemaakt.

Voor elke (verwachte) maatschappelijke wens of tegenslag is wel een geitenpaadje te bedenken. Je rommelt wat door in de media bepaalde meningen naar voren of naar achteren te schuiven, zet de juiste woordvoerders en acteurs in, blaast georkestreerd activisme aan of regelt een bijeenkomst, waar argeloze burgers invloed menen te hebben, wat niet al.

Het wordt pas moeilijk als Ruth, zelf afkomstig uit de genoemde onveilige achterstandswijk, juist de sloop ervan moet zien te verantwoorden. Anyuru vervlecht Ruths persoonlijke geschiedenis, haar vroegere omgang met de door leden van een jeugdbende om het leven gebrachte vriendje Mio en het uit die korte verhouding voortgekomen zoontje Em vernuftig met het werk in haar nieuwe leven. Maar het kind wordt groter, begint meer te begrijpen en stelt dan onvermijdelijke vragen. Lange tijd kon ze de antwoorden vermijden, maar er is een grens.

Ems vermoorde vader Mio blijkt zelf bepaald geen onbeschreven blad te zijn geweest, al wordt hij nog steeds op handen gedragen in de wijk. Zijn beeltenis staat zelfs op een lege muur gespoten en er wordt nog met eerbied over hem gesproken. Want wat is ‘goed’ en wat is ‘fout’ als je kansarm bent?

‘Hij ziet er niet zo uit als op jouw foto’s,’ zegt hij over zijn vader, die daarboven achterovergeleund in de lichte sneeuwval zit, zeventien jaar, gekleed in een trainingsjack en met een dun kettinkje om zijn hals: het uniform van de ongelukskinderen.

Een op allerlei plekken opduikend gouden cd-schijfje met een stem die op die van de vermoorde Mio lijkt, geeft Anyuru’s roman een geheimzinnige, wat sf-achtige wending. Is het werkelijk de stem van Mio, leeft hij misschien nog, of wordt er een vies spelletje met Ruth gespeeld? Vooral de raadselachtige term ‘Afdeling voor niets’ houdt haar bezig; een literaire ruimte waarin alles mogelijk is. Buiten ‘het systeem’, waar volgens velen niets kan bestaan, maar waar Mio zich misschien wel ophoudt.

Naast dit op het eerste gezicht nog tamelijk overzichtelijke narratief, is Anyuru’s roman niet minder een verhaal over universele machtsstructuren, kapitalistische onverschilligheid, religieuze inmenging en ook over uitsluiting. Wat in westerse steden en landen in het groot gebeurt, vindt op kleinere schaal eveneens in wijken plaats, 2070 niet uitgesloten. Niemand ontkomt in dit leven aan vieze handen. Maar wat overeind blijven in deze tijd nog ingewikkelder maakt, is dus de groeiende onzekerheid over wat of wie je nog kunt vertrouwen als ieder individu, gemanipuleerd of niet, alleen nog zijn eigen waarheid heeft.

André Keikes

Johannes Anyuru – Afdeling voor niets. Vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen. De Geus – Amsterdam / Antwerpen. 384 blz. € 23,99.