Marjolijn van Heemstra laat ons denken in het donker

In de roman Nachtgids zoeken mensen zichzelf in het duister, letterlijk. Ze gaan op nachtwandelingen en bepleiten een herwaardering van donkere plekken door lantaarnpalen af te plakken, met de gemeente afspraken te maken over minder verlichting en een reservaat in te richten voor glimwormpjes, slachtoffers van lichtvervuiling. Het is niet het donker dat onveilig is, het zijn de mensen, zegt nachtgids Mellie steeds, ook wanneer ze in het dankzij hun inspanningen verduisterde Stadsbos een vrouw aantreffen, bewusteloos.

Kort voor het verschijnen van Nachtgids was er in onze werkelijkheid het nog ernstigere voorval van de moord op Lisa in Amsterdam, waarbij de verlichting van de betreffende locatie ook direct aanleiding voor discussie en nieuw beleid was. Van Heemstra schuwt actualiteit en engagement niet, maar het is een wrang toeval dat dit zo recent gebeurd is en dat in de roman iemand met de naam Luisa een belangrijke rol heeft. Toch is het geen toeval dat de discussie naar aanleiding van het incident dezelfde lijnen volgt: de schrijfster heeft een scherp oog voor maatschappelijke processen. Ook in de roman gaat men op sociale media los, op zoek naar een quick-fix, maar ook naar een zondebok, in dit geval de nachtwandelaars.

In de tussentijd worstelt Mellie met zichzelf, met haar relatie. Ze is gestopt met haar werk als verandercoach, ze heeft geen gezond dag-nachtritme meer. Haar partner Rem wil een nieuw huis, een tweede kind en als hij het oude huis waarin ze wonen ‘onbetrouwbaar’ noemt, redeneert zij: ‘Ik ben het huis, ik ben onbetrouwbaar. Ik heb de stilzwijgende afspraak verbroken van stijgende lijnen en maatschappelijk succes. Ik ben het donker in gelopen.’

De beleving van licht en donker van Mellie krijgt ook meer diepgang door verwijzingen naar cultuur-historische visies erop. Pier Paolo Pasolini wordt bijvoorbeeld aangehaald, die het licht van de glimworm vergelijkt met de ‘meedogenloze lampen van het fascisme: een moment van gratie dat weerstand biedt aan een wereld vol terreur’. Het wordt niet te abstract of zweverig, omdat een deel van de bespiegelingen een uitwisseling is met een student godsdienstwetenschappen, een studie die Mellie ook deed (en de schrijfster zelf). Deze student is misschien een cliché Gen Z-bijfiguur, maar wat tegenspraak is gezond: ‘De hele fucking Genesis begint met het donker en als ik zo omhoogkijk, dan is er in ons universum aan duisternis echt geen gebrek. Je infantiliseert de nacht als je zegt dat we hem moeten beschermen. Het is geen zielig zeehondje, het is de fucking tohoe en bohoe, de chaos waaruit alles is ontstaan en waarin alles terugvalt.’

Mellie toont zich ook bewust van de ‘wappie’-kant van haar kennis en werk en er is voortdurend de realiteit van het incident en de gevolgen daarvan. Minder geslaagd vind ik het logboek over glimworm Dollie, maar misschien ziet een andere lezer daar wel toegevoegde waarde in. Het had hier en daar wat scherper gekund. Zo lees ik op pagina 195: ‘Geschrokken kijk ik Nadia aan. Ik was vergeten dat ze gedachten kan lezen.’ En op p. 197: ‘Ik was vergeten dat Nadia gedachten kan lezen.’ Dat is wel een erg korte termijn om iets te vergeten. De uitwisselingen tussen en gedachten over personen zijn soms wat cliché.

De roman als geheel overtuigt wel, heeft nog een aardige spanningsboog door (de gevolgen van) het incident en zet aan tot denken. Weinig Nederlandse schrijvers wagen zich aan spiritualiteit in zo’n eigentijdse setting en dat doet Van Heemstra wel, met een zekere lichtheid die tegelijkertijd een uitnodiging tot dieper denken is.

Michelle van Dijk

Marjolijn van Heemstra – Nachtgids. Das Mag Uitgevers, Amsterdam. 223 blz. € 25,99.