De tweejaarlijkse Ida Gerhardt Poëzieprijs gaat in 2026 naar Daniël Vis voor zijn bundel Aan wie, deze offers.

‘Ik fluister soms een naam die op zoek is naar een vader.’ Aan wie, deze offers is een even meditatieve als lijfelijke bundel over de plek die iemand inneemt tussen zijn voor- en nageslacht. ‘Ben ik te jong/ om hierover te spreken?’, vraagt een stem die het heeft over het uitgeputte verlangen naar een kind, over de manieren waarop we onze ouders in onze geliefden terugvinden, over het genot, de intimiteit, de wanhoop en de spijt van samenzijn. ‘Hoe verhoudt zich spijt/ tot een natuurverschijnsel?’ De mystieke richting die Vis met zijn vorige bundel insloeg, krijgt hier een diep individuele, doorleefde textuur, ze krijgt geen gestalte in afstandelijke bespiegelingen maar in aarzelende hunkering: ‘Ik vrees de liefde die,/ enorm,/ verpletterend,// in mij/ haar plek inneemt’. Er wordt een reis gemaakt, er worden goden aangeroepen, er worden rituelen uitgevoerd. Aan wie, deze offers gaat over hoe het verlangen naar leven op ons kan gaan wegen en hoeveel moeite het kan kosten om dat verlangen te omarmen.

De jury bestond uit Roelof ten Napel en Vicky Francken. Vis krijgt 1.250 euro en een beeldje waarom de naamgever van de prijs te zien is. Op 21 maart wordt de prijs officieel uitgereikt in Zutphen.

Aan wie, deze offers is uitgegeven door Hollands Diep.

De andere genomineerden waren:
– Mischa Andriessen, Pieta (Querido)
– Esther Jansma, We moeten ‘misschien’ blijven denken (Prometheus)
– Marc Kregting, De vriendelijke mens (het balanseer)
– Yasmin Namavar, Verblijf (Jurgen Maas)
– Peter Verhelst, Nachtatlas (De Bezige Bij)