Recensie: Antonio Scurati – M. Het einde en het begin
Het is nog niet voorbij
Een meesterwerk voltooid. In amper zeven jaar tijd publiceerde de Italiaanse schrijver Antonio Scurati (1969) een monumentale, vijfdelige romancyclus over Mussolini en het fascistische Italië. Het einde en het begin is het sluitstuk van dit bijzondere project.* De Duce is in 1943 door de Grote Fascistische Raad afgezet en het fascisme in Italië lijkt ten einde. Maar op bevel van Hitler wordt Mussolini op spectaculaire wijze bevrijd door het Duitse leger. Hij komt aan het hoofd te staan van de Italiaanse Sociale Republiek (Republiek van Salò), een marionettenstaat van nazi-Duitsland, gelegen in het noorden van Italië. Mussolini wordt steeds meer in het Duitse keurslijf gedwongen, met bruut en meedogenloos optreden tegen tegenstanders en grootschalige Jodenvervolgingen. Als de geallieerden almaar verder optrekken en het einde van de oorlog in zicht komt, proberen Mussolini en zijn jonge maîtresse Clara Petacci naar Zwitserland te ontsnappen. Mussolini, gestoken in een jas van het Duitse leger, en zijn metgezellen worden door Italiaanse partizanen in Dongo bij het Comomeer aangehouden. Op 28 april 1945 worden hij en zijn geliefde gefusilleerd. Hun lichamen worden naar Milaan gebracht, waar ze ondersteboven komen te hangen aan de luifel van een tankstation op de Piazzale Loreto.
Antonio Scurati vertelt het verhaal op dezelfde manier als in zijn andere delen: met korte, krachtige scènes, gebaseerd op uiteenlopende bronnen die hij aan het einde van elk hoofdstuk vermeldt: dagboeken, krantenverslagen, redevoeringen, notulen. Deze filmische aanpak geeft het boek een enorme vaart en spanning. Je krijgt een ontluisterend beeld van een steeds meer talmende Mussolini, die gekweld wordt door lichamelijk ongemak en lusteloosheid. De ondergang van Mussolini is al vaak beschreven, maar door Scurati’s aanpak wordt het verhaal nog pregnanter. Zijn stijl is voortreffelijk; in vele passages klinkt een dreigend onheil door. Neem bijvoorbeeld deze beschrijving van de Piazza San Sepolcro in Milaan, de plek waar Mussolini ooit zijn fascistische zegetocht begon:
De Piazza San Sepolcro is een bescheiden plein in de middeleeuwse binnenstad van Milaan, half verscholen, halfrond, bedaard en in zijn benepen grauwheid neergestreken op de ruïnes van vervlogen oudchristelijke herinneringen. Maar de Piazza San Sepolcro is ook de glanzende oorsprong, de radioactieve kern van de twintigste-eeuwse atoomkracht, het aandrijfcentrum van de fascistische mythe. Zo gaat het met menselijke aangelegenheden: het begin is altijd onzeker, maar als het lang genoeg doorgaat, leer je het, al omkijkend, te bezien als een vingerwijzing van het lot.
Na de gewelddadige dood van Mussolini is het verhaal van het fascisme nog niet af. In het tweede deel van het boek bespreekt Scurati in korte hoofdstukken hoe het de hoofdrolspelers van het fascisme verder is vergaan. Het is verrassend te lezen hoe talloze van hen weer mooie maatschappelijke posities wisten te bekleden of het verleden trouw bleven door zich aan te sluiten bij de neofascistische partij Movimento Sociale Italiano (MSI).
Scurati eindigt zijn romancyclus met het droeve verhaal van Liliana Segre (1930). Zij overleeft als jong meisje Auschwitz en wil niets met dit beladen verleden te maken hebben, totdat ze op haar zestigste besluit haar stilzwijgen te verbreken. Ze vertelt onvermoeibaar aan de jeugd over de verschrikkingen van de Holocaust, ‘overtuigd geraakt dat onverschilligheid erger is dan geweld’. In 2018 wordt ze door de regering benoemd tot ‘senator voor het leven’ en leidt ze een speciale senaatscommissie die strijdt tegen racisme en antisemitisme. Ze wordt tegenwoordig echter herhaaldelijk belaagd door neofascisten en overspoeld door gruwelijke haatmail. ‘In het derde decennium van de nieuwe eeuw moet een vrouw die Auschwitz heeft overleefd, als negentigjarige in hedendaags Italië leven met twee carabinieri ter beveiliging.’ Het laat zien, aldus Scurati, dat de periode van het fascisme nog niet ten einde is.
Ik heb de M-pentalogie van Antonio Scurati met grote bewondering gelezen. De Italiaanse schrijver heeft een interessant nieuw literair genre geschapen: de documentaire roman. Een roman vol literaire verbeeldingskracht waarin geen enkel feit is verzonnen. Het is hem gelukt om op basis van deze aanpak een literair meesterwerk te creëren dat de lezer bijna drieduizend bladzijden lang in zijn ban weet te houden. Deze tour de force is geen vrijblijvende exercitie, het is niet zomaar een historische roman of een creatieve verbeelding van een historisch figuur. M is bedoeld als een ondubbelzinnige waarschuwing, zoals blijkt uit de opdracht van het laatste deel: ‘Voor al degenen die nog geloven in de democratie. Laten ze zich opmaken om te vechten.’
In zijn voorwoord schrijft hij:
Nu meer dan toen ik dit verhaal begon, is een substantieel en toenemend aantal Italianen, Europeanen, Amerikanen geneigd deze verschrikkelijke geschiedenis te ontkennen, te bestrijden, zelfs met weemoed te herdenken. Ze bereiden zich daarmee voor om die in nieuwe vormen te herhalen. Daarom wordt het nu meer dan ooit noodzakelijk om die geschiedenis te blijven vertellen. Er de verantwoordelijkheid voor te nemen. Tegenover het verleden, het heden en, vooral, de toekomst.
Scurati heeft een meesterwerk geschreven dat, zo durf ik te voorspellen, als één van de grote literaire werken van het begin van de eenentwintigste eeuw zal gelden. Graag geef ik ook een compliment aan Jan van der Haar, die de Italiaanse tekst in onberispelijk Nederlands heeft vertaald. Ik maak een diepe buiging voor zoveel creatief talent.
*De M-reeks bestaat uit de volgende delen: De zoon van de eeuw (2019), De man van de voorzienigheid (2021), De laatste dagen van Europa (2023), Het uur van de waarheid (2025) en Het einde en het begin (2026).
Aart Aarsbergen
Antonio Scurati – M. Het einde en het begin. Vertaald door Jan van der Haar. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 352 blz. € 26,99.

