‘Een mens beschikt niet ongestraft over een scherp verstand’

Van de meer dan duizend Griekse tragedies, geschreven in de 5e eeuw voor Christus, zijn eenendertig bewaard gebleven. Zeventien daarvan zijn van de hand van Euripides (484-406). Al sinds 1985 vertaalt Gerard Koolschijn Euripides (en andere teksten uit de Griekse Oudheid) en dan bedoel ik: vertaalt en opnieuw vertaalt. Recent verscheen Euripides, Zes tragedies, waarin nieuwe vertalingen van Koolschijn zijn opgenomen van Medea, Ifigineia in Aulis, Trojaanse vrouwen, Elektra, Orestes en Bakchanten. In mijn boekenkast staat nog Eén familie, Acht tragedies, verschenen in 1999, met vertalingen van Koolschijn uit de late jaren 1990. Daarin zijn eveneens Euripides’ Ifigeneia in Aulis, Elektra en Orestes opgenomen. Is er verschil tussen de eerdere versies en de meer recente? Ja, maar niet heel veel. Koolschijn zegt daar in zijn voorwoord van Euripides, Zes tragedies, zelf over:

Vanaf mijn eerste Euripidesvertaling (Medea, 1985) heb ik in het streven naar zo helder en natuurlijk mogelijk Nederlands het keurslijf van een strak ritmisch schema gemeden. In de loop van de tijd ben ik van een vrij, ritmisch proza meer in de richting van het oorspronkelijke jambische patroon gegaan. De oudere vertalingen heb ik in die zin herzien.

Koolschijn is er in deze nieuwe vertaling inderdaad uitstekend in geslaagd helder en natuurlijk Nederlands te schrijven, waarmee ik niet wil zeggen dat het daar in zijn eerdere vertalingen aan ontbreekt. Je kunt uit zulke vaststellingen overigens ook concluderen dat veranderingen in wat ervaren wordt als helder en natuurlijk Nederlands in de toekomst steeds weer zal noodzaken tot nieuwe vertalingen.

Van de ons overgeleverde toneelschrijvers uit de Griekse Oudheid geldt Euripides als meest realistische als het gaat om visies op de menselijke aard. Waar ik hier ‘realistische’ schrijf, schrijven andere ‘genadeloze’ en daar is best iets voor te zeggen. Schrijvers openbaren de motieven die ten grondslag liggen aan de handelingskeuzen van hun personages. Die keuzes zijn vrijwel zonder uitzondering moorddadig in deze tragedies en hun motief is veelal verlangen naar wraak. Die kan genadeloos zijn en is dat in deze tragedies ook, maar met het genadeloze van Euripides’ visie op de mens wordt (ook) bedoeld dat hij het menselijk wikken en wegen genadeloos neerzet als maar half begrijpen van de situaties en waarin de mens zich bevindt en van de problemen waarvoor hij staat. Mensen zijn niet echt in staat kwesties, zelfs kwesties van levensbelang, van vanuit verschillende perspectieven te beoordelen en te doorgronden. Menselijke motieven zijn nooit enkelvoudig, maar helaas ontbreekt het velen aan de wil en/of het vermogen tot zelfinzicht om dat te beseffen, aldus Euripides. Een bot verstand kan het leven wél een stuk aangenamer maken, trouwens. Dit legt Euripides in de eerste akte van Elektra Orestes in de mond:

Er bestaat ook meelij, nooit waar botheid heerst,
maar bij wie nadenkt wel. Een mens beschikt
niet ongestraft over een scherp verstand.

Het zijn dergelijke inzichten – én de verwoording ervan – die je tot het lezen en herlezen van Euripides’ tragedies aanzetten en niet zozeer de ontvouwing van het verhaal. Dat ken je immers wel, althans in grote lijnen. Vooruit, nog een citaat, van regels die ook vandaag geschreven hadden kunnen worden: In de tweede akte van Orestes houdt Menelaos Orestes voor:

[…] Een volk
in volle kracht op drift geraakt bedwing je
even moeilijk als een laaiend vuur. Maar geef
je het, als het zich opwindt, rustig ruimte,
wacht je het moment zorgvuldig af, dan luwt
de storm beslist. En is het eenmaal uitgewoed,
dan krijg je alles wat je wilt gedaan.

Het jambische patroon, kenmerkend voor deze nieuwe vertalingen, blijft niet zonder gevolgen. Het versterkt in elk geval bij mij de neiging hardop te gaan lezen. Zeker waar het passages betreft als de in deze bespreking geciteerde betekent dat, dat ook je huisgenoten van de tekst kunnen genieten en inzichten in individueel- en collectief-menselijke tekorten kunnen opdoen.

Hans van der Heijde

Euripides – Zes tragedies. Vertaling en inleiding: Gerard Koolschijn. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 432 blz. € 24,99.