Communicatie en technologie

In Transcriptie gaat een naamloze verteller op bezoek bij de negentigjarige Thomas om hem te interviewen voor een tijdschrift – het laatste interview, een testament. Het is de periode van de pandemie: mondmaskers, sociale afstand, besmettingsangst. De oude man is niet enkel een mentor voor de verteller, maar tevens de vader van zijn vriend Max en een wonderlijke intellectueel die van vele markten thuis is: hij schreef boeken en maakte opera, film en theater. Het soort man dat op een mededeling over een droom uitweidt over de droomduiding bij Freud en de foutieve westerse visie op dromen. Iemand die overstapt van de kwantummechanica op de Frankfurter Schule.

De verteller maakt zich op voorhand al wat druk over de dingen die mis kunnen gaan en dan vooral over de mogelijkheid dat de registratie van het interview kan mislukken of per abuis gewist kan worden. Een self-fulfilling prophecy, zo blijkt, want de man laat zijn telefoon op zijn hotelkamer in de wasbak vallen. De man krijgt ontwenningsverschijnselen: hij kan zijn vrouw niet bereiken, kan Thomas niet verwittigen, het adres van de Apple Store niet opzoeken, Google Maps niet gebruiken, zijn e-mails niet lezen en ook een Uber bestellen is onmogelijk. De naamloze verteller gaat te voet op weg naar Thomas.

Omdat het gesprek niet kan worden geregistreerd, besluit de verteller met Thomas wat afspraken te maken om de volgende dag terug te komen voor het eigenlijke interview. Thomas begint eloquent uit te weiden over de meest uiteenlopende zaken en vraagt of het interview wel wordt opgenomen. Uit een vorm van schaamte doet de verteller vervolgens alsof hij het interview opneemt. Thomas blijkt niet helder te zijn en verwart de interviewer met zijn zoon. En waarom zegt hij dat hij naar Zwitserland wil reizen? Al snel blijkt dat het gesprek gebaseerd is op vele misverstanden. Zelfs al blijkt Thomas de weg kwijt te zijn, hij blijft aan het woord. In de loop van het verhaal zal de vraag worden gesteld of er onder zijn eruditie misschien iets anders verborgen zit.

Transcriptie gaat in de eerste plaats over technologie en communicatie. En dus over registratie versus herinnering. Daarom begint het boek met een interview en het verlies van de smartphone. Maar ook daarom wil Thomas zo graag vertellen dat zijn eerste herinnering bestaat uit de stem van Hitler op de radio. Al snel blijken vele thema’s over elkaar te buitelen. Lerner ontpopt zich als onderzoeker van families en de relaties tussen personen. Als de zoon van Thomas aan het woord komt blijkt de grote intellectueel een slechte ouder te zijn geweest. De zoon van Thomas worstelt met de eetstoornis van zijn dochter. Dokters spreken elkaar tegen en geven advies dat sterk van elkaar verschilt. Hier heeft Lerner het opnieuw over taal die vastloopt, over communicatie die niet eenduidig is. Bovendien blijkt uit een verhaal uit het verleden van de verteller dat een aperte leugen belangrijke gevolgen heeft.

Als de verteller het niet geregistreerde interview vanuit het geheugen reconstrueert, krijgt hij daar later kritiek op. Al snel gaat de roman over authenticiteit, oprechtheid en loyaliteit. Maar Lerner schrijft ook over liefde en vriendschap, over cultuur en wetenschap, herinneringen en misverstanden. In een relatief dun boek weet Lerner erg veel te zeggen. En altijd zijn er verwijzingen naar thema’s uit vroegere romans, zoals Vertrek uit station Atocha en Leerjaren in Topeca.

Op stilistisch vlak is Transcriptie evenzeer bewonderenswaardig. Lerner schrijft helder, sober, subtiel en beheerst. Transcriptie zit ook goed in elkaar: het boek bestaat uit drie gesprekken waarbij de verschillende thema’s op diverse plaatsen in het boek terugkomen in contexten die verschillend zijn. Het boek kan vanuit verschillende invalshoeken worden gelezen en appelleert aan verstand en gevoel. Ben Lerner toont opnieuw dat hij een uitstekende romanschrijver is.

Kris Velter

Ben Lerner – Transcriptie. Vertaald door Arthur Wevers. Atlas Contact, Amsterdam. 158 blz. € 19,99.