Echte reizigers zitten op een stoel

In 2023 debuteerde Bob Vanden Broeck met de dichtbundel de richting is richting omleiding. Hij won er de Poëziedebuutprijs 2024 en De debutantenprijs 2025 mee. Nu heeft Vanden Broeck met Je zit op een stoel een roman geschreven. En als een dichter een roman schrijft, is het meer dan bij een tweede poëziebundel uitkijken hoe hij dat zal aanpakken.

Je zit op een stoel is een roman waarin een ‘je’ op een stoel zit in een kamer. Er is ook een bureau, een computer, een koffiemok, planten, een deur, een venster en witte muren. Het wordt in het midden gelaten welk geslacht of gender de persoon heeft. Waarom de ‘je’ op de stoel is gaan zitten, is niet duidelijk. Als de lezer verwacht dat de persoon zal opstaan om iets te doen en zich zal ontwikkelen tot een handelend persoon heeft hij het mis. Elke poging om in beweging te komen mislukt. ‘Je’ verschuift hoogstens de muis die bij de computer hoort en opent een raam. Er is wel een verlangen naar actie – zwemmen bijvoorbeeld – maar de actie realiseert zich nooit. Dat betekent echter niet dat er geen beweging is. De persoon op de stoel observeert, herinnert zich zaken en denkt. Dat zijn innerlijke activiteiten. Het personage blijkt gevangen te zitten in zijn hoofd: hij denkt en er komen voortdurend beelden voorbij. Feiten en ervaringen zijn in het hoofd niet meer van elkaar te onderscheiden. Vanden Broeck speelt ook met herhalingen. Een aantal passages komt terug, soms in ietwat andere vorm. Zoals de passages waarin wordt gezegd dat de ‘je’ op een stoel zit aan een tafel en tegelijk op een stoel in het hoofd. Zowel de wending naar binnen als het verlangen naar actie komt voortdurend terug. Dat zorgt dikwijls voor prachtig proza:

En je opent een tabblad en je sluit een tabblad, en je houding voelt vooralsnog een beetje als een koprol die niet helemaal elegant tot het einde wordt uitgevoerd maar halverwege stokt, waarbij je lichaam als een zak cement pardoes, met een doffe klap, op haar slaperige zijkant valt, zo voelt het, precies, zo en niet anders. Je zit op een stoel, je bent een zak cement omringd door andere zakken cement, nee, natuurlijk ben je geen zak cement, waarom zou je een zak cement zijn? Je wil niet zitten, je wil bewegen maar je moet tegelijk ook op de stoel blijven zitten en hoe kan je zowel blijven bewegen als zitten, zowel bewegen als blijven zitten, zowel blijven als bewegen en zitten?

Bob Vanden Broeck heeft een fascinerende experimentele roman geschreven waarin hij met veel verbeeldingskracht zijn poëtische taal laat stromen en meanderen. In het begin zijn de gedachten en beelden die voorbijkomen redelijk helder maar naar het einde van de roman buitelen de meest donkere en absurde beelden over elkaar. Het hoofd van de persoon op de stoel lijkt te exploderen: ‘een infuus gevuld met zwart bloed’, ‘een draaiende betonmolen waarin een bloederige pap klotst’, ‘een zwemmende lijn’, ‘een mand vol vloeibare slangen’. Het boek eindigt in een orgasme van taal en beeld.

Het is verleidelijk om de roman te willen analyseren en hem bijvoorbeeld te zien als een oproep tot vertragen in hectische tijden, om Je zit op een stoel te zien als maatschappijkritiek. Want in de roman laat de auteur zijn personage wel degelijk verlangen naar ‘vertraging, remmen, stilstaan’, ‘dat je je al zittend kan kwijten van elke ambitie’. Maar wat het personage denkt, geldt niet noodzakelijkerwijze voor de hele roman. Je zit op een stoel moet eerder ondergaan worden want Vanden Broeck speelt in de eerste plaats met taal, met klanken, met ritme, met betekenisverschuivingen. Dat is de dichter in hem. Hij laat zijn personage naar het einde van het boek dan ook denken dat het niet uitmaakt of je de tekst begrijpt maar wel dat je mee wordt gevoerd door een ritme dat zich lijkt los te zingen van de woorden.

Kris Velter

Bob Vanden Broeck – Je zit op een stoel. Koppernik, Amsterdam. 120 blz. € 22,50.