Herdrukken, nu!

Secundaire literatuur kan heel bevredigend zijn, bedwelmend zelfs, als aanvulling op het oorspronkelijke werk: een nieuw inzicht, een verdieping van achtergronden, een inkijkje misschien in de psyché van de maker. Niet voor niets zijn er lezers die naar schrijvershuizen gaan, plekken uit teksten bezoeken, om iets van de atmosfeer te proeven, een moment hun ‘nieuwsgierigheid’ te bevredigen.

(Hetgeen soms tot hilarische situaties leidt, wanneer er, zoals in het geval van Willem Bilderdijk, abusievelijk een plaquette aan een naburige gevel was bevestigd. Bewonderaars voor het verkeerde pand. ‘Hier verlichtte hij zijn ellende met opium.’ Nou ja, het gaat om de interesse, om de diepere connectie met maker en tekst.)

Gelauwerd vertaalster Kiki Coumans vertelt in Cahier Baudelaire dat ze aanvankelijk haar neus ophaalde voor dergelijk ‘literair toerisme’, maar ze ontkwam er als gedegen onderzoekster niet aan om in verband met een keuze uit de correspondentie van Charles Baudelaire (Privédomein 314, Mijn hoofd is een zieke vulkaan) de archieven van bibliotheken in Frankrijk af te gaan, de vele plekken en hotels waar de dandyeske dichter verbleef te bezoeken, te fotograferen. Gelukkig maar! Het aanvullende Cahier is rijkelijk voorzien van kleurenfoto’s van manuscripten en verblijfplaatsen.

Coumans opent het Cahier met een gewijzigde versie van het voorwoord uit het privédomeindeel. Het is inderdaad verwonderlijk dat pas in 2021 een uitgebreide selectie van de correspondentie van Charles Baudelaire (1821 – 1967) in Nederlandse vertaling verscheen, wanneer je bedenkt hoe vernieuwend, hoe baanbrekend zijn hoofdwerk Les Fleurs du mal is geweest en hoeveel invloed het heeft gehad op schrijvers uit zijn tijd en velen nadien.

Waar romantische natuurbeschrijvingen en dichterlijke bespiegelingen op de positie van de makers daarin de standaard waren in zijn tijd, haalde hij, ‘punker’ avant la lettre, de grote stad binnen in de literatuur met al het verderfelijks dat de samenleving te bieden had. Het rauwe, echte leven. Met over het algemeen afwijzende reacties, tot onthutsing en beschimping, een rechtszaak, een veroordeling en een inbeslagname van de volledige eerste druk aan toe. Maar een enkele literator durfde het voor hem op te nemen.

Baudelaire schrok niet terug voor gewaagde thema’s en verbond het hoge met het lage, het mooie met het lelijke, het goede met het kwade, in gedichten waarin schoonheid en een vroege vorm van symbolisme centraal stonden.

Juist in die waarachtigheid schuilt de enorme kracht. Niets menselijks was duidelijk ook Baudelaire zelf vreemd. Door zijn volmondige keuze voor de literatuur en door zijn levensstijl werd hij door zijn familie onder een levenslange curatele gesteld. Een vernedering. Het afwijzen van een maatschappelijke carrière ten faveure van een leven in de kunsten die tot op heden voor onbegrip zorgt bij de ‘mensen die het goed met je menen’.

Om hem ‘met de grootst mogelijke spoed aan het glibberige plaveisel van Parijs te ontrukken’ werd hij op reis gestuurd naar India, toentertijd een boottocht van vele maanden. Na de Kaap de Goede Hoop gerond te hebben, wilde hij aangekomen op Mauritius niet verder. De kapitein van het schip constateerde, hoe geestig, hoe wrang, dat Charles niet meer te redden is.  ‘… te laat om de hoop te koesteren dat Baudelaire zou terugkomen van zijn exclusieve liefde voor de literatuur zoals die tegenwoordig bedreven wordt.’ Hij stuurde hem met een andere boot retour naar Frankrijk.

Onbedoeld leverde deze reis, waarover Charles lang volhield dat hij India daadwerkelijk heeft aangedaan, inspiratie op voor diverse gedichten. Vanuit het oogpunt van de familie had het dus averechts gewerkt. Baudelaire bleek weliswaar grote ambities te hebben gehad, maar had van jongs af aan ook een gebrekkige discipline. Het is hem van harte vergeven. Een mens die uitsluitend scheppend bezig wilde zijn.

Een zenuwachtige man die zich verborg in ultramoderne vaak zelfontworpen zwarte maatkleding, die zijn haar ook weleens groen verfde (!), die zich bewoog met een trage, ritmische tred.

Het is de zoektocht van Coumans, die ook weleens getroffen wordt door een verschrijving in een verslag, in een document, wanneer zijn naam abusievelijk als Beaudelaire werd gespeld, die het Cahier Baudelaire mede zo intrigerend maakt, de schrijver dichterbij brengt. Het handschrift dat de emoties duidelijk maakt, onderstrepingen die direct aankomen, niet door een voetnootje nog nadien moeten worden opgewekt.

Uitgeverij Fragment heeft patent op dergelijke parels, houdt de oplages doorgaans klein, maar een herdruk, waarde heer Van den Ingh, is hier meer dan op z’n plaats, nee, is een must!

Guus Bauer

Kiki Coumans – Cahier Baudelaire. Uitgeverij Fragment. 80 blz. € 24,50.